Samenvatting en hoorcolleges
SUSAN GROENEWEGEN
,Hoofdstuk 1 – Introduction
Social research: proces van formuleren + zoeken naar antwoorden op vragen over sociale wereld.
Waarom studeren we methodes van research?
Verschillende bronnen misleidende informatie overbrengen:
1. Adverteerders: verkeerde conclusies trekken research/ opmerkingen
2. Zelf geselecteerde advies research: selectie maken tijdens research. Men spreekt dus niet van
willekeurig gekozen groepen.
Twee criteria onderzoek voldoen aan voorwaarden voor sociaal onderzoek:
1. Sociaal fenomeen: mensen bij aanwezig zijn.
2. Social research is wetenschappelijk: vragen beantwoord kunnen worden beschikbare
observaties.
Research prinicples: besef van beperkingen die voor kunnen doen met aanname vergroten.
Zorgen ervoor dat verzameling van meer betrouwbare informatie wordt vergemakkelijkt.
Voorbeeld: vertrouwen van informatie zal afhangen van:
1. Het aantal gevraagde meningen
2. De consistentie van de meningen
3. Hoe de meningen van de ondervraagden zijn gevormd en afhankelijk zijn van elkaar
4. Hoe de vragen worden gesteld.
Grondvormen van onderzoek – typische kenmerken
4 grondvormen van sociaal onderzoek
1. Experiment Grondig
2. Survey onderzoek Grondig
3. Veldonderzoek Kennismaking (hoofdstuk 10)
4. Beschikbare data Kennismaking (hoofdstuk 11)
Grondvormen van sociaal onderzoek – vergelijken
Mogelijkheden: welke grondvorm is het meest geschikt?
o Mogelijkheid om individuen in natuurlijke omgeving te observeren
o Mogelijkheid om onderzoeksresultaten te veralgemenen/ generaliseren
o Mogelijkheid om onderzoek te herhalen
o Mogelijkheid om formeel te toetsen of sociale gebeurtenis/ feit direct invloed
uitoefent op gedrag/ mening van mensen
o Mogelijkheid om nieuwe + relatief onbekende sociale problemen te onderzoeken.
Moeilijkheden: welke grondvormen heeft het meest moeilijk met..?
o Toegang tot data/ dataverzameling
o Meetproblemen: problemen i.v.m. beoordelen van kwaliteit van meting (validiteit/
betrouwbaarheid)
o Risico’s op onderzoek bias
o Risico’s op subject bias
Secundaire data: data die andere onderzoekers hebben verzameld analyseren
1
,Typische onderzoeken:
1. Experiment (psychologen):
a. Manipulatie is “oorzaak” (= onafhankelijke variabele = experimenteel ‘treatment’/
stimulans)
b. Onderzoeker heeft controle over gebeurtenis die “oorzaak” vormt
c. Gevolg. uitkomst variabele na manipulatie gemeten
d. Gebruik van vergelijkbare groepen (zelfde samenstelling vangroepen die verschillen
in “oorzaak”)
Beste benadering voor research van oorzaken van fenomenen.
In experiment researcher systematisch eigenschap van omgeving manipuleren +
waarnemen of systematische verandering volgt in gedrag van studie.
2. Survey onderzoek (sociologen)
a. Vragenlijsten (mondeling/ schriftelijk)
b. Grote + representatieve steekproef
c. Efficiënte methode dataverzameling
Research via enquête beleid van vragenlijsten/ interviews aan vrij grote groepen mensen
impliceren.
Enquête: frequentie van bepaalde kenmerken onder groepen/ bevolking beschrijven.
Sleuteleigenschap: informatie verzameld uit deel van groep, maar kenmerkend voor gehele
groep
3. Veldonderzoek (antropologen)
a. Directe observatie
b. Natuurlijke omgeving
c. Niet-reactief meten mogelijk
d. ‘Sampling-in-the-field’
Hoofdzakelijk kwestie van natuurlijk voorkomende reeks gebeurtenissen kennis uit eerste
hand van situatie.
Researcher gebeurtenis beter begrijpen zelf ervaring mee heeft.
4. Beschikbare data (historici)
a. Gegevens die zonder tussenkomst van de onderzoeker/ gebruiker aanwezig zijn
b. Niet reactief observeren
c. Diverse bronnen: documenten, fysische sporen, artefacten
d. Let op: “aanwezig zijn” van gegevens impliceert niet dat “niet gezocht” moet worden.
Beschikbare data geproduceerd voor ander doeleinde dan researcher voor gebruikt.
Bouwstenen van (sociaal) wetenschappelijk onderzoek
Theorie(en) PROPOSITIE Hypothese
Social facilitation effect (SFE): wanneer individu taak beheerst, zal hij/ zij deze taak beter uitvoeren
indien anderen aanwezig dan alleen.
Propositie: soort ‘empirische regel of wetmatigheid’ die toelaat om veranderingen in één type
gebeurtenissen/ kenmerken te linken/ koppelen aan een ander type gebeurtenissen/ kenmerken (onder
bepaalde voorwaarden).
Kortom: koppelen van veranderingen waardoor er een oorzaak-gevolg situatie ontstaat.
Staan tussen theorieën en hypothesen in.
Wetmatigheid: vrij algemene stelling
Theorie: raamwerk van onderling verbonden proposities die gebruikt worden om sociale structuren +
fenomenen te bestuderen.
Géén speculatie wordt niet verzonnen, berust op overeenkomstige redeneringen door
onderzoekers.
2
, Hoofdstuk 2 – The Nature of Science
Waardoor is sociologie verbonden met wetenschap?
1) Doelstellingen
2) Veronderstellingen
3) Algemene methodologie
4) Logica
Doel van wetenschap:
Begrijpen + verklaren van bepaald aspect van wereld om ons heen.
Eigentijdse wetenschap door sommigen verkeerd gekenmerkt als “diepgaand” (onbelangrijk + niet
begrijpelijk voor gemiddelde persoon) lichaam van kennis.
Wetenschappelijke vs. niet-wetenschappelijke vragen
Wetenschappelijk: vragen beantwoord kunnen worden door observaties te doen, die de
voorwaarden kunnen identificeren waarin bepaalde gebeurtenissen voortkomen.
Om een vraag als wetenschappelijke kennis te kwalificeren, moet het antwoord een bepaalde vorm
aannemen die aan vereisten van beschrijving, verklaring, voorspelling en begrip voldoen
Het moet dus voor een researcher mogelijk zijn om te observeren, om de vraag te kunnen
beantwoorden.
Kennis als beschrijving
Wetenschappelijke kennis is bij definitie meetbaar.
Om de meetbaarheid mogelijk te maken, moeten toelichtingen en bevindingen duidelijk aan anderen
worden gecommuniceerd. Daarom maken wetenschappers zich druk om taal. Dit moet expliciet en
zeer duidelijk. Omschrijving is dus de eerste stap in het produceren van wetenschappelijke kennis.
Concepten: algemene, abstracte omschrijving van fenomeen. (bijv. intelligentie)
1) Eén woord, één concept
2) Er moet een akkoord zijn over de manier waarop concepten gebonden worden aan tastbare
voorwerpen en gebeurtenissen in de wereld
3) Concepten moeten beoordeeld worden op bruikbaarheid.
Kennis als verklaring en voorspelling
Verklaringen: pogingen om de nieuwsgierigheid tevreden te stellen (Gwynn Nettler).
Afhankelijk van het soort vraag en de behoeften van de onderzoeker, kan op verschillende manieren
aan de neiuwsgierigheid worden voldaan:
Labelen (= bijv. antwoord op een vraag als “wat is dit?” van een kind)
Termen definiëren/ voorbeelden geven
Sympathie oproepen (bijv. wanneer mensen “goede redenen” geven voor hun gedrag)
Beroep doen op autoriteit (bijv. het is “Gods wil”)
Algemene empirische regel aanhalen (bijv. wanneer boek valt van tafel, omdat het zwaarder is
dan lucht)
Empirische generalisaties: voorspellingen die worden afgeleid uit observaties.
Hypothesen: verwacht verband tussen één of meerdere variabelen (bijv. vrouwen zijn gemiddeld
gezien intelligenter dan mannen)
Uitspraak is dus een heel concrete verwachting.
Variabele: empirische manifestatie van een concept (bijv. test die intelligentie meet)
Elk variabele heeft minstens 2 uitkomsten (bijv. ouder – kind, man – vrouw etc.)
Wetenschappelijke wetmatigheden: voorspellingen die herhaaldelijk gecontroleerd + breed
geaccepteerd zijn.
Causale relatie: relatie waarbij verandering in het ene zorg voor een verandering in het andere.
Er is dus sprake van een oorzaak-gevolg verband.
3