Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Inleiding tot de rechtswetenschappen deeltentamen A Radboud Universiteit

Beoordeling
-
Verkocht
1
Pagina's
37
Geüpload op
16-10-2019
Geschreven in
2019/2020

Een uitgebreide samenvatting (37 bladzijden) over de leerstof van het deeltentamen A van het vak inleiding tot de rechtswetenschap (Radboud Universiteit te Nijmegen).

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Inleiding tot de Rechtswetenschap
Deeltentamen A Radboud Universiteit
Collegejaar 2019-2020

Hoofdstuk 2
Legisme: het gehele (positieve) recht wordt uitsluitend door de wet geschapen (de wet is enige rechtsbron).

Volgens Montesquieu en Rousseau moest het recht uitsluitend van het volk afkomstig zijn.
→ ‘volonté générale’ → algemene wil van alle burgers samen

Ander recht dan wettenrecht is onbestaanbaar volgens Rousseau, voor rechtersrecht als tweede rechtsbron kan naar zijn
mening geen plaats zijn. De term jurisprudentie moet worden weggekrast uit de taal.

Codificatiegedachte: het recht moet op systematische wijze in wetboeken worden opgenomen.

Regering: Koning en ministers
Ministerraad: ministers en minister-president
Kabinet: ministers en staatssecretarissen

Als regering een besluit neemt, heet zo’n besluit altijd koninklijk besluit (KB). Inhoud hiervan is heel verschillend,
hangt af van de vraag of de regering de bestuurlijke of de wetgevende bevoegdheid uitoefent.
1. Als de regering zijn bestuurlijke bevoegdheid gebruikt, leidt dat gewoonlijk tot een beschikking. Dit is een
rechtsvaststelling ten aanzien van een individuele persoon.
2. De regering ontwikkelt op tal van terreinen een bepaald beleid (onderwijs, cultuur, milieu, defensie). Beleid
wordt vaak uiteindelijk vastgelegd in wetgeving. Regering kan zelfstandig regels maken: algemene maatregel
van bestuur (AMvB).

Rechtspraak in zaken van burgerlijk recht, strafrecht en bestuursrecht opgedragen aan de rechterlijke macht.
Samenstelling en werkwijze rechterlijke macht zijn geregeld in de Wet op de rechterlijke organisatie (wet RO).
→ Belangrijkste taak is de beslechting van geschillen op basis van algemene regels, zoals deze zijn vastgelegd in de
wetgeving.

Beschikking → rechter wordt ingeschakeld om voor een burger iets vast te stellen zonder dat er sprake is van een
geschil.

Parlementaire democratie in NL
• volksvertegenwoordiging
• rechtsstaat
• parlementair stelsel
• grondrechten


Vertegenwoordiging
Representatieve democratie: de leden van de organen (Tweede Kamer, provinciale staten en gemeenteraad)
vertegenwoordigen de bevolking.

Bestaansvoorwaarde bij democratie is dat burgers de bevoegdheid hebben om zelf hun vertegenwoordigers in de
belangrijkste staatsorganen te kiezen → kiesrecht (art. 4 Gw).
• Actief kiesrecht → recht om leden van de vertegenwoordigende organen te kiezen (bv. Leden van
gemeenteraad).
• Passief kiesrecht → recht om in zo’n orgaan te worden gekozen, zoals lid kunnen worden van de
gemeenteraad.

Vertegenwoordiging op centraal niveau:
Het parlement vertegenwoordigt het gehele Nederlandse volk en bestaat uit Eerste en Tweede Kamer. Tweede
Kamerleden worden rechtstreeks door Nederlandse burgers gekozen. Eerste Kamerleden worden door de provinciale
staten van alle twaalf provincies tezamen gekozen.
→ ‘Getrapte’ verkiezingen omdat de leden van de Eerste Kamer niet rechtstreeks, maar via provinciale staten worden
verkozen.

,De rechtsstaat
‘Elk optreden van de overheid is onderworpen aan de regels van het recht.’ De overheid is verplicht zich aan het recht te
houden.

Een burger moet zich tot de onafhankelijke rechter kunnen wenden als hij vindt dat er tegenover hem een rechtsregel is
geschonden door een overheidsorgaan.

Bij elk besluit dat een bestuursorgaan neemt, zijn de zogenoemde algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb)
van toepassing. Zo moet een besluit zorgvuldig worden genomen door alle in aanmerking komende belangen af te
wegen (zorgvuldigheidsbeginsel), en mag het overheidsorgaan opgewekte verwachtingen niet beschamen
(vertrouwensbeginsel).
Samenvattend: de overheid is bij haar taakuitoefening gebonden aan haar eigen rechtsregels. Dit is het beginsel van de
rechtsstaat en een wezenlijk kenmerk van de democratie. Als de overheid de voor haar geldende regels overtreedt, kan
men daartegen bij de rechter opkomen. Verder zijn ook de algemene rechtsbeginselen voor de overheid van toepassing.
Dat is het geval zowel bij wetgeving als bij het bestuur en in de rechtspraak.

Elk optreden van de overheid moet uiteindelijk direct of indirect te herleiden zijn tot de Grondwet = beginsel van
wetmatigheid van bestuur.

,Het parlementaire stelsel
‘De verhouding tussen regering en parlement.’
→ Belangrijkste steunpilaar hiervan is de vertrouwensregel; de regering moet de steun hebben van het parlement om te
kunnen regeren.

Het parlementaire stelsel is in de loop van de negentiende eeuw tot ontwikkeling gekomen aan de hand van de
ministeriële verantwoordelijkheid.

Bij een conflict tussen Tweede Kamer en regering kan de regering aan het bewind blijven, de Kamer ontbinden en
nieuwe verkiezingen uitschrijven (na nieuwe Kamer kan regering niet nogmaals ontbinden). Regering is dan verplicht
om af te treden. Dit betekent dat de regering voor haar voortbestaan is aangewezen op het vertrouwen van een
kamermeerderheid → vertrouwensregel.

Geleidelijk aan is de volgende ongeschreven regel ontstaan: bij fundamentele onenigheid met de Kamer biedt het
kabinet zijn ontslag aan bij het staatshoofd, het staatshoofd houdt dat in beraad en beslist daarover pas na het aantreden
van een nieuw kabinet.

Kabinetsformatie wordt geheel door regels van het onbeschreven recht beheerst. Uitgangspunt bij elke kabinetsformatie
is dat een regering moet worden gevormd die tijdens haar bestaan kan rekenen op de steun van een meerderheid van de
Tweede Kamer. Een kabinet dat aantreedt zal altijd het vertrouwen van een kamermeerderheid moeten hebben.


Parlementaire controle van de ministeriële verantwoordelijkheid:
In 1848 aan beide Kamers in Grondwet 2 rechten toegekend
• Het recht van interpellatie
• Het recht van enquête

Het recht van interpellatie houdt in dat de leden van elk van beide Kamers aan ministers mondeling of schriftelijk
kunnen vragen om inlichtingen. Deze kunnen alle denkbare onderwerpen treffen. Regering behoort door de
beantwoording van vragen de informatie aan te leveren die nodig is om het regeringsbeleid naar behoren te kunnen
controleren.

De minister kan inlichtingen weigeren als de verlangde inlichtingen in strijd zijn met het belang van de Staat. Of hij dat
moet doen, kan hij alleen zelf beoordelen na afweging van alle betrokken belangen.

Voor verkrijgen informatie van de regering biedt het vragenrecht een eenvoudigere vorm dan recht van interpellatie.
Vragenrecht komt aan individuele kamerleden toe. Het gaat om zowel mondelinge als schriftelijke vragen.

Indien naar het oordeel van leden van de Tweede Kamer naar aanleiding van de verkregen inlichtingen bepaalde
maatregelen noodzakelijk zijn, kunnen zij ter zake een motie aan de Kamer voorleggen. Deze kan voorstellen bevatten
voor een bepaald beleid. Er kan ook over het beleid van de minister of gehele regering afkeuring worden uitgesproken
als de uitkomsten van de inlichtingen voor een minister of regering zeer bezwarend zijn → motie van afkeuring. Dit is
een signaal om af te treden.

Recht van enquête is nodig als de Eerste of Tweede Kamer het nodig vindt om een onderwerp tot op de bodem uit te
zoeken, is een enquête het aangewezen middel. Bijzonderheid is dat getuigen verplicht zijn te verschijnen en onder ede
kunnen worden gehoord.

, De grondrechten
‘De meest fundamentele rechten in onze democratie.’

• Ze hebben een wezenlijke betekenis voor de verhouding tussen individu en overheid.
• Ze beperken de staatsmacht ter wille van de menselijke vrijheid en waardigheid.
• Komen voort uit de idee dat de mens meer is dan een lid van de gemeenschap waartoe hij behoort, de overheid
dient dat meerdere te eerbiedigen.
• Ze waarborgen de autonomie van het individu tegenover de overheid.
• Ze vormen de grondbeginselen van de menselijke waardigheid.
• Ze gelden voor iedereen.
• Ze geven gestalte aan de rechtstaat.
• Het zijn onvervreemdbare rechten: ze kunnen niet worden overgedragen of worden opgegeven, omdat ze horen
bij het zijn van mens.
• Ze zijn zo vanzelfsprekend en horen zo bij de mens, dat we ons van hun bestaan maar ternauwernood bewust
zijn.

Onderscheid in klassieke en sociale grondrechten

Klassieke grondrechten
Met het verschijnsel Staat is verbonden de vrees dat deze door zijn macht de vrijheid van het individu zou kunnen
aantasten. De consequentie van deze gedachte is dat de macht van de Staat zodanig in toom moet worden gehouden dat
de rechten van burgers niet in het gedrang komen.

John Locke: “De mens heeft in de maatschappij behoefte aan ordening, veiligheid en rust. De burger kan aan de
overheid opdragen daarvoor zorg te dragen door middel van wetgeving en rechtspraak.” Daarmee staat de burger zijn
vrijheid om zelf het recht te handhaven af aan de Staat. Hij ontvangt van de Staat veiligheid en bescherming. Maar
daarnaast heeft de mens een paar onvervreemdbare rechten: de grondrechten.
→ Locke spreekt van 3 rechten: life, liberty and property.
→ Er is als het ware een contract tussen overheid en burger, waarbij de overheid een bepaalde macht krijgt, terwijl aan
de burger in ruil daarvoor zijn onaantastbare grondrechten worden gelaten.

De grondrechten op leven, vrijheid en eigendom worden de klassieke grondrechten genoemd omdat de meeste ervan al
eeuwen zijn erkend en in diverse eerste constituties zijn opgenomen.
→ Klassieke grondrechten zijn gericht op beperking van de bevoegdheden van de overheid ten opzichte van het
individu. De overheid dient zich bij deze rechten in beginsel van actief optreden te onthouden.

Indeling klassieke grondrechten:
1. Vrijheidsrechten betreffen essentiële aspecten van het menselijk bestaan waarmee de overheid zich in
beginsel niet heeft te bemoeien (vrijheid van godsdienst, meningsuiting, rechten van vereniging, vergadering
en betoging).
2. Politieke rechten betreffen de vrije uitoefening van de democratische bevoegdheden van de burgers (actief,
passief kiesrecht en recht om verzoeken bij de overheid in te dienen). Actieve deelname van de burgers aan
democratie.
3. Gelijkheidsrechten verbieden aan de overheid het maken van onderscheid tussen burgers op tal van terreinen
(discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, ras of geslacht is verboden).

Voorbeeld vrijheidsrecht: vrijheid van meningsuiting
→ Veel jurisprudentie over ontstaan.
→ Verbod aan de overheid om ten aanzien van geschriften censuur te plegen.

Dit verbod is tweezijdig: voorafgaand aan een publicatie mag de overheid daarop geen censuur uitoefenen en na
publicatie is de overheid in beginsel niet gerechtigd (verdere) publicatie te verbieden.
→ Het verbod van art. 7 lid 1 Gw omvat dus in beginsel alle preventieve censuur, in het verlengde daarvan ook het
nodig hebben van een vergunning om als auteur, journalist of filmmaker op te treden.
→ Iets anders is dat de overheid achteraf wel de middelen ter beschikking staan indien de publicatie een strafbaar
karakter blijkt te dragen. Dan kan de overheid naderhand tot strafvervolging over gaan.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1, h2, h3 (par. 1 t/m 7), h4 (par. 1 t/m 10 behalve 5 en 8), h5 (par. 4 en 5.1), h6 (par. 2, 3.1 en
Geüpload op
16 oktober 2019
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$7.74
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
evelyn01

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
evelyn01 Radboud Universiteit Nijmegen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
7 jaar
Aantal volgers
1
Documenten
1
Laatst verkocht
3 jaar geleden

0.0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen