Blok 1.1
Inleiding in de psychologie
Psychologie:
- Wetenschap van gedrag en mentale processen.
Psychologie en voeding en diëtetiek
- Diëtist/voedingskundige: Object van onderzoek en begeleiding is het gedrag
(eetgedrag) van de mens.
Omgaan met verschillende mensen
- Kennis, inzicht
- vaardigheden
Beïnvloeden van (eet)gedrag
Beroepshouding
Professionaliteit
- Jezelf kennen en begrijpen
- Normen en waarden
- Hoe wil jij werken?
Kijk op gedrag
- Nature – nurture
Aangeboren of aangeleerd? -> als iemand een bepaald gedrag heeft, komt dat
omdat hij zo is geboren of komt dat omdat hij zo is opgevoed.
Tweelingonderzoek -> eeneiige tweelingen zelfde DNA -> verschillen komen
eigenlijk alleen door gedrag of omgeving
Vaak een mengsel -> een deel aangeboren en een deel omgeving
Perspectieven op gedrag (staan op chronologische volgorde)
- Biologisch perspectief:
Zoekt oorzaken van het gedrag in het functioneren van de genen, de
hersenen en het zenuwstelsel en hormoonstelsel -> meer nature
Evolutionaire psychologie en neurowetenschappen houden zich hier mee
bezig -> proberen alles te verklaren door wat voor nut het vroeger had
o Evolutionaire psychologie: Bv -> onze voorkeur voor zoet en vet
voedsel -> komt omdat in tijden van schaarste was het goed om dat
soort producten te nemen -> daar kon je langer op
o Neurowetenschap: de MRI scans, hersenscans, wat gebeurd en in welk
hersengebied, waar zit je taal, hoe staat het in verbinding met andere
hersengebieden
Anorexia: hersenen -> beloningssysteem voor voeding werkt anders ->
verslavings gevoelig
Biologisch perspectief = de start van de psychologie
1
, Belangrijke begrippen:
- Structuralisme
o We moeten erachter komen welke delen van de hersenen waarvoor
zorgen (neurowetenschap)
- Functionalisme
o Kijkt meer naar de processen -> hoe communiceert alles met elkaar,
hoe komt dat op gang en wat stimuleert wat
- dit deden zo vooral doormiddel van de methode introspectie mensen
dingen op laten schrijven -> ze waren afhankelijk van de verhalen die mensen
vertelden over hun eigen gedachtes. (Subjectief)
- Behavioristisch perspectief:
Onderzoek van waarneembaar gedrag en van de prikkels die het gedrag
vormen.
o Kijken dus puur naar gedrag
o Als je de prikkel verandert kun je het gedrag veranderen
Meer nurture
Belangrijke begrippen:
- Leren
- Klassieke conditionering (Pavlov)
- Operante conditionering (Skinner)
Anorexia: belonen -> in het begin complimentjes geven
- Ontwikkelingsperspectief:
Mensen veranderen als gevolg van een interactie tussen erfelijke
eigenschappen en omgeving.
o Je bent allemaal verschillend, maar toch zijn er bepaalde
wetmatigheden die ieder mens doorloopt -> iedereen leert lopen,
praten, bepaalde gedragingen
o Doen veel onderzoek naar hoe werkt dat nou eigenlijk -> hoe kun je
dingen op een betere manier aanbieden -> taal: er is een periode
waarin kinderen extra vatbaar zijn voor het leren van taal
o Kijkt heel erg naar bepaalde leeftijdsgroepen, wat gebeurd er dan, wat
komt er op mensen af, hoe reageren ze daarop, hoe kan de omgeving
daar een rol in spelen.
Zit tussen nature en nurture in
Voorspelbare veranderingen tijdens levensloop
Anorexia: ontstaat meestal in puberteit
- Cognitieve perspectief:
De mens als informatie verwerkend systeem waarbij de nadruk ligt op
mentale processen als: leren, geheugen, perceptie en denken.
o De mens is een soort robot met een computer in zijn hoofd
o Hoe werkt het brein -> hoeveel kun je onthouden, wat zijn technieken
om dingen beter te kunnen onthouden
o Wat in het brein bezig is -> gedachtes
2
, Anorexia: wat voor gedachtes spelen er door het hoofd -> ik ben niet goed
genoeg, je bent alleen mooi als je dun bent
o Als je wilt genezen: patiënt moet andere dingen gaan denken -> als je
andere dingen gaat denken ga je je ook anders gedragen
Wholo-personperspectief: kijken naar de hele persoon (niet alleen hoofd)
- Psychodynamische perspectief:
Klinische benadering (kijkt naar iemand dat het niet goed gaat) die nadruk
legt op het begrijpen van mentale stoornissen in termen van onbewuste
behoeften, verlangens, herinneringen en conflicten.
o Hoe kunnen we dat begrijpen -> alles wat niet goed gaat bij mensen
kunnen terugvoeren op nare ervaringen, bepaalde fases die niet goed
doorlopen zijn -> als je daarnaar toe gaat en dat een plek kunt geven is
de stoornis verholpen
o Vaak behandelingen die heel lang duren -> minstens een jaar
Anorexia: misschien in je jeugd iets ernstigs meegemaakt
- Humanistisch perspectief
Klinische benadering die nadruk legt op de mogelijkheden, groei, potentie en
vrije wil van de mens.
o Heel positief
o Hoe wij gesprekken aangaan met patiënten en cliënten komt gier veel
uit voort -> echtheid, empathie, wat je allemaal in je houding moeten
hebben
o Ieder mens dat geboren wordt, heeft inzicht dat het zich zou willen
ontwikkelen
o Zegt niet veel over de oorzaken
- Dispositionele theorieën (karaktertrekken en temperament)
Verschillen tussen mensen ontstaan uit verschillen in blijvende kenmerken en
neigingen, die karaktertrekken en temperamenten worden genoemd.
Werd bijvoorbeeld gebruikt om goede mensen te selecteren voor het leger
Hoe reageer je als iemand iets doet
o Is iemand dapper, durft iemand besluiten te nemen, is iemand
impulsief, etc.
o Ene persoon meer geschikt dan het ander
Geïnteresseerd in wat zijn nou universele karaktereigenschappen
Hoe kun je mensen in beeld brengen en hoe kan dat helpen de juiste baan of
partner, etc. te vinden
Anorexia: onzekerheid, perfectionistisch, laag zelfbeeld, emotioneel instabiel
- Socioculturele perspectief
De kracht van de situatie: sociale en culturele invloeden kunnen de invloed
overstemmen van alle andere factoren die gedrag beïnvloeden.
o De kracht van de situatie -> nurture
Kijken of alle mensen op dezelfde manier reageren of is het zo dat in
Aziatische culturen mensen heel anders zien
3