Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Wat drijft de mens - H1

Beoordeling
-
Verkocht
3
Pagina's
13
Geüpload op
06-01-2014
Geschreven in
2012/2013

Samenvatting van 13 pagina's voor het vak Psychologie en Persoonlijkheid aan de NCOI

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Hoofdstuk 1. Wat is persoonlijkheid?

1.1. Inleiding

‘Wat is het beste voor de mensheid?’, waarop de Pythia antwoorden: ‘zichzelf te kennen’. Op het eerste
gezicht lijkt dit gebod binnen de context overbodig: wie overtuigd is van de waarheid van een orakelspreuk
heeft immer geen zelfkennis nodig omdat hij blindelings op de Pythia kan vertrouwen. En wie net gelooft in
orakels, hoeft niet aan het nut van zelfkennis herinnerd te worden door een tempel binnen te zij er slecht
stappen.
De filosoof Heraclitus was van mening dat de Pythia de waarheid onthulde noch versluierde, maar dat zij er
slechts een tipje van oplichtte. In de interpretatieruimte die daardoor overbleef leerde de mens zichzelf
kennen. Voorbeeld Socrates, over hem zij het orakel dat er geen man in de wereld wat met meer inzicht
dan hij. Socrates was het daar niet mee eens maar na onderzoek concludeerde hij dat het orakel gelijk had.
‘Het lijkt dus wel of ik in elk geval iets meer inzicht heb dan die man, alleen doordat ik niet denk iets te
weten wat ik niet weet’ (zelfinzicht – beperking eigen kennis, bescheidenheid). Socrates legde zich dus niet
zonder meer neer bij de uitspraak van het orakel, maar ging met open vizier op onderzoek uit om iets over
zichzelf te ontdekken. Vanaf de overwinning van de rede en de wetenschap op irrationaliteit en bijgeloof,
heeft ieder mens de plicht zijn verstandelijke vermogens te gebruiken voor zelfonderzoek. Doet hij dat niet,
dan loopt hij grote kans ten prooi te vallen aan verleidingen die zijn ondergang inluiden.

De vraag ‘wie ben ik?’ kan leiden tot een individueel antwoord of tot een verwijzing naar de aard van de
mensheid in haar geheel en als zodanig vertegenwoordigd zij een van de belangrijkste levensvragen in het
menselijke bestaan. Het is niet alleen een intellectueel, maar ook een morele vraag die verbonden wordt
met de stand van zaken in de wereld, of de oorsprong van het kwaad. Achter de vraag ‘wie ben ik?’ gaat
een zingeving schuil: ‘als ik weet wie ik ben, dan…’ of ‘als we weten wat de aard van de mensheid is, dan…’.
‘Wie ben ik?’ is daarmee niet alleen een individuele, existentiële vraag, zij verwijst naar de betekenis van
het leven zelf.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat door de tijd heen vele filosofen, theologen en psychologen zich over
deze kwestie hebben gebogen. Hun voortreffelijke werk ten spijt hebben wij tot op heden echter geen
eenduidig antwoord ontvangen. Nog steeds vragen de mensen zich af wie zij eigenlijk zijn. Hoe de kwestie
in een individueel, specifiek geval ook mag worden ingevuld of welke antwoorden mensen er ook op
bedenken, een ding staat als een paal boven water: deze vraag gaat ons allen aan.


1.2. Wie ben ik?

Het is dus belangrijk om te weten wie je bent, maar hoe kom je daar nu achter? Een orakel kan dat niet
voor ons doen.

 Ons eerste hulpmiddel bij de expeditie is het menselijk verstand. Blijkbaar moeten wij, op zoek naar het
antwoord op de vraag, onze eigen denkvermogens gebruiken om onszelf te ontdekken, autonoom op
onderzoek uitgaan.
 Ten tweede verwijst de spreuk ‘ken uzelve’ naar iets wat bestaat en wat kenbaar is, namelijk ‘ik’ of
‘zelf’. Volgens De Dikke Van Dale ‘het besef van het ik; het eigen onbetwijfelbare, het voelen van het
eigen ik’. Wat hier wordt verondersteld is ten eerste dat ‘ik‘ iets is wat mensen aan zichzelf ervaren en
wat zij meestal niet al te sterk betwijfelen: ik weet op basis van een innerlijke gevoel dat ik deze-of-
gene ben en deze-of-gene is ‘onvervreemdbaar mij’ (als je ’s ochtends opstaat weet je dat je dezelfde
bent als die gister naar bed is gegaan – mocht je onverhoopt toch iemand ander dreigen te worden,
bijvoorbeeld als je twijfelt aan wat je wilt of wie je bent, dan wordt dat meestal opgevat als een
afwijking van de gebruikelijke gang van zaken - als je denkt dat je iemand anders bent, wordt dat
meestal opgevat als een teken van psychische verstoring).

