Kerntaak 1
Dyspnoe is een onaangename gewaarwording van de ademhaling, kortademigheid. Het
is een subjectieve en angstaanjagende sensatie. De cliënt is zo benauwd als hij zelf zegt
te zijn. Er is geen duidelijke relatie tussen dyspnoe en objectieve parameters. Dit wil
zeggen dat iemand die er erg benauwd uitziet, niet perse benauwd hoeft te zijn en
iemand die er niet benauwd uitziet, juist wel heel benauwd kan zijn. We onderscheiden
dyspnoe die tijdelijk ernstiger of onaangenamer is en dyspnoe die uitsluitend
aanvalsgewijs optreedt.
Typen dyspnoe:
➢ Luchthonger
○ Het gevoel dat je lucht tekort komt, mensen halen vaak diep adem. Hen
wordt een luchtwegverwijder gegeven.
➢ Gevoel van ademarbeid
○ Moeite met ademen, zwaar ademen door een obstructie of een stijve long
of stijve borstwand, overgewicht of verzwakte ademhalingsspieren (bv bij
ALS). Ook hier worden luchtwegverwijders ingezet, of gewichtsreductie of
ademspiertraining.
➢ Strak gevoel op de borst
○ Benauwd gevoel op de borst, vaak in een acute fase. Ook hier wordt
luchtwegverwijdende medicatie gegeven.
➢ Snelle ademhaling
○ Bij longoedeem, als gevolg van hartfalen, deze mensen krijgen diuretica
(=plasmedicatie zodat vocht achter longen afneemt).
Dimensies van dyspnoe
➢ Pathofysiologische dimensie (kijken naar onderliggende fysiologische principes,
lager zuurstofgehalte bijvoorbeeld of lagere hb-waarde)
➢ Sensorische dimensie (hoe iemand zich eronder voelt)
➢ Affectieve en cognitieve dimensie (angst verergerd de dyspnoe)
➢ Existentiële dimensie (zingeving, vaak door angst)
➢ Gedragsmatige dimensie (men gaat zich gedragen naar de benauwdheid,
bijvoorbeeld niet onder de douche willen, of nauwelijks naar buiten komen)
Risico-inschatting dyspnoe
Prevalentie:
- Bij kanker: 35%
- Bij longkanker: 70%
- Bij hartfalen: 72%
- Bij COPD: 94%
- Dyspnoe neemt toe in de terminale fase
Oorzaken: