Hfdst 7g klinisch redeneren bij ouderen
Incontinentie en obstipatie
7g.1 inleiding
Urine-incontinentie Obstipatie en fecale incontinentie
Motorisch orgaansysteem: stressincontinentie en Motorisch orgaansysteem:
totale incontinentie bekkenbodemdyssynergie
Digestief orgaansysteem: anale
Neurologisch en motorisch orgaansysteem: dwangincontinentie voor vaste, brijige en
aandrangincontinentie en gemengde incontinentie vloeibare ontlasting, passieve anale
(een combinatie van stress- en incontinentie voor bruin vocht, anale
aandrangincontinentie) incontinentie voor flatus en
prikkelbaredarmsyndroom
Externe oorzaken gecombineerd met motorisch en
neurologisch orgaansysteem: functionele Externe oorzaken
incontinentie
Multipele orgaansystemen: obstipatie als
Multipele orgaansystemen: overloopincontinentie
gevolg van een organische ziekte
Motorisch en cardiovasculair orgaansysteem:
nycturie
De zelfstandigheid en snelheid waarmee iemand het toilet kan
Somatische functiekenmerken bereiken, correleren in hoge mate met continentie. Een
evenwichtsstoornis kan de gang naar het toilet bemoeilijken
Van belang zijn: het initiatief om naar het toilet te gaan, het
vinden van het toilet, het weten hoe dit te gebruiken en het
Cognitieve functiekenmerken
weten hoe met kledingstukken om te gaan (is bemoeilijkt bij
apraxie), interpretatieproblemen en verminderde visus
Persoonlijkheidsfunctiekenmerken Copingstijl is van belang bij het optreden van incontinentie
Ouderen met incontinentie scoren vaker hoger op
Belevingsfunctiekenmerken
depressieschalen
Medicatie kan incontinentie en obstipatie in de hand werken. Polyfarmacie is een risicofactor
voor incontinentie, door stapeling van bijwerkingen
De diagnose incontinentie kan gesteld worden op basis van de klachten, zoals verlies van
druppels of scheutjes bij stressincontinentie en het direct op gang komen van mictie bij
aandrangincontinentie, en met behulp van een incontinentiedagboek
Primaire preventie van incontinentie en obstipatie bij ouderen heeft te maken met het
onderhouden van goede mobiliteit en met preventie van cognitiestoornissen door leefregels
, Urine-incontinentie de klacht van elk onvrijwillig urineverlies.
fecale incontinentie het onvrijwillig verlies van vaste of vloeibare ontlasting.
Anale incontinentie fecale incontinentie plus het onvrijwillige verlies van gas.
Er moet voor obstipatie aan twee of meer van de volgende criteria zijn voldaan.
Hard persen bij de defecaties.
Keutelige of harde ontlasting.
Gevoel van onvolledige lediging.
Gevoel van anorectale obstructie/blokkade.
Minder dan drie defecaties per week.
Handelingen met de vingers, noodzakelijk om ontlasting te verwijderen.
7g.2 prevalentie
Lagere prevalenties bij thuiswonenden
7g.3 anatomie en fysieke functies
Urine die door de nieren wordt geproduceerd, moet in de blaas opgespaard kunnen worden en
ontlasting moet in de endeldarm opgespaard kunnen worden. Het opsparen van urine en ontlasting
moet zodanig zijn dat er geen lekkage optreedt en dat de blaas en de endeldarm zich onder invloed
van de wil kunnen ledigen. Om dit proces optimaal te laten verlopen, zijn nodig: een goed
functionerende blaas met sluitspieren, een goed functionerende dikke darm, endeldarm en anus, een
goed functionerende bekkenbodem, een intacte zenuwvoorziening van de blaas, endeldarm en
bekkenbodem en een intacte aansturing vanuit de hersenen. Een defect in een van deze systemen
kan incontinentie veroorzaken.
7g.3.1 motorisch orgaansysteem (urine-incontinentie)
Stressincontinentie (ook wel druppelincontinentie genoemd): onvrijwillig
urineverlies bij druk in en op de buik. Bijvoorbeeld bij lachen, niezen, hoesten,
bukken, neus snuiten, zwaar tillen en bij haastig bewegen zoals bij sporten
worden druppels tot scheutjes urine verloren. De rest van het mictiepatroon
(urinelozingspatroon) is normaal. Dit type incontinentie komt voor bij een niet
goed functionerend sluit-systeem van de blaas. Bij de sluiting van de blaas is de
hoek tussen het onderste deel van de blaas (blaashals) en de plasbuis (urethra)
belangrijk. Voor het goed functioneren van de hoek tussen de blaashals en
urethra is een goede ondersteuning van de blaas door de bekkenbodem nodig.
De bekkenbodem bestaat uit verscheidene spieren. Een slechte conditie van die
spieren kan stressincontinentie veroorzaken. Ook een defect in de sluitspier kan
stressincontinentie veroorzaken.
Totale incontinentie: ongewild urineverlies door het voortdurend druppelen van
urine uit de plasbuis, zowel overdag als ’s nachts. Treedt op wanneer het sluitme-
chanisme van de blaas niet meer sluit. In dit geval moet ook gedacht worden aan
een overloopincontinentie.
7g.3.2 neurologische en motorisch orgaansysteem (urine-incontinentie)
Aandrangincontinentie (ook wel urge-incontinentie genoemd): ongewild urineverlies na een
plots onhoudbare plasdrang. Bij patiënten met aandrangincontinentie kan soms worden
gesproken van een overactieve blaas. Een overactieve blaas is het complex van plotselinge
hevige aandrang tot urineren met of zonder incontinentie, bij afwezigheid van een infectie of
andere duidelijke oorzaak. Het gaat bij dit type incontinentie om het verlies van een grotere
hoeveelheid urine omdat de blaas zich samentrekt en de aanwezige hoeveelheid urine in de
blaas naar buiten perst. Het kan zijn dat er een probleem met de blaasspier is of dat de
Incontinentie en obstipatie
7g.1 inleiding
Urine-incontinentie Obstipatie en fecale incontinentie
Motorisch orgaansysteem: stressincontinentie en Motorisch orgaansysteem:
totale incontinentie bekkenbodemdyssynergie
Digestief orgaansysteem: anale
Neurologisch en motorisch orgaansysteem: dwangincontinentie voor vaste, brijige en
aandrangincontinentie en gemengde incontinentie vloeibare ontlasting, passieve anale
(een combinatie van stress- en incontinentie voor bruin vocht, anale
aandrangincontinentie) incontinentie voor flatus en
prikkelbaredarmsyndroom
Externe oorzaken gecombineerd met motorisch en
neurologisch orgaansysteem: functionele Externe oorzaken
incontinentie
Multipele orgaansystemen: obstipatie als
Multipele orgaansystemen: overloopincontinentie
gevolg van een organische ziekte
Motorisch en cardiovasculair orgaansysteem:
nycturie
De zelfstandigheid en snelheid waarmee iemand het toilet kan
Somatische functiekenmerken bereiken, correleren in hoge mate met continentie. Een
evenwichtsstoornis kan de gang naar het toilet bemoeilijken
Van belang zijn: het initiatief om naar het toilet te gaan, het
vinden van het toilet, het weten hoe dit te gebruiken en het
Cognitieve functiekenmerken
weten hoe met kledingstukken om te gaan (is bemoeilijkt bij
apraxie), interpretatieproblemen en verminderde visus
Persoonlijkheidsfunctiekenmerken Copingstijl is van belang bij het optreden van incontinentie
Ouderen met incontinentie scoren vaker hoger op
Belevingsfunctiekenmerken
depressieschalen
Medicatie kan incontinentie en obstipatie in de hand werken. Polyfarmacie is een risicofactor
voor incontinentie, door stapeling van bijwerkingen
De diagnose incontinentie kan gesteld worden op basis van de klachten, zoals verlies van
druppels of scheutjes bij stressincontinentie en het direct op gang komen van mictie bij
aandrangincontinentie, en met behulp van een incontinentiedagboek
Primaire preventie van incontinentie en obstipatie bij ouderen heeft te maken met het
onderhouden van goede mobiliteit en met preventie van cognitiestoornissen door leefregels
, Urine-incontinentie de klacht van elk onvrijwillig urineverlies.
fecale incontinentie het onvrijwillig verlies van vaste of vloeibare ontlasting.
Anale incontinentie fecale incontinentie plus het onvrijwillige verlies van gas.
Er moet voor obstipatie aan twee of meer van de volgende criteria zijn voldaan.
Hard persen bij de defecaties.
Keutelige of harde ontlasting.
Gevoel van onvolledige lediging.
Gevoel van anorectale obstructie/blokkade.
Minder dan drie defecaties per week.
Handelingen met de vingers, noodzakelijk om ontlasting te verwijderen.
7g.2 prevalentie
Lagere prevalenties bij thuiswonenden
7g.3 anatomie en fysieke functies
Urine die door de nieren wordt geproduceerd, moet in de blaas opgespaard kunnen worden en
ontlasting moet in de endeldarm opgespaard kunnen worden. Het opsparen van urine en ontlasting
moet zodanig zijn dat er geen lekkage optreedt en dat de blaas en de endeldarm zich onder invloed
van de wil kunnen ledigen. Om dit proces optimaal te laten verlopen, zijn nodig: een goed
functionerende blaas met sluitspieren, een goed functionerende dikke darm, endeldarm en anus, een
goed functionerende bekkenbodem, een intacte zenuwvoorziening van de blaas, endeldarm en
bekkenbodem en een intacte aansturing vanuit de hersenen. Een defect in een van deze systemen
kan incontinentie veroorzaken.
7g.3.1 motorisch orgaansysteem (urine-incontinentie)
Stressincontinentie (ook wel druppelincontinentie genoemd): onvrijwillig
urineverlies bij druk in en op de buik. Bijvoorbeeld bij lachen, niezen, hoesten,
bukken, neus snuiten, zwaar tillen en bij haastig bewegen zoals bij sporten
worden druppels tot scheutjes urine verloren. De rest van het mictiepatroon
(urinelozingspatroon) is normaal. Dit type incontinentie komt voor bij een niet
goed functionerend sluit-systeem van de blaas. Bij de sluiting van de blaas is de
hoek tussen het onderste deel van de blaas (blaashals) en de plasbuis (urethra)
belangrijk. Voor het goed functioneren van de hoek tussen de blaashals en
urethra is een goede ondersteuning van de blaas door de bekkenbodem nodig.
De bekkenbodem bestaat uit verscheidene spieren. Een slechte conditie van die
spieren kan stressincontinentie veroorzaken. Ook een defect in de sluitspier kan
stressincontinentie veroorzaken.
Totale incontinentie: ongewild urineverlies door het voortdurend druppelen van
urine uit de plasbuis, zowel overdag als ’s nachts. Treedt op wanneer het sluitme-
chanisme van de blaas niet meer sluit. In dit geval moet ook gedacht worden aan
een overloopincontinentie.
7g.3.2 neurologische en motorisch orgaansysteem (urine-incontinentie)
Aandrangincontinentie (ook wel urge-incontinentie genoemd): ongewild urineverlies na een
plots onhoudbare plasdrang. Bij patiënten met aandrangincontinentie kan soms worden
gesproken van een overactieve blaas. Een overactieve blaas is het complex van plotselinge
hevige aandrang tot urineren met of zonder incontinentie, bij afwezigheid van een infectie of
andere duidelijke oorzaak. Het gaat bij dit type incontinentie om het verlies van een grotere
hoeveelheid urine omdat de blaas zich samentrekt en de aanwezige hoeveelheid urine in de
blaas naar buiten perst. Het kan zijn dat er een probleem met de blaasspier is of dat de