,  Dat wil overigens niet zeggen dat mijn ‘ik’ altijd voorspelbaar behoort te zijn (het stelt je weleens voor
verrassingen); iedereen doet wel eens iets wat als ‘niet-ik’ wordt beschouwd. Maar die ervaring is dan
ook iets om over na te denken. We zouden op basis van deze redenering kunnen concluderen dat het
gevoel ‘ik’ te zijn een ervaring is die gebaseerd is op een waargenomen innerlijke consistentie in
mijzelf, die je individualiteit zou kunnen noemen.
 Deze innerlijke consistentie, die de ‘harde kern’ vormt van mijn innerlijke beleving van mijzelf, valt
volgens de definitie van Van Dale te onderscheiden van ‘andere ikken’. Dat verwijst dus impliciet naar
een verschil tussen mensen. Onder ‘individualiteit’ verstaat Van Dale ‘het geheel der eigenschappen en
hoedanigheden die een bepaald individu onderscheiden of kenmerken, eigen aard, persoonlijk karakter,
persoonlijkheid’.
 Dus, om mezelf te leren kennen, is het niet alen nodig dat ik een min of meer continue ervaring van ‘ik’
heb en mijzelf hierin van anderen kan onderscheiden ,maar ook dat anderen dat onderscheid kunnen
maken. Simpel gezegd: mijn ‘ik’ heeft een binnen- en een buitenkant. Anderen moeten mij kunnen
herkennen als een aparte entiteit die anders is dan andere mensen, en zij doen dat op basis van een
uiterlijke consistente die mijn ’aard’, ‘karakter’ of ‘persoonlijkheid’ wordt genoemd.
 Wij menen mensen te kennen aan de hand van gedragspatronen die voor ons herkenbaar en
voorspelbaar zijn (persoon x is een drammer, afgaand op de herhaling van bepaalde gedragpatroon dat
ik bij persoon x waarneem). Ik ga er van uit dat persoonlijkheid dat deel van hun gedrag representeert
dat onveranderlijk en duurzaam is.
 Volgen Van Dale is persoonlijkheid: ‘de som van iemands hoedanigheden, eigenschappen en
karaktertrekken, waardoor hij zich tot een persoon stempelt; ieder wezen dat een eigen, persoonlijk
karakter heeft’.
o Persoonlijkheid is dus blijkbaar een verzamelbegrip, niet gebaseerd op een enkele eigenschap,
maar op een samenraapsel daarvan.
o Tevens zien we dat die samengeraapte eigenschappen diep ingegrift zijn: het woord karakter komt
van het Griekse werkwoord ‘charasso’ dat ‘inslijpen’ of ‘krassen’ betekend. Het gaat dus niet om
toevallige reacties,maar om patronen in gedrag die herhaaldelijke waarneembaar zijn in situaties.
o Tot slot maakt de definitie ons duidelijk dat die zaken die op de een of andere wijze geen
onderscheidend samenraapsel van eigenschappen hebben geen persoonlijkheid bezitten (klonen)
en dat degene die geen besef van ‘ik’ hebben, die dus zelfbewustzijn ontberen, ook geen
persoonlijkheid hebben (robot).

Samenvattend: het antwoord op de vraag ‘wie ben ik?’ moet gezocht worden in de richting van een zowel
innerlijk al uiterlijk ervaren consistentie in persoonlijke eigenschappen. We hebben de vraag ‘wie ben ik?‘
omgevormd tot ‘wat is persoonlijkheid?’als een algemeen aanvaarde aanduiding van dat samenraapsel van
eigenschappen waarmee het ene individu zich van het andere onderscheidt.
Hoe moeten we het begrip ‘persoonlijkheid’ nu verder invullen?


1.3. De herkomst van de term ‘persoonlijkheid’

Volgens Allport (psycholoog die veel werk heeft verzet om te
omschrijven wat er onder ‘persoonlijkheid’ moet worden verstaan)
moet het woord persoonlijkheid worden teruggevoerd op het Latijnse
‘persona’ (van per sonare: ‘doorklinken’) waarmee de maskers
werden aangeduid die vroeger door acteurs op het Griekse toneel werden gebruikt. In deze herkomst
wordt meteen de dubbelzinnigheid aangeduid die tot op heden het begrip persoonlijkheid parten speelt:
duidt ‘persoonlijkheid’ op de ‘rol’ die mens speelt, of op de ‘acteur’ zelf, dat wil zeggen, degene die achter
de maskerade schuilgaat?

In de geschriften van de Romeinse politicus Cicero zien we al vier verschillende betekenissen van het woord
persona terug:
 de wijze waarop me aan anderen verschijnt maar die men niet noodzakelijkerwijs is (een betekenis die
vergelijkbaar is met de oorspronkelijke connotatie van het masker)

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
6 januari 2014
Aantal pagina's
13
Geschreven in
2012/2013
Type
SAMENVATTING
$4.17
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
rieke70 NCOI
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
261
Lid sinds
13 jaar
Aantal volgers
177
Documenten
17
Laatst verkocht
1 jaar geleden

4.1

53 beoordelingen

5
14
4
30
3
8
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen