Geschiedenis van het medialandschap Hoorcollege 3
Na feodale staten: New Monarchies.
Economisch sterke burgers krijgen ideeën over hoe ze de centrale koninklijke macht kunnen
inperken.
Habermas: debatterende burgers verzinnen conceptueel verschil tussen privésfeer en openbaar
(staats)gezag. Vorming van ‘sociaal domein’ waar burgers samenkomen/een publiek vormen en als
publiek in discussie gaan over de grenzen van de staatsmacht. Sociale domein == publieke sfeer/de
openbaarheid. Gaat in fasen.
Eerst publieke sfeer die niet over politiek maar over kunst/literatuur etc gaat, ontwikkelt zich naar
onderwerpen die politiek karakter hebben, politieke openbaarheid. In de publieke politiek sfeer gaat
het over serieuze zaken.
Burgerlijke openbaarheid wordt een platform voor constructie van sociale identiteit.
Burger wil meer zijn dan een onderdaan; ze formuleren machtsaanspraken richting het centrale
staatsgezag.
Burgerlijke openbaarheid wordt basis van waaruit staatsgezag wordt ondergraven.
Machtsaanspraak van de staat wordt verder teruggedrongen.
Roep om democratie.
Staten voelen zich gedwongen te reorganiseren.
Monarchen laten ruimte voor vorming parlementen.
Langzaam proces in 18e, 19e en 20e eeuw in Noord-Amerika en West-Europa. Parlementaire
democratieën ontstaan. Proces verloopt niet overal hetzelfde en niet overal tegelijk.
Het proces is geografisch en historisch gedifferentieerd.
Habermas: pas sprake van burgerlijke openbaarheid (BO) als:
- Alle burgers individueel deel kunnen nemen aan maatschappelijke debat.
- Burgers moeten kunnen deelnemen zonder externe druk/beïnvloeding
- Burgers moeten het debat rationeel voeren. (Habermas’ versie van rationaliteit =
transparant, debat moet voor iedereen begrijpelijk zijn)
- (Het debat moet wel gaan over serieuze zaken, van algemeen belang. Veel over relatie
tussen overheid en burgers)
Voorbeelden van BO:
- Koffiehuizen (lekker boeken bespreken, publiekelijke voordragen etc.)
- Salons (bij particulieren thuis discussieclubjes, opmerkelijk: vaak georganiseerd door
vrouwen
- Theaters (‘parterre’/’the pit’, middendeel van theater stonden niet altijd stoelen, was
gewoon open ruimte. Theaterpubliek was vaak luidruchtig tijdens voorstellingen)
Habermas over BO: pas echt bestaand historisch fenomeen vanaf 1750 (Verlichting). Duurt niet zo
lang, rond 1850 was de BO weer in verval.
Na feodale staten: New Monarchies.
Economisch sterke burgers krijgen ideeën over hoe ze de centrale koninklijke macht kunnen
inperken.
Habermas: debatterende burgers verzinnen conceptueel verschil tussen privésfeer en openbaar
(staats)gezag. Vorming van ‘sociaal domein’ waar burgers samenkomen/een publiek vormen en als
publiek in discussie gaan over de grenzen van de staatsmacht. Sociale domein == publieke sfeer/de
openbaarheid. Gaat in fasen.
Eerst publieke sfeer die niet over politiek maar over kunst/literatuur etc gaat, ontwikkelt zich naar
onderwerpen die politiek karakter hebben, politieke openbaarheid. In de publieke politiek sfeer gaat
het over serieuze zaken.
Burgerlijke openbaarheid wordt een platform voor constructie van sociale identiteit.
Burger wil meer zijn dan een onderdaan; ze formuleren machtsaanspraken richting het centrale
staatsgezag.
Burgerlijke openbaarheid wordt basis van waaruit staatsgezag wordt ondergraven.
Machtsaanspraak van de staat wordt verder teruggedrongen.
Roep om democratie.
Staten voelen zich gedwongen te reorganiseren.
Monarchen laten ruimte voor vorming parlementen.
Langzaam proces in 18e, 19e en 20e eeuw in Noord-Amerika en West-Europa. Parlementaire
democratieën ontstaan. Proces verloopt niet overal hetzelfde en niet overal tegelijk.
Het proces is geografisch en historisch gedifferentieerd.
Habermas: pas sprake van burgerlijke openbaarheid (BO) als:
- Alle burgers individueel deel kunnen nemen aan maatschappelijke debat.
- Burgers moeten kunnen deelnemen zonder externe druk/beïnvloeding
- Burgers moeten het debat rationeel voeren. (Habermas’ versie van rationaliteit =
transparant, debat moet voor iedereen begrijpelijk zijn)
- (Het debat moet wel gaan over serieuze zaken, van algemeen belang. Veel over relatie
tussen overheid en burgers)
Voorbeelden van BO:
- Koffiehuizen (lekker boeken bespreken, publiekelijke voordragen etc.)
- Salons (bij particulieren thuis discussieclubjes, opmerkelijk: vaak georganiseerd door
vrouwen
- Theaters (‘parterre’/’the pit’, middendeel van theater stonden niet altijd stoelen, was
gewoon open ruimte. Theaterpubliek was vaak luidruchtig tijdens voorstellingen)
Habermas over BO: pas echt bestaand historisch fenomeen vanaf 1750 (Verlichting). Duurt niet zo
lang, rond 1850 was de BO weer in verval.