5 vwo | hoofdstuk 14
oefentoets
Lichtgevoelige hechtpleister
Een hechtpleister is voorzien van een kleeflaag. Vaak worden voor deze kleeflaag
acrylpolymeren gebruikt. Zo’n polymeer bestaat vaak uit verschillende soorten
monomeren. Een gedeelte uit zo’n polymeer kan als volgt in structuurformule worden
weergegeven:
1 [3p] Geef de structuurformules van de drie monomeren waar bovenstaand
polymeer uit gevormd is.
2 [3p] Geef van elk van de onderstaande termen aan of ze van toepassing zijn op
bovenstaand acrylpolymeer. Licht elk antwoord toe.
thermoplast, thermoharder, geleidend polymeer, composiet, additiepolymeer,
condensatiepolymeer
Wanneer de kleeflaag van een hechtpleister op de huid wordt gedrukt, ontstaan er
bindingen tussen polymeermoleculen in de kleeflaag en moleculen van het eiwit
collageen, dat in de huid voorkomt. Collageen bestaat uit verschillende
polyamideketens. Hieronder zie je een kenmerkend stukje van een collageenketen:
De hechting van de kleeflaag aan de huid is een gevolg van de bindingen die
bestaan tussen de zijgroepen van de monomeereenheden in het polymeer van de
kleeflaag en de zijgroepen van de keten in het collageen.
, 5 vwo | hoofdstuk 14
Hoofdstuktoets A
3 [2p] Leg uit welke twee soorten bindingen bij het hechten van een pleister aan de
huid kunnen worden gevormd tussen de zijgroepen van het stukje van de
acrylpolymeerketen, dat hierboven is getekend, en de zijgroepen van het
weergegeven stukje van de polyamideketen van collageen. Geef daarbij van elk
type binding aan tussen welke zijgroepen van de genoemde stukjes
polymeerketen en polyamideketen die binding wordt gevormd.
Het verwijderen van een hechtpleister is niet altijd pijnloos. Om deze verwijdering te
vergemakkelijken, is de zogenoemde ‘lichtgevoelige hechtpleister’ ontwikkeld.
In de kleeflaag van zo’n pleister bevindt zich een ketenpolymeer dat zijgroepen bevat
waarmee onder invloed van licht een reactie kan plaatsvinden. Bovendien bevat de
kleeflaag een zogenoemde foto-initiator. Wanneer de kleeflaag aan licht wordt
blootgesteld, brengt deze foto-initiator een reactie op gang. Hierdoor wordt het
ketenpolymeer omgezet tot een netwerkpolymeer met een minder grote kleefkracht.
De hechtpleister kan dan makkelijk worden losgetrokken.
Hieronder is de structuurformule van een gedeelte van zo’n ketenpolymeer
weergegeven.
4 [2p]Leg uit, aan de hand van bovenstaande structuurformule, dat een
netwerkpolymeer ontstaat. Vermeld ook de naam van het type reactie dat daarbij
plaatsvindt.
Heupprothese
Keramische materialen zoals aluminiumoxide worden gebruikt bij het vervaardigen
van heupprotheses zoals in onderstaande figuur is weergegeven. Deze materialen
zijn namelijk zeer hard en slijten minder dan kunststoffen of metalen.
© Noordhoff Uitgevers bv, 2020 Chemie Overal 5e editie | 5 vwo | H14 | KTI Hoofdstuktoets A
oefentoets
Lichtgevoelige hechtpleister
Een hechtpleister is voorzien van een kleeflaag. Vaak worden voor deze kleeflaag
acrylpolymeren gebruikt. Zo’n polymeer bestaat vaak uit verschillende soorten
monomeren. Een gedeelte uit zo’n polymeer kan als volgt in structuurformule worden
weergegeven:
1 [3p] Geef de structuurformules van de drie monomeren waar bovenstaand
polymeer uit gevormd is.
2 [3p] Geef van elk van de onderstaande termen aan of ze van toepassing zijn op
bovenstaand acrylpolymeer. Licht elk antwoord toe.
thermoplast, thermoharder, geleidend polymeer, composiet, additiepolymeer,
condensatiepolymeer
Wanneer de kleeflaag van een hechtpleister op de huid wordt gedrukt, ontstaan er
bindingen tussen polymeermoleculen in de kleeflaag en moleculen van het eiwit
collageen, dat in de huid voorkomt. Collageen bestaat uit verschillende
polyamideketens. Hieronder zie je een kenmerkend stukje van een collageenketen:
De hechting van de kleeflaag aan de huid is een gevolg van de bindingen die
bestaan tussen de zijgroepen van de monomeereenheden in het polymeer van de
kleeflaag en de zijgroepen van de keten in het collageen.
, 5 vwo | hoofdstuk 14
Hoofdstuktoets A
3 [2p] Leg uit welke twee soorten bindingen bij het hechten van een pleister aan de
huid kunnen worden gevormd tussen de zijgroepen van het stukje van de
acrylpolymeerketen, dat hierboven is getekend, en de zijgroepen van het
weergegeven stukje van de polyamideketen van collageen. Geef daarbij van elk
type binding aan tussen welke zijgroepen van de genoemde stukjes
polymeerketen en polyamideketen die binding wordt gevormd.
Het verwijderen van een hechtpleister is niet altijd pijnloos. Om deze verwijdering te
vergemakkelijken, is de zogenoemde ‘lichtgevoelige hechtpleister’ ontwikkeld.
In de kleeflaag van zo’n pleister bevindt zich een ketenpolymeer dat zijgroepen bevat
waarmee onder invloed van licht een reactie kan plaatsvinden. Bovendien bevat de
kleeflaag een zogenoemde foto-initiator. Wanneer de kleeflaag aan licht wordt
blootgesteld, brengt deze foto-initiator een reactie op gang. Hierdoor wordt het
ketenpolymeer omgezet tot een netwerkpolymeer met een minder grote kleefkracht.
De hechtpleister kan dan makkelijk worden losgetrokken.
Hieronder is de structuurformule van een gedeelte van zo’n ketenpolymeer
weergegeven.
4 [2p]Leg uit, aan de hand van bovenstaande structuurformule, dat een
netwerkpolymeer ontstaat. Vermeld ook de naam van het type reactie dat daarbij
plaatsvindt.
Heupprothese
Keramische materialen zoals aluminiumoxide worden gebruikt bij het vervaardigen
van heupprotheses zoals in onderstaande figuur is weergegeven. Deze materialen
zijn namelijk zeer hard en slijten minder dan kunststoffen of metalen.
© Noordhoff Uitgevers bv, 2020 Chemie Overal 5e editie | 5 vwo | H14 | KTI Hoofdstuktoets A