Werkgroep 2
Poë van Looveren
S1007402
1. European integration process (14) [former exam question]
A. The development of the EU is not a linear process. During the 1960s and early 1970s there was a
period of slow progress that was caused by the “empty chair” crisis. What is meant by the
“empty chair” crisis? (2 points) and what caused this crisis to occur? (4 points)
De ‘empty chair’ crisis hield in dat Frankrijk geen vertegenwoordigers meer stuurde naar vergaderingen
waardoor het stemmen niet meer plaats kon vinden. De reden hiervoor was de invoer van QMV onder
andere in landbouw en FR kreeg heel veel landbouwsubsidies, QMV zou dit misschien doen verdwijnen.
Dit hield in dat andere lidstaten voortaan met een meerderheid een andere lidstaat konden
overstemmen. De Gaulle was hier bang voor en stuurde dus geen mannen meer.
B. Describe how this crisis affected the theorizing about the EU integration process. (4 points)
Als oplossing kwam het Luxemburg compromis, dit hield in dat wanneer een staat echt een belangrijk
punt of belang had, dat er dan eerst gezocht moest worden naar een compromis. Hiermee werd het
veto eigenlijk weer teruggebracht. Dit was dus slecht voor het EU integratie proces.
C. Since the 1990s different “solutions” have been found to deepen the EU integration process
despite the critical stance of some of the member states to further integrate. Discuss two types
of solutions. (4 points)
- Qualified majority voting zorgde voor nieuw enthousiasme voor een Europese Unie
- In QMV gingen lidstaten met elkaar ‘samenwerken’, zodat zij zo een meerderheid konden
vormen.
Hier moet je liberaal intergouvernementalisme
Van realisme (landen hebben overlevingsdrang), naar klassiek intergouvernementalisme (supranationale
organisaties hebben marginale rol, geen soevereiniteit overbrengen naar een supranationale
organisatie), naar liberaal intergouvernemetalisme. L I heeft drie fasen:
1. Voorkeuren van landen
2. Onderhandelingen: lidstaten willen zoveel mogelijk hun eigen belangen nastreven. Je weet wat
je eigen belangen zijn en wat die van anderen zijn. De grotere lidstaten spelen hierin een grotere
rol. Hier heb je wel de lowest common denominator. Hier heb je twee oplossingen voor:
uitsluiting van landen of onderwerpen met elkaar linken (soort package deal maken, van je vindt
dit kut, maar je krijgt wel dit)
3. Institutionele delegatie (soevereiniteit blijft wel bij lidstaten)
en neo-functionalisme: er ontstaat spill over: de ene samenwerking zorgt voor meer
samenwerking, soort sneeuwbaleffect
, Functional spill over: in de samenwerking is er een bepaald doel en dan blijkt dat er nieuwe barrières
zijn waar je niet aan had gedacht waardoor je dat doel niet kan bereiken en dan ga je op meer terreinen
samenwerken gaat meer om beleid
Politieke spill over: er komt meer vertrouwen om met elkaar samen te werken gaat meer om de
actoren
Cultivated spill over: als er een supranationale organisatie is dan zal die organisatie gaan pushen dat er
meer samengewerkt wordt. Wil integratie bevorderen gaat om de supranationale organisatie
Opt out vs enhanced corporation: je gaat ofwel vooruit of je laat iemand achter
2. Separation of powers?
The lectures and chapters on the various EU institutions show that the separation of tasks and
jurisdictions between these institutions is less clear than the division of tasks in most national political
systems. Often EU institutions have overlapping powers.
A. Please fill in the table below by listing the tasks of the different institutions concerning the EU
budget, the implementation of EU policies, the creation of main EU law, the creation of
delegated EU law and the enforcement of EU policies (note that simply ticking boxes is not
enough to answer this question: you should state the tasks of the different institutions in
words).
Tasks European European Council of European Court of
Commission Parliament Ministers Council Justice of
the EU
Budgetary -Innen van geld van Co- Goedkeuren Designer:
tasks de lidstaten met besluitvormin van jaarlijks budget,
juiste tarieven g met RVM budget uitbreiding,
- Economische Formeel Formeel Informeel
monitoring en goedkeuring goedkeuring goedkeuring
aanbevelingen voor MFF budget MFF budget MFF budget
sament met
budgettaire plannen
RVM
(management van
het budget)
Implementin (maar beperkt 10
g EU policies aantal configuraties:
beleidsterreinen) minister is
monitoren en binnen
versterken van bepaalde
implementatie dmv configuratie
juridische functies: verantwoordelij
bewaker van k
verdragen
Making main -voorstellen van Co- -Maken van Chefsache: Beoordelen
legislation wetten = besluitvormin beslissingen obv besluiten die obv
Poë van Looveren
S1007402
1. European integration process (14) [former exam question]
A. The development of the EU is not a linear process. During the 1960s and early 1970s there was a
period of slow progress that was caused by the “empty chair” crisis. What is meant by the
“empty chair” crisis? (2 points) and what caused this crisis to occur? (4 points)
De ‘empty chair’ crisis hield in dat Frankrijk geen vertegenwoordigers meer stuurde naar vergaderingen
waardoor het stemmen niet meer plaats kon vinden. De reden hiervoor was de invoer van QMV onder
andere in landbouw en FR kreeg heel veel landbouwsubsidies, QMV zou dit misschien doen verdwijnen.
Dit hield in dat andere lidstaten voortaan met een meerderheid een andere lidstaat konden
overstemmen. De Gaulle was hier bang voor en stuurde dus geen mannen meer.
B. Describe how this crisis affected the theorizing about the EU integration process. (4 points)
Als oplossing kwam het Luxemburg compromis, dit hield in dat wanneer een staat echt een belangrijk
punt of belang had, dat er dan eerst gezocht moest worden naar een compromis. Hiermee werd het
veto eigenlijk weer teruggebracht. Dit was dus slecht voor het EU integratie proces.
C. Since the 1990s different “solutions” have been found to deepen the EU integration process
despite the critical stance of some of the member states to further integrate. Discuss two types
of solutions. (4 points)
- Qualified majority voting zorgde voor nieuw enthousiasme voor een Europese Unie
- In QMV gingen lidstaten met elkaar ‘samenwerken’, zodat zij zo een meerderheid konden
vormen.
Hier moet je liberaal intergouvernementalisme
Van realisme (landen hebben overlevingsdrang), naar klassiek intergouvernementalisme (supranationale
organisaties hebben marginale rol, geen soevereiniteit overbrengen naar een supranationale
organisatie), naar liberaal intergouvernemetalisme. L I heeft drie fasen:
1. Voorkeuren van landen
2. Onderhandelingen: lidstaten willen zoveel mogelijk hun eigen belangen nastreven. Je weet wat
je eigen belangen zijn en wat die van anderen zijn. De grotere lidstaten spelen hierin een grotere
rol. Hier heb je wel de lowest common denominator. Hier heb je twee oplossingen voor:
uitsluiting van landen of onderwerpen met elkaar linken (soort package deal maken, van je vindt
dit kut, maar je krijgt wel dit)
3. Institutionele delegatie (soevereiniteit blijft wel bij lidstaten)
en neo-functionalisme: er ontstaat spill over: de ene samenwerking zorgt voor meer
samenwerking, soort sneeuwbaleffect
, Functional spill over: in de samenwerking is er een bepaald doel en dan blijkt dat er nieuwe barrières
zijn waar je niet aan had gedacht waardoor je dat doel niet kan bereiken en dan ga je op meer terreinen
samenwerken gaat meer om beleid
Politieke spill over: er komt meer vertrouwen om met elkaar samen te werken gaat meer om de
actoren
Cultivated spill over: als er een supranationale organisatie is dan zal die organisatie gaan pushen dat er
meer samengewerkt wordt. Wil integratie bevorderen gaat om de supranationale organisatie
Opt out vs enhanced corporation: je gaat ofwel vooruit of je laat iemand achter
2. Separation of powers?
The lectures and chapters on the various EU institutions show that the separation of tasks and
jurisdictions between these institutions is less clear than the division of tasks in most national political
systems. Often EU institutions have overlapping powers.
A. Please fill in the table below by listing the tasks of the different institutions concerning the EU
budget, the implementation of EU policies, the creation of main EU law, the creation of
delegated EU law and the enforcement of EU policies (note that simply ticking boxes is not
enough to answer this question: you should state the tasks of the different institutions in
words).
Tasks European European Council of European Court of
Commission Parliament Ministers Council Justice of
the EU
Budgetary -Innen van geld van Co- Goedkeuren Designer:
tasks de lidstaten met besluitvormin van jaarlijks budget,
juiste tarieven g met RVM budget uitbreiding,
- Economische Formeel Formeel Informeel
monitoring en goedkeuring goedkeuring goedkeuring
aanbevelingen voor MFF budget MFF budget MFF budget
sament met
budgettaire plannen
RVM
(management van
het budget)
Implementin (maar beperkt 10
g EU policies aantal configuraties:
beleidsterreinen) minister is
monitoren en binnen
versterken van bepaalde
implementatie dmv configuratie
juridische functies: verantwoordelij
bewaker van k
verdragen
Making main -voorstellen van Co- -Maken van Chefsache: Beoordelen
legislation wetten = besluitvormin beslissingen obv besluiten die obv