Polyfarmacie bij oudere patiënten
7j.1 inleiding
Polyfarmacie betekent letterlijk het gebruik van twee of meer geneesmiddelen
7j.1.1 veelvoorkomende medicijnen
tromocytenaggreagtieremmers 54%
betablokkers 46%
Cholesterolverlagers 44%
maagzuurremmers 42%
ACE-remmers 29%
NSAID’s 27%
corticosteroïden 21%
laxantia 20%
Hypnotica en sedativa 20%
Orale bloedglucoseverlagende middelen 19%
7j.2 prevalentie en risicofactoren
De prevalentie van polyfarmacie varieert tussen 30-45% van de ouderen in Nederland.
7j.3 farmacologie: anatomie en fysieke functies
farmacokinetiek wat het lichaam doet met het geneesmiddel
farmacodynamiek hoe geneesmiddelen werken op het lichaam
7j.3.1 farmacokinetiek
Er zijn vier onderdelen te onderscheiden: absorptie, distributie, metabolisme en excretie.
Dranken worden het snelst opgenomen, gevolgd door suspensies, capsules, tabletten en tabletten
met een coating.
de lever speelt een belangrijke rol bij de absorptiefase. Medicijnen die via het maag-darmkanaal
worden opgenomen, gaan eerst door de lever voordat ze in de bloedbaan terechtkomen. Dit heet
het eerstepassage- of firstpass-effect.
Medicijnen die via het maag-darmkanaal worden opgenomen, zijn ofwel in vet oplosbaar (lipofiel) of
in water oplosbaar (hydrofiel). Bijna alle medicijnen die in de hersenen werken, zijn lipofiel, omdat ze
door een lipofiel membraan moeten voordat ze de hersenen bereiken, de bloed-hersenbarrière.
Voordat dieper wordt ingegaan op hoe medicijnen werken in het lichaam nadat ze verspreid zijn,
wordt eerst toegelicht hoe het lichaam een medicijn weer opruimt, ook wel klaring genoemd. De
nieren en de lever zijn hierbij de belangrijkste organen. Ze reinigen het plasma, waarna het
vetweefsel opgeslagen medicijn loslaat naar het plasma toe. Het opruimen van medicijnen die in het
vet opgeslagen liggen (lipofiele medicijnen), duurt dus relatief lang ten opzichte van medicijnen die in
het plasma blijven (hydrofiele medicijnen).
7j.3.2 farmacodynamiek: cellen in alle orgaansystemen
, Medicijn Farmacodynamiek Verandering bij hogere leeftijd
Antipsychotica Sedatie, extrapiramidale symptomen Toegenomen
Benzodiazepinen Sedatie, balansproblemen Toegenomen
Bèta-agonisten Bronchodilatatie Afgenomen
Bètablokkers Antihypertensief effect Afgenomen
Vitamine K-antagonisten Anticoagulant effect Toegenomen
Furosemide Piekdiurese Afgenomen
Morfine Analgetisch effect, sedatie Toegenomen
Propofol Anesthetisch effect Toegenomen
Verapamil Antihypertensief effect Toegenomen
7j.4 externe en persoonlijke factoren
Als persoonskenmerken spelen therapieontrouw, cognitieve stoornissen en multimorbiditeit een rol.
Gerelateerd Naamgeving Werkingsmecha Frequente
roepsnaam
orgaan(systeem) (voorbeelden) nisme (bij)werking
Remmen de
- bloedstolling door
Trombocyten- Bloedingen,
Bloed (carbasalaatcalcium, middel van
aggregatie-remmers maagzweer
dipyridamol) remming van de
bloedplaatjes
Remt het Lage bloeddruk, trage
-olol (metoprolol,
Bètablokkers Cardiovasculair sympathische pols, kortademigheid,
bisoprolol)
zenuwstelsel koude vingers
Choleste -statine Maag-darmklachten,
Remt de aanmaak
rolverlagers Lever (simvastatine, spierpijn, verhoogde
van cholesterol
(statines) atorvastatine) leverenzymen
Soms
Protonpompremme -prazol (omeprazol, Remt de maag-
Digestief leverenzymstoor-
r panto- prazol) zuurproductie
nissen
ACE-remmers Vocht- en -pril (enalapril, Remt het renine- Lage bloeddruk, hoog
elektrolytenbalan perindopril) angiotensine-al- kalium, laag natrium,
s en dosteronsysteem nierfunctiestoornissen