WETENSCHAPSFILOSOFIE
HOORCOLLEGES
INHOUD
College 1: Inleiding en antieke filosofen.................................................................................................................. 2
College 2: Francis Bacon, Descartes en de Britse empiristen..........................................................................8
College 3: Immanuel Kant, positivisme en hermeneutiek..............................................................................15
College 4: Ludwig Wittgenstein en het Logisch Positivisme.........................................................................21
College 5: Kritisch rationalisme van Karl Popper.............................................................................................. 26
College 6: Wittgenstein II en Thomas Kuhn......................................................................................................... 31
College 7: Epistemologische anarchie en onderzoeksprogramma’s..........................................................36
College 8: Wetenschappelijk realisme, constructivistisch empirisme, pragmatisme en
naturalisme....................................................................................................................................................................... 42
College 9: Voorspelbaar irrationeel........................................................................................................................ 48
College 10: Waarom zijn we irrationeel?.............................................................................................................. 55
College 11: Irrationaliteit in actie............................................................................................................................ 60
College 12: Wapenen tegen denkfouten................................................................................................................ 64
College 13: Het belang van kritisch denken......................................................................................................... 69
College 14: De wetenschappelijke methode en het demarcatiecriterium...............................................73
1
,Stella Barenholz 2018-2019
COLLEGE 1: INLEIDING EN ANTIEKE FILOSOFEN
WAT IS FILOSOFIE?
Wetenschap is enorm belangrijk voor ons geworden. Maar, is alles wel zo als we denken? Vertelt
wetenschap wel de volledige waarheid? In dit college zullen we kijken wat filosofie precies is en
welke grote visies er in de eerste plek waren. We hebben verschillende interpretaties van wat
filosofie is. Hiervoor zijn er zes interpretaties.
1. Filosofie is een conceptueel onderzoek. Het is een empirisch of wetenschappelijk
onderzoek dat een wetenschappelijk wereldbeeld levert. We bekijken bepaalde
concepten uit het dagelijks leven en vragen ons af wat we precies bedoelen. Hiervoor
kijken we zowel naar het normale (manifest) wereldbeeld en het filosofische. Bij dit
laatste vragen we ons af wat we bedoelen met een bepaalde term of concept X, zoals
quark, God, leven, intelligentie, psyché, … . We onderzoeken dus de link tussen deze
wereldbeelden.
2. Filosofie als conceptuele verheldering. Net als bij de conceptuele analyse vraag je naar
wat iemand met zijn concepten bedoelt. We gaan een stap verder: we analyseren niet
alleen maar kijken ook wat de wetenschap ons kan vertellen, verder dan enkel
conceptuele analyse (bijvoorbeeld over het leven).
3. Filosofie als geldigheidswetenschap. In de wetenschap gebruikt men fundamentele
concepten, zoals ‘causaliteit’. Meestal doe je dat zonder stil te staan bij die concepten.
Met filosofie kijken we of deze concepten wel geldig zijn, we vragen dus naar de
geldigheid van bepaalde grondslagen.
4. Filosofie als perspectiefwisseling. Ik heb een bepaalde opvatting, wat zijn dan de
argumenten van iemand met een andere opvatting?
5. Filosofie als zoektocht naar de waarheid. Hier kijken we naar het Oude Griekenland,
waar in Athene de sofisten rondliepen. Zij leerden mensen argumenteren om een debat
te winnen. Het ging hier niet om de waarheid, maar om of je de ander kon overtuigen
(vergelijk met advocaten nu). Daar verzette Socrates zich tegen.
6. Filosofie is dit, en meer. Misschien is het handig om te zeggen dat filosofie dit allemaal
is: we willen weten wat we bedoelen met onze concepten, we willen dat ze geldig zijn, en
om daar achter te komen moeten we soms een ander perspectief innemen, zodat we alles
zo helder en duidelijk mogelijk krijgen.
WAT IS WETENSCHAPSFILOSOFIE?
Dit is filosofische reflectie op wat wetenschap is, doet en aan kennis genereert. Als we vragen
naar een wetenschapper kunnen we bijvoorbeeld naar Stephen Hawking kijken en zijn
beweringen over zwarte gaten. Echter, waarom vallen Stephen Hawkings beweringen over
zwarte gaten binnen het domein van de wetenschap en Joke Dammans beweringen over witte
geesten niet?
Wat is dan precies wetenschap? We gebruiken het woord wetenschap vaak en gebruiken dat ook
goed. We willen nu ook de eigenschappen van wetenschap weten. We hebben een idee van wat
wetenschap is, maar geen helder antwoord. Dit kan ook een kwestie zijn van bepaalde
conditionering, dat bijvoorbeeld natuurkunde wel wetenschap is, maar astronomie niet.
WAAROM WETENSCHAPSFILOSOFIE VOOR NIET-FILOSOFEN?
Wetenschap voor psychologen is noodzakelijk omdat de psychologie ten eerste de status heeft
van een wetenschap. Als psycholoog moet je kritisch denken en het hoort bij je academische
vorming dat je een kritische houding in kan nemen ten opzichte van je eigen studie. Toepasselijk
hierbij is de replicatiecrisis van psychologiestudies. Tijdschriften willen vaak alleen dingen
publiceren van hypothesen die bevestigd zijn, of naar verwachting. Heel veel artikelen zijn
2
,Stella Barenholz 2018-2019
daarom gewoon hele simpele herhalingen. Als we het dus echt proberen te repliceren geeft het
merendeel niet dezelfde resultaten.
Een tweede reden is dat wetenschap een belangrijke rol in de samenleving speelt. Het heeft
het monopolie op kennisverwerving. De implicatie voor de psychologie is dus het belang van
kritisch denken. We kijken dus niet of psychologie wel een wetenschap is.
Het doel van deze cursus is om een beter inzicht te verkrijgen in wat de grondslagen zijn van de
psychologie als wetenschap en daarmee in de psychologie. Een algemene discussie van wat
kennis en wat wetenschap is, is daarbij van belang om te kunnen beoordelen wat het inhoudt te
zeggen dat psychologie wel of geen wetenschap is. Voor psychologen is het doel om kennis te
hebben die de kritische reflectie op wetenschap mogelijk maakt.
KENNISLEER
De filosofie begon eigenlijk met kennisleer (epistemologie). Met betrekking hierop neemt men
traditioneel twee posities is. De eerste is het rationalisme, het tweede is het empirisme. De
kennisleer stelt drie belangrijke vragen:
1. Wat is (zekere) kennis?
2. Hoe kunnen we die kennis rechtvaardigen?
3. Wat is de bron van kennis?
We kunnen onszelf ook vragen stellen: Kunnen we wel echte kennis hebben? Wat weet je zeker?
Hiermee verbonden is het scepticisme. Een belangrijk persoon hierbij is Socrates, die rondliep
op het markplein in Athene. Hij stelt vraagtekens bij de gevestigde (vaak mythologische)
opvattingen van het algemene volk. Een uitspraak van hem en het scepticisme: “Perhaps the
conclusion must even be that we do not know anything at all, and never will.”
Socrates deed dit ook bij de goden van de stad, zoals de overtuiging dat Zeus bestond. Hij deed
hierdoor vele volgers twijfelen en gold als gevaar voor de staat. Socrates werd veroordeeld tot
het bederven van de jeugd en atheïst, en moest de gifbeker drinken. Zelf sterft hij nog liever dan
dat hij de algemene waarheid moet vertellen. Volgens hem zoeken we constant naar de waarheid
terwijl we deze waarschijnlijk niet eens kunnen vinden.
Weten we dan niets zeker? Rationalisme en empirisme zijn het eens dat de scepticus ongelijk
heeft en dat kennis mogelijk is.
1. RATIONALISME
De centrale bewering van het rationalisme is dat echte kennis (deels) voortkomt uit het goed
gebruiken van je verstand (ratio), of het wordt aan die ratio getoetst. De geassocieerde bewering
hierbij is dat er ingeboren kennis bestaat, ook wel de gedachte van het nativisme.
Met je ratio kan je concepten verkrijgen die niet mogelijk zijn door zintuigen te gebruiken om
ervaringen op te doen.
Een eerste rationalist was Plato, de leerling van Socrates. Socrates stelde alles in vraag en deed
dit ook met anderen, door dialogen te voeren. Hier schreef Plato over. De methode in deze
dialogen was een soort onttrekken van kennis van de ander, om zelf hier over na te denken. Hij
bekeek verschillende concepten om hier de ware essentie uit te halen, en na te denken waar het
vandaan kwam.
Volgens Plato is de bron van kennis de ratio. Tevens zegt hij dat leren gelijk is aan herinneren,
een proces dat hij anamnèsis noemt. Met andere woorden, je doet nooit nieuwe kennis op,
omdat je deze ergens al hebt.
De reden dat Plato deze uitspraken doet is omdat hij geloofde in reïncarnatie: voor je geboorte
had je alle kennis al, die ben je vergeten bij je geboorte. Als je dus geboren wordt bezit je al alle
kennis in je ziel, maar dit ben je vergeten als je in een lichaam komt. Je moet je verstand
3
, Stella Barenholz 2018-2019
gebruiken om dit te achterhalen. Hoe zit dat dan precies? Plato gaat dus een nieuw wereldbeeld
in elkaar zetten.
Plato zegt dat kennis een opvatting is over hoe dingen zijn, of ze
waar zijn en hoe ze gerechtvaardigd zijn. Echte kennis – de
epistème – is dus van hoe dingen zijn. Hij zegt dus dat kennis
wel mogelijk is. Maar, dit moet niet verward worden van louter
meningen, dit is geen kennis. We willen dit niet omdat het dan
niet waar of gerechtvaardigd is. Dit is de doxa.
Plato reageert hier op Heraclitus, die zegt dat alles stroomt (uitspraak is panta rhei). Dit is
gebaseerd op zijn idee van een rivier, je kan namelijk nooit in hetzelfde water stappen omdat het
stroomt. Hetzelfde geldt voor de mens en wereld. Er is niets dat statisch is, er is dus niets dat
echt is. Alles wordt dus in de wereld die we waarnemen, want dingen zijn vergankelijk: een stoel
kan kapot gaan en dan is deze niet meer. Als Heraclitus gelijk heeft, en dus onze wereld alles
continu verandert, dan is er niets. En dan kunnen we dus volgens Plato enkel doxa verwerven,
geen epistème… . Onze wereld hangt dus af van ieders individuele ervaringen, dus er kan geen
echte kennis bestaan. Er zijn een paar mensen die wel werkelijke kennis kunnen vergaren, de
Logos. Parmenides was het niet met Heraclitus eens en zei dat het in de menselijke aard zat om
te denken dat dingen constant in verandering zijn. De wereld waarin we leven is echt en
verandert niet, want dan zou het er niet meer zijn. Dus: alles is, en niks wordt.
Protagoras was een sofist die zei dat de mens een homo mensura was, en dat ieders mening
ware kennis is voor die persoon. Plato was het hier niet mee eens, en zei dat Protagoras meende
dat er verschillende realiteiten waren, en dat dit niet kon. We kunnen dus niet vertrouwen op
onze waarneming.
Plato ontwikkelt de allegorie van de grot, deels hierop gebaseerd. Volgens hem zijn er Ideeën
of Vormen die los van ons bestaan in een Ideeën- of Vormenwereld. De ziel is verwant aan die
Ideeën. Kennis verwerven is daarmee je de Ideeën herinneren, namelijk anamnèsis. Als iemand
dus dingen wilt beweren vanuit de epistème (dingen die echt zijn), zou dit moeten vanuit een
wereld waarin dingen statisch zijn – de Ideeën.
De echte concepten bestaan dus onafhankelijk van ons, in een aparte wereld. Hier komt de
allegorie van de grot bij kijken. In dit geschrift van Plato beschrijft hij slaven die gevangen zitten
in een grot, en met hun gezicht naar een muur kijken. Achter hen bevindt zich een vuur
waarvoor er voorwerpen getoond worden. De schaduwen hiervan zien de slaven op die muur;
zij denken dat dit de werkelijkheid is. Deze werkelijkheid is dus niet vergankelijk omdat de
dingen niet vergaan. Volgens Plato is dit de Ideeënwereld, waar dus ook onze ziel vandaan komt
en hier alle kennis heeft opgedaan. Als men dan in de echte wereld komt (een slaaf ontsnapt uit
de grot en loopt naar buiten), moet men alle dingen opnieuw leren (als hij dit vertelt tegen de
anderen, gelooft niemand hem). De slaaf kan men vergelijken met Socrates. Volgens Plato doet
de mens dit ook: de realiteit verwarren met de waarneming. De echte realiteit zit alleen in de
Vormen, maar deze kunnen we alleen zien door te leren en kennis op te doen. Dit kan alleen
door de ratio te gebruiken.
Een ander geschrift is de Meno. Hier legt Plato uit hoe de bestaande kennis uit de Vormenwereld
weer herinnerd kan worden. Meno is de eigenaar van een stuk land. Socrates komt langs en
tekent een klein vierkant in het zand (vierkant links). Hij
vraagt aan de slaaf van Meno (met weinig kennis van
geometrie) om het oppervlak te verdubbelen. Deze tekent
vervolgens lijnen aan iedere zijde (middelste vierkant), en
gelooft dat dit de oplossing is. Socrates vertelt hem echter
dat de oppervlakte nu vier keer zo groot is. Als hij een diagonaal tekent doorheen deze nieuwe
vierkantjes, verkrijgen ze wel de goede oppervlakte (vierkant rechts). Maar, dit is natuurlijk
onacceptabel: Socrates legt de slaaf van Meno woorden in de mond. Hoewel Plato er dus van uit
4