pijn
7i.1 inleiding
Acute pijn wordt omschreven als pijn die recentelijk is begonnen, met waarschijnlijk een
beperkte duur, meestal met een vastgestelde temporele (tijdelijke) en causale relatie met
letsel of ziekte. Vaak als gevolg van ziekte, trauma of heelkunde.
Chronische pijn wordt gedefinieerd als pijn die aanhoudt voorbij het punt waarop genezing
naar verwachting volledig zou zijn (over het algemeen een periode van drie maanden).
Chronische pijn kan ook optreden bij ziekteprocessen waarbij genezing niet plaatsvindt en
kan eveneens worden ervaren wanneer er geen aanwijzingen voor weefselschade zijn
Verschillen acute pijn en chronische pijn
Acute pijn Chronische pijn
Minder duidelijk definieerbare
oorzaak.
Dreigende of feitelijke
Vermindert de functionele
weefselbe- schadiging. De
Oorzaak en gevolg capaciteit van weefsels en organen.
uiteindelijke schade aan het
Kan ook worden ervaren als er geen
weefsel blijft beperkt.
aanwijzingen zijn voor
weefselschade.
Kan één tot drie maanden duren. Duurt minimaal drie maanden.
Duur van de pijn
Lijden vermindert met de tijd. Lijden wordt erger met de tijd.
Goed te lokaliseren.
Gespannen, naar binnen gericht, Verbale of non-verbale weergave
Gewaarwording beïnvloedt de tijdsperceptie en Maladaptieve (onaangepaste)
het denken. Verbale uiting van reactie is gebruikelijk.
intense beperkte pijnervaring.
Terugtrekken van sociale Verminderde sociale activiteiten.
contacten. Comorbiditeiten, zoals depressie,
Effect op functioneren
Kan een waarschuwende functie angst en slaapproblemen. Geen
hebben. biologisch voordeel.
Afhankelijk van de oorzaak, vaak
Rust, ontlasten of ontzien,
Behandelingsmogelijkhede multidisciplinaire aanpak en
farmacologische behandeling
n combinatie van farmacologische en
(pijnstillers).
niet-farmacologische behandeling.
Nociceptieve pijn wordt veroorzaakt door een prikkeling van de zenuwuiteinden en is pijn die duidt
op weefselschade (huid, spieren, bot, ingewanden). De pijn kan stekend en/of zeurend aanvoelen en
kan zowel chronisch als acuut zijn.
Neuropathische pijn ontstaat door een directe zenuwbeschadiging of een disfunctie van het
zenuwstelsel, bijvoorbeeld door de groei van een tumor of door een hernia. Deze pijn voelt vaak
branderig of tintelend aan.
, Centrale pijn: hierbij worden pijnprikkels in de hersenen, na schade, zelf gegenereerd. Deze pijn kan
optreden na CVA en heet dan poststrokepijn of als gevolg van ander hersenletsel, bijvoorbeeld
vasculaire dementie
Pijnmodel van loeser:
1. Nociceptie. De eerste cirkel representeert de (dreigende) verwonding (weefselbeschadiging),
waarbij pijnprikkels in zenuwsignalen worden omgezet. Dit is een lichamelijk proces. De
overgang van weefselbeschadiging naar het ontstaan van een pijnprikkel is niet precies
bekend. Als er alleen sprake is van nociceptie, is men zich nog niet bewust van de pijn.
2. Pijngewaarwording. De gewaarwording van pijn is het resultaat van de verwerking van de
hersenen dat de pijnprikkel uit cirkel 1 is aangekomen. Het centrale zenuwstelsel heeft de
pijn geregistreerd.
3. Pijnbeleving. De pijnbeleving ontstaat als gevolg van de pijnervaring en is per persoon
afhankelijk. De ervaring van pijn wordt beïnvloed door eerdere pijnervaringen. Hierbij
kunnen verschillende externe en persoonlijke factoren een rol spelen.
4. Pijngedrag. Een persoon vertoont pijngedrag om de pijn kenbaar te maken aan de omgeving
of hulpverlener. Dit kan zowel verbaal als non-verbaal zijn. De interactie (samenspel) tussen
nociceptie, de gewaarwording, de beleving en het pijngedrag is pijn.
7i.2 prevalentie
Uit onderzoek blijkt dat 25-50% van de 65-plussers chronische pijn ervaart. In een andere studie ligt
dit percentage hoger en gaf 84% van de ouderen aan pijn te ervaren, van wie 24% ernstige pijn;
daarbij geeft 26% aan dat deze ernstige pijn bijna altijd interfereert met het dagelijks leven en een
nadelige invloed heeft op de sociale contacten en bezigheden.
7i.2.1 thuiswonende ouderen
De prevalentie van chronische pijn bij thuiswonende ouderen varieert tussen de 25-76%
7i.2.2 ouderen in verzorg- of verpleeghuis
Een Nederlandse studie toonde aan dat circa 70% van de verpleeghuisbewoners pijn heeft, van wie
93% chronische pijn
7i.2.3 ouderen in de laatste levensfase