HOOFDSTUK 8 CARDIORESPIRATOIRE REACTIES OP ACUTE INSPANNING
(blz. 221 t/m 236/237)
Het meten van de hartfrequentie wordt simpelweg gedaan door het opnemen van de hartslag,
gewoonlijk bij de pols- of halsslagaderen. De hartfrequentie geeft een goede indicatie van de
relatieve intensiteit van de inspanning. De rusthartslag (Hf rust ) is gemiddeld 60 tot 80 sl/min. Bij
zeer goed getrainde duursporters zijn rusthartslagen van 28 tot 40 sl/min gemeten. Dit is
voornamelijk het gevolg van een toename in parasympathische (vagale) tonus die optreedt door
duurtraining.
Voor elke volgende verhoging in intensiteit zal de hartslag in 2 tot 3 minuten een nieuwe steady-
state-waarde bereiken. Maar hoe intensiever de inspanning, hoe langer het duurt voordat deze
waarde wordt bereikt.
, De vergelijking van Fick:
In zijn simpelste vorm zegt het principe van Fick dat de zuurstofopname door weefsel afhankelijk is
van de bloedstroom naar dat weefsel en van de hoeveelheid zuurstof die uit
het bloed naar het weefsel gaat. Het principe van Fick kan worden toegepast
op het gehele lichaam of op regionale circulaties. De zuurstofopname is het
product van de bloedstroom en van het verschil in zuurstofconcentratie in het
bloed, tussen het arteriële bloed naar het weefsel toe en het veneuze bloed uit
hetzelfde weefsel, het (a-v¯v¯)O2-verschil. De zuurstofopname van het hele
lichaam ( O2) wordt berekend als het product van het hartminuutvolume
(HMV) en het (a-v¯v¯)O2-verschil.
De cardiale reactie op inspanning
Om te zien hoe Hf, SV en HMV variëren onder verschillende omstandigheden
van rust en inspanning kijken we naar het volgende voorbeeld. Iemand komt
van een liggende positie omhoog naar een zittende en dan naar een staande
positie. Hij start met wandelen. Zijn wandeltempo gaat over in een looppas
(joggen) en uiteindelijk gaat hij hard rennen. Hoe reageert zijn hart?
Zijn hartfrequentie in liggende positie is ongeveer 50 sl/min, en neemt toe naar
ongeveer 55 sl/min in zittende positie en naar ongeveer 60 sl/min in staande
positie. Als het lichaam van een liggende naar een zittende positie gaat en
daarna naar een staande, laat de zwaartekracht bloed in de benen ophopen,
wat het volume naar het hart terugkerend bloed verlaagt en daarmee het
slagvolume. Om hiervoor te compenseren gaat de hartfrequentie omhoog om
het hartminuutvolume te handhaven, omdat HMV = Hf × SV.
(blz. 221 t/m 236/237)
Het meten van de hartfrequentie wordt simpelweg gedaan door het opnemen van de hartslag,
gewoonlijk bij de pols- of halsslagaderen. De hartfrequentie geeft een goede indicatie van de
relatieve intensiteit van de inspanning. De rusthartslag (Hf rust ) is gemiddeld 60 tot 80 sl/min. Bij
zeer goed getrainde duursporters zijn rusthartslagen van 28 tot 40 sl/min gemeten. Dit is
voornamelijk het gevolg van een toename in parasympathische (vagale) tonus die optreedt door
duurtraining.
Voor elke volgende verhoging in intensiteit zal de hartslag in 2 tot 3 minuten een nieuwe steady-
state-waarde bereiken. Maar hoe intensiever de inspanning, hoe langer het duurt voordat deze
waarde wordt bereikt.
, De vergelijking van Fick:
In zijn simpelste vorm zegt het principe van Fick dat de zuurstofopname door weefsel afhankelijk is
van de bloedstroom naar dat weefsel en van de hoeveelheid zuurstof die uit
het bloed naar het weefsel gaat. Het principe van Fick kan worden toegepast
op het gehele lichaam of op regionale circulaties. De zuurstofopname is het
product van de bloedstroom en van het verschil in zuurstofconcentratie in het
bloed, tussen het arteriële bloed naar het weefsel toe en het veneuze bloed uit
hetzelfde weefsel, het (a-v¯v¯)O2-verschil. De zuurstofopname van het hele
lichaam ( O2) wordt berekend als het product van het hartminuutvolume
(HMV) en het (a-v¯v¯)O2-verschil.
De cardiale reactie op inspanning
Om te zien hoe Hf, SV en HMV variëren onder verschillende omstandigheden
van rust en inspanning kijken we naar het volgende voorbeeld. Iemand komt
van een liggende positie omhoog naar een zittende en dan naar een staande
positie. Hij start met wandelen. Zijn wandeltempo gaat over in een looppas
(joggen) en uiteindelijk gaat hij hard rennen. Hoe reageert zijn hart?
Zijn hartfrequentie in liggende positie is ongeveer 50 sl/min, en neemt toe naar
ongeveer 55 sl/min in zittende positie en naar ongeveer 60 sl/min in staande
positie. Als het lichaam van een liggende naar een zittende positie gaat en
daarna naar een staande, laat de zwaartekracht bloed in de benen ophopen,
wat het volume naar het hart terugkerend bloed verlaagt en daarmee het
slagvolume. Om hiervoor te compenseren gaat de hartfrequentie omhoog om
het hartminuutvolume te handhaven, omdat HMV = Hf × SV.