Kerntaak 1 - Klinisch redeneren
Joods visie op leven en dood:
→ Zolang een mens ademt, leeft hij, behoort hij tot deze wereld
→ Ook een stervend mens, is in alle opzichten een levende
→ Kwaliteit van leven zowel als kwaliteit van sterven
→ Verbod een stervende aan te raken
→ Verbod op euthanasie
→ Niet bidden om het in leven blijven van iemand die stervende
Het sterven in Joodse traditie:
→ Voorrecht om aanwezig te zijn bij het sterven
→ Op moment van sterven zonden belijden in de vorm van een gebed
→ Het uitspreken van het woord ‘één’ samen laten vallen met het moment van
sterven
→ Bij uitblazen laatste adem: reciteren van gebed
Direct na het sterven:
→ Sluiten van de ogen van de overledene
→ Uit respect voor de dode bedekt men zo spoedig mogelijk het stoffelijk
overschot
→ Het lichaam wordt zo weinig mogelijk gemanipuleerd
→ Scheiding van lichaam en ziel, de ziel is eruit gegaan, is niet meer de persoon
die hij bij het leven was
→ Er wordt niet meer naar de overledene gekeken
→ Er wordt (nog) niet gecondoleerd
→ Geen visueel afscheid
Tussen overlijden en begrafenis:
→ Eerste dagen na overlijden: “een tijd van huilen”
→ Geen moment van troost, dat komt later
→ Geen beschouwingen over de zin van het verlies
→ Nabestaanden zijn rouwenden. Geen vlees en wijn nuttigen
→ Speciale kaars wordt ontstoken
→ Spiegels in huis van overledene worden bedekt
Vlak voor de begrafenis:
→ Ritueel reinigen van de overledene, kommen warm water worden uitgegoten
over het lichaam
→ Eenvoudig witkatoenen doodsgewaad
→ Wassen: mannen door mannen, vrouwen door vrouwen
→ In respectvolle stilte
→ Familie vaak niet aanwezig bij de wassing
Begrafenis:
→ Vaak dezelfde dag als overlijden, of dag er na
→ Voorkeur: zonder kist. In Nederland echter niet mogelijk