ARBEIDSRECHT
Week 1
Groen/Schoevers, 14 november 1997
ECLI:NL:HR:1997:ZC2495
Essentie
In dit arrest komt de vraag aan de orde, wanneer er sprake dient te zijn van een
arbeidsovereenkomst tussen partijen. De Hoge Raad kijkt hierbij naar hetgeen
partijen bij het sluiten van de overeenkomst voor ogen stond, en naar de wijze
waarop partijen feitelijk uitvoering aan de overeenkomst hebben gegeven.
Rechtsregel
Voor het antwoord op de vraag of tussen partijen een arbeidsovereenkomst als
bedoeld in artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek bestaat, moet dit beoordeeld
worden aan de hand van de feiten en omstandigheden van het geval, waaronder de
vraag of partijen totstandkoming van een arbeidsovereenkomst hebben beoogd,
alsmede de wijze waarop partijen feitelijk aan de overeenkomst uitvoering hebben
gegeven. Daarnaast dient er tussen partijen een gezagsverhouding te bestaan, dat
ligt besloten in de zinsnede ‘in dienst van de andere partij’ in artikel 7:610 van het
Burgerlijk Wetboek. Tot slot dient er rekening te worden gehouden met de
maatschappelijke en economische positie van partijen.
Niet één kenmerk is beslissend, de rechtsgevolgen moeten in hun onderling verband
worden bezien. Ook als blijkt dat partijen hebben bedoeld geen arbeidsovereenkomst
te hebben gesloten, doch blijkt dat de overeenkomst die zij de facto zijn aangegaan,
alle kenmerken van een arbeidsovereenkomst bezit, dan zal hun overeenkomst, in
weerwil van hun bedoeling (waaraan dan in ieder geval geen doorslaggevende
betekenis toekomt) als arbeidsovereenkomst moeten worden gekwalificeerd
ABN Amro / Malhi, 5 april 2002
HR 5 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8186
Essentie
Het antwoord op de vraag of de inleenovereenkomst stilzwijgend is gewijzigd in een
arbeidsovereenkomst is afhankelijk van wat partijen aan elkaar hebben verklaard en
wat zij uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en redelijkerwijs
mochten afleiden (Haviltex-criterium).
Rechtsregel
De vraag is of partijen, hier dus Malhi en ABN Amro, zich aan elkaar verbonden
hebