H1 De verbintenis in het algemeen
1.5 De inhoud van de verbintenis
Uitleg en inhoud van de verbintenis
De inhoud van de verbintenis is de prestatie waartoe de schuldenaar verplicht is en daarmee
tevens waarop de schuldeiser recht heeft. Ontstaat de verbintenis uit de wet, dan bepaalt de
wet de inhoud en de omvang van de verbintenis. De uitleg van verbintenissen uit
rechtshandeling, vooral uit overeenkomsten, is in beginsel aan partijen overgelaten. Indien
de partijen over de inhoud van de verbintenis van mening verschillen, moet de rechter dit
vaststellen.
In het Haviltexarrest heeft de HR anticiperend op de afschaffing van art. 1378 en op de in art.
3:35 gecodificeerde vertrouwensleer, beslist dat voor de vraag waartoe partijen bij een
overeenkomst jegens elkaar gehouden zijn, het aan komt op de zin die partijen in de
gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van de
overeenkomst mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van
elkaar mochten verwachten. Hij voegde daaraan toe dat daarbij mede van belang kan zijn tot
welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige
partijen kan worden verwacht. In deze formule is de gemeenschappelijke bedoeling van
partijen beslissend voor de uitleg van de overeenkomst. Waar die niet is vast te stellen,
betekent de overeenkomst wat partijen in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs
mochten denken dat zij inhield. Ook wordt in deze formule verwezen naar de relijkheid als
het gaat om wat partijen van elkaar mochten verwachten dat de bewoordingen van een
beding betekenen. Die verwijzing geeft aan de uitleg van overeenkomsten, en daarmee aan
de vaststelling van de inhoud van verbintenissen, een normatief element.
De zogenaamde ‘normatieve uitleg van rechtshandelingen’
Er zijn auteurs die in het begrip uitleg voor de vaststelling van de inhoud van verbintenissen
in de concrete omstandigheden van het geval, ook begrepen achten de toepassing van
ongeschreven normen van redelijkheid en billijkheid. Die methode van uitleg noemen zij
normatieve uitleg. Hun opvatting houdt in dat uitleg van rechtshandelingen e daarmee de
vaststelling van de inhoud van de verbintenis in een concreet geval, bepaald wordt door
redelijkheid en billijkheid, meer dan door wat partijen wilden en bedoelden.
Redelijkheid en billijkheid als grondnorm
In art. 6:2 is voor alle verbintenissen als grondnorm bepaald, dat de schuldeiser en de
schuldenaar zich moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid.
Bij het ontwerpen van het huidige BW is de grote stap gemaakt om alle schuldverhoudingen
aan de eisen van redelijkheid en billijkheid onderworpen te achten, ongeacht of de
verbintenis is ontstaan uit een vertrouwensrelatie of krachtens de wet.
Aanvulling van de verbintenis
De redelijkheid en billijkheid zullen de oplossing moeten geven wanneer zich gevallen
voordoen waaraan partijen of de wetgever niet hebben gedacht en waarvoor dus de
overeenkomst of wet geen duidelijke oplossing biedt. Hierbij zijn dan de aard van de
rechtsverhouding, de omstandigheden van het geval en de wederzijdse belangen bepalend.
1
,Deze functie van het ongeschreven recht om aan te vullen wat in de wet of overeenkomst
ongeregeld bleef, noemt men de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid. In
de rechtspraak zijn veel gevallen waarin de rechter o.g.v. redelijkheid en billijkheid een partij
verplicht tot een prestatie, die niet uitdrukkelijk in de overeenkomst staat. Art. 6:248lid 1
zegt dat een overeenkomst niet alleen de door partijen overeengekomen rechtsgevolgen
heeft, maar ook die welke, naar de aard van de overeenkomst, uit de wet, de gewoonte of
de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeien.
Beperkende of derogerende werking van de redelijkheid en billijkheid
Art. 6:2 lid 2 zegt dat een regel niet van toepassing is, voor zover dit in de gegeven
omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Het kan dus met zich meebrengen dat een regel buiten toepassing moet worden gelaten.
Daarmee is de zogenaamde beperkende of derogerende werking van de redelijkheid en
billijkheid uitdrukkelijk erkend.
De geschiedenis van art. 6:2 lid 2 en art. 6:248 lid 2
De beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid is het eerst tot ontwikkeling
gekomen in het overeenkomstenrecht, waar zij nu art. 6:248 lid 2 is opgenomen. Zij is
vervolgens ook als een algemene bepaling voor verbintenissen in he algemeen in art. 6:2
neergelegd.
Verschil met de aanvullende werking van redelijkheid en billijkheid
De verbintenis wordt aangevuld door de redelijkheid en billijkheid in die gevallen waarin
wet, gewoonte of rechtshandeling geen regel heeft, de derogerende werking van
redelijkheid en billijkheid heeft juist de functie om een tussen partijen geldende regel buiten
toepassing te verklaren. Daarom is he in art. 6:2 lid 2 het buiten toepassing blijven van een
tussen partijen geldende regel alleen geoorloofd verklaard, indien toepassing van de regel
naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zouden zijn.
Toepassingen van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid
Nu het hele verbintenissenrecht onderworpen is aan de redelijkheid en billijkheid, doet de
beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid zich op alle terreinen van het
verbintenissenrecht voelen. De concrete situaties waarin de vraag rijst of de redelijkheid en
billijkheid beperkend werken zijn dan ook uiterst gevarieerd. Zo hangt veel af van de
omstandigheden van het geval en van de aard van de rechtsverhouding waaruit de
verbintenis is ontstaan. Het ruime toepassingsgebied van deze beperkende werking blijkt
ook daaruit dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn
om een beroep te doen op de ongeldigheid van de rechtshandeling.
2
, H2 Nakoming en rechtsvorderingen
2.1 Nakoming
Het BW heeft de term nakoming geïntroduceerd. Enerzijds is het begrip betaling beperkter
dan nakoming omdat het woord betaling in het dagelijks spraakgebruik de betekenis van de
voldoening van geldschulden heeft. Anderzijds is het ruimer omdat het elke prestatie omvat,
ongeacht of daarmee wordt voldaan aan bestaande verbintenissen en dus ongeacht of de
vraag nakoming oplevert. Onder nakoming wordt verstaan het verrichten van een prestatie
die beantwoordt aan de verbintenis.
Gevolg van nakoming; tenietgaan van de verbintenis
Door nakoming gaat de verbintenis teniet. De schuldeiser heeft na nakoming niets meer te
vorderen en de schuldenaar is de schuldeiser niets meer verschuldigd. Nakoming is de
natuurlijke wijze van tenietgaan van een verbintenis. Hiernaast kan het ook tenietgaan door
verrekening (6:127), afstand (6:160) en vermenging (6:161). Ook wanneer de verbintenis
wordt vervangen door een andere verbintenis geldt dit (novatie of schuldvernieuwing).
Wettelijke regeling van de nakoming
Art. 6:27-6:51 gaan over nakoming. Die regels betreffen niet alleen de prestatie die de
schuldenaar moet verrichten, maar ook hoe, wanneer, waar, door wie en aan wie de
verbintenis moet of kan worden nagekomen. Is niet nagekomen in overeenstemming met
die bepalingen, dan is de verbintenis niet nagekomen en is zij dus tenietgegaan.
Algemene uitgangspunten
De wettelijke regeling berust op een aantal algemene uitgangspunten:
1. Nakoming geschiedt alleen door voldoening van de verschuldigde prestatie (art. 6:45)
2. Verbintenissen moeten in beginsel ineens worden voldaan de schuldenaar is niet
bevoegd om zonder toestemming van de schuldeiser het verschuldigde in gedeelten te
voldoen (art. 6:29).
3. Verbintenissen zijn in beginsel onpersoonlijk een verbintenis kan in beginsel door een
ander dan de schuldenaar worden nagekomen (art. 6:30 lid 1). Daarvoor is wel vereist
dat de derde nakomt met het oogmerk om de schuld van de schuldenaar te voldoen.
4. Verbintenissen zijn in beginsel dadelijk opeisbaar een verbintenis kan terstond
worden nagekomen indien geen tijd voor nakoming is bepaald (art. 6:38). Is de tijd wel
bepaald, dan mag de schuldeiser niet eerder vorderen, maar de schuldenaar wel eerder
dan de afgesproken tijd aan zijn prestatieplicht voldoen. Hij kan deze voortijdige
prestatie dan niet meer terugvorderen (art. 6:39). Tot slot vervalt een door de
schuldenaar bedongen tijdsbepaling in de gevallen genoemd in art. 6:40.
2.2 Veroordeling tot nakoming en executie
Vordering tot nakoming
Art. 3:296: Wie jegens een ander verplicht is iets te geven, te doen of na te laten, wordt
daartoe o.g.v. de vordering van de gerechtigde veroordeeld. De schuldeiser heeft er vaak
groot belang bij dat de schuldenaar zijn prestatie nakomt. Een recht op schadevergoeding,
i.p.v. de prestatie is dan geen redelijk alternatief. Deze regel geeft daarom duidelijk aan dat
het recht op nakoming voor de schuldeiser voorop staat. De vordering tot nakoming kan wel
alleen worden toegewezen als de betreffende verplichting afdwingbaar is. Bovendien moet
die verplichting opeisbaar zijn. Waar het verbintenissen uit overeenkomst betreft, is het
3