Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Belangrijkste passages uit de verplichte artikelen van het vak Verdieping Vennootschapsbelasting

Beoordeling
3.0
(1)
Verkocht
-
Pagina's
150
Geüpload op
19-10-2019
Geschreven in
2019/2020

Dit document bevat een selectie van de belangrijkste artikelen. Niet relevante onderdelen van de artikelen heb ik weggelaten

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Verdieping VPB - artikelen



Week 36 – Financiering met EV
De Winter - Artikel 13a - Wet op de vennootschapsbelasting 1969 - Waardering
beleggingslichaam

2. Waardering economische verkeer en 25%-belang (art. 13a, lid 1)

In art. 13a, lid 1 staat:

De belastingplichtige die al dan niet tezamen met een verbonden lichaam een …
belang heeft van 25% of meer in een lichaam:'

Indien een belastingplichtige, eventueel samen met een verbonden lichaam, een
belang heeft van 25% of meer in een laagbelaste beleggingsdeelneming
waarvan de bezittingen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestaan uit
beleggingen, moet hij dit belang jaarlijks op de waarde in het economische
verkeer waarderen.

Voor de toepassing van art. 13a wordt de definitie van verbonden lichaam als
volgt in art. 10a, lid 4 weergegeven:

a. 'een lichaam waarin de belastingplichtige voor ten minste een derde
gedeelte belang heeft;
b. een lichaam dat voor ten minste een derde gedeelte belang heeft in de
belastingplichtige;
c. een lichaam waarin een derde voor ten minste een derde gedeelte belang
heeft, terwijl deze derde tevens voor ten minste een derde gedeelte
belang heeft in de belastingplichtige (…);
d. een lichaam dat met de belastingplichtige deel uitmaakt van een fiscale
eenheid als bedoeld in de artikelen 15 en 15a, (…)
e. tevens kan de Minister op verzoek van een samenwerkende groep van
niet-verbonden lichamen deze groep aanmerken als verbonden lichamen.'

Een deelneming dient volgens de regels van goed koopmansgebruik te worden
gewaardeerd.

4. Onderworpenheidstoets (art. 13a, lid 1, onderdeel a)

In art. 13a, lid 1, onderdeel a staat:

'dat niet is onderworpen aan een belasting naar de winst die resulteert in een
naar Nederlandse begrippen reële heffing'

Het onderworpen zijn aan een belasting naar de winst die resulteert in een naar
Nederlandse begrippen reële heffing wordt de onderworpenheidstoets genoemd
die ook opgenomen is onder art. 13, lid 11. In de toelichting bij art. 13, lid 11 is
een groot aantal voorbeelden genoemd van afwijkingen in de desbetreffende
buitenlandse winstbelasting ten opzichte van de Nederlandse

,vennootschapsbelasting, die al dan niet ertoe kunnen leiden dat sprake is van
een 'reële heffing'.

De onderworpenheidstoets begint bij het 'reguliere tarief van een
winstbelasting', dat ten minste 10% moet bedragen. Tariefopstapjes of -afstapjes
worden daarbij buiten beschouwing gelaten. De memorie van toelichting voegt
daaraan toe dat dit alleen het geval is 'indien deze vanwege de hoogte van het
tarief of de lengte van de schijf geen betekenisvolle invloed hebben op de
uiteindelijke belastingdruk'.

5. Bezittingentoets (art. 13a, lid 1, onderdeel b)

In art. 13a, lid 1, onderdeel b staat:

'waarvan de bezittingen, onmiddellijk of middellijk, uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend, bestaan uit laagbelaste beleggingen,'

Voor de bezittingentoets moet beoordeeld worden of de bezittingen van de
dochtervennootschap onmiddellijk of middellijk grotendeels bestaan uit andere
bezittingen dan laagbelaste vrije beleggingen.

Met 'middellijk' is bedoeld dat ingeval de dochtermaatschappij
(aandelen)belangen in andere lichamen bezit, deze belangen moeten worden
geconsolideerd voor de bezittingentoets. Deze consolidatie vindt pro rata plaats.
Dat betekent dat bij een 50%-belang 50% van de bezittingen van het andere
lichaam wordt toegerekend aan de dochtermaatschappij. Door de regeling van
art. 13, lid 12 is consolidatie bij de dochter alleen aan de orde bij belangen van
de dochter van 5% of meer. Volgens art. 13, lid 12 wordt bij belangen van
minder dan 5% namelijk per definitie aangenomen dat er sprake is van
beleggen.

8. Gecontroleerd lichaam (CFC-maatregel ATAD1) juncto art. 13ab vrijgesteld (lid
4)

Dit vierde lid regelt dat in afwijking van het eerste lid een waardeverandering
van een belang in een lichaam als bedoeld in het eerste lid niet in aanmerking
wordt genomen voor zover die waardeverandering rechtstreeks samenhangt met
voordelen die op grond van het voorgestelde art. 13ab bij het bepalen van de
winst van de belastingplichtige in aanmerking zijn genomen of in mindering
kunnen worden gebracht op grond van het zevende lid van genoemd art. 13ab.

Het nieuwe vierde lid voorkomt dat er tweemaal wordt geheven over dezelfde
winst van een gecontroleerd lichaam, eerst op grond van art. 13ab en vervolgens
op grond van het waarderingsvoorschrift van art. 13a, lid 1. Op grond van
art. 13ab, lid 7 wordt, voor zover in enig jaar het saldo van door een
gecontroleerd lichaam genoten besmette voordelen negatief is en op grond van
art. 13ab, lid 2 niet in aanmerking wordt genomen, het positieve saldo van de
zes volgende jaren vermeerderd met dat negatieve saldo, maar niet verder dan
tot nihil.\



Het driestappenplan van de CFC maatregel ziet er als volgt uit:

, 1. Allereerst is de vraag of er sprake is van een CFC (stap 1). Dat is het geval
als de Nederlandse belastingplichtige een belang heeft van meer dan 50%
in het buitenlandse lichaam (stap 1a: wel/niet controle) en als de
belastingheffing in het land waar de CFC is gevestigd minder dan de helft
bedraagt van de belasting die in Nederland zou zijn geheven als het
lichaam in Nederland zou zijn gevestigd (stap 1b: wel/niet laagbelast). Als
er sprake is van een CFC, dan moet de niet-uitgekeerde winst van de CFC
naar rato van zijn belang in een CFC in de Nederlandse belastinggrondslag
worden opgenomen.
2. Als tweede stap moet het inkomen van de CFC worden bepaald dat aan de
Nederlandse belastinggrondslag moet worden toegevoegd (stap 2). ATAD1
biedt lidstaten daarvoor twee mogelijkheden (model A of model B).
 Model A: grijpt aan bij bepaalde (voornamelijk passieve)
inkomstenstromen (zoals rente, royalty's en dividenden) van de
CFC, tenzij sprake is van wezenlijke economische activiteiten
 Model B: gaat uit van een benadering op basis van het arm's-
lengthbeginsel dat inkomen alleen als CFC-inkomen aanmerkt voor
zover het inkomen betreft dat via kunstmatige structuren, die zijn
opgezet met als wezenlijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen,
naar de CFC wordt geleid. Voor zover de CFC inkomen geniet terwijl
de functies die dat inkomen genereren bij de belastingplichtige
worden verricht, dient dat inkomen op basis van model B te worden
bijgeteld in de belastinggrondslag van de belastingplichtige.
3. Bij model A moet als derde stap worden bekeken of er bij de CFC sprake is
van een 'wezenlijke economische activiteit'. Als dat het geval is, dan geldt
de CFC-maatregel niet (stap 3)

Dijkstra - Alles went, behalve een fictief dividend: de CFC-regeling uit de ATAD
en de gevolgen voor art. 13a Wet VPB 1969

1 Inleiding
Met het aannemen van de Anti-Tax Avoidance Directive (ATAD) hebben de EU-
lidstaten zich verplicht tot het implementeren van maatregelen tegen
belastingontwijking, waaronder controlled foreign company (hierna: CFC)-
wetgeving.
De Wet VPB 1969 bevat reeds CFC-wetgeving in de vorm van art. 13a Wet op de
Vennootschapsbelasting 1969 (Wet VPB 1969).
2 De huidige Nederlandse CFC-wetgeving: art. 13a Wet VPB 1969
Op grond van art. 13a Wet VPB 1969 is een belastingplichtige onder
omstandigheden verplicht haar belang in een dochtervennootschap jaarlijks te
waarderen tegen de waarde in het economische verkeer
(herwaarderingsverplichting).3 Hierdoor wordt het resultaat van de
dochtervennootschap onderworpen aan vennootschapsbelasting bij de moeder
voordat winstuitkeringen hebben plaatsgevonden of een vervreemdingsvoordeel
is gerealiseerd, en gaan zowel het tarief- als het uitstelvoordeel gemoeid met het
gebruik van een CFC verloren. De herwaarderingsverplichting van art. 13a Wet
VPB 1969 kan ook in een negatief herwaarderingsvoordeel resulteren (en dus
een verlies).
Art. 13a Wet VPB 1969 bevat de volgende cumulatieve voorwaarden voor
toepassing van de herwaarderingsverplichting:

, (i)
het moet gaan om een ter belegging gehouden deelneming (een deelneming die
een onderneming drijft wordt niet als belegging gehouden waardoor de
herwaarderingsverplichting van art. 13a Wet VPB 1969 toepassing mist.) ;
(ii)
het gehouden belang in de deelneming is ten minste 25%;
(iii)
de CFC is niet onderworpen aan een naar Nederlandse maatstaven reële heffing
(minder dan 10%); en
(iv)
de bezittingen van de CFC bestaan voor ten minste 90% uit laagbelaste vrije
beleggingen.
De vormgeving van art. 13a Wet VPB 1969 is zodanig dat de aanwezigheid van
een herwaarderingsverplichting toepassing van de deelnemingsvrijstelling
uitsluit. Ten slotte kent art. 13a Wet VPB 1969 een economische benadering van
het “voordeelbegrip”: als sprake is van een (latent) verlies bij de CFC zal door de
herwaarderingsverplichting een negatief voordeel (en dus een verlies) ook
eerder in de heffing van Vpb worden betrokken.




Linden en Kin – De kwalificatie van hybride instrumenten
Hybride instrumenten zijn geldverstrekkingen met zowel eigenschappen van
kapitaal als van schuld. Om verschillende redenen kan het voor Nederlandse
vennootschappen interessant zijn om hybride instrumenten uit te geven. Hierbij
moet vooral worden gedacht aan hybride instrumenten die als kapitaal
kwalificeren vanuit het perspectief van rating agencies of toezichthouders, terwijl
deze als schuld kwalificeren vanuit fiscaal perspectief. Dergelijke instrumenten
versterken aan de ene kant de kapitaalspositie van de uitgevende instelling en
genieten aan de andere kant de gunstige fiscale schuldbehandeling, met als
gevolg dat rentebetalingen aftrekbaar zijn en zonder bronbelasting gedaan
kunnen worden. Wij merken in de praktijk dat er in de Nederlandse markt een
hernieuwde interesse is voor de uitgifte van hybride instrumenten. Dit komt
enerzijds door de invoering van art. 29a Wet op de vennootschapsbelasting 1969
(Wet VPB 1969) en anderzijds door de mondiaal aantrekkende economie.

Civielrechtelijk bestaat een afgebakende definitie van een geldlening. Een
geldverstrekking is een geldlening indien er een terugbetalingsverplichting is, al
dan niet voorwaardelijk en uiterlijk op het moment van de ontbinding van de
debiteur. De rentevergoeding, de mate van achtergesteldheid en de looptijd
hebben geen invloed op de civielrechtelijke kwalificatie van een geldlening. De in
dit artikel besproken hybride instrumenten uitgegeven in de Nederlandse markt
kwalificeren allemaal als schuldinstrumenten naar civielrechtelijke maatstaven

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
19 oktober 2019
Aantal pagina's
150
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$10.80
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
6 jaar geleden

3.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
basdries333 Erasmus Universiteit Rotterdam
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
19
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
11
Documenten
0
Laatst verkocht
4 jaar geleden

3.4

5 beoordelingen

5
1
4
0
3
4
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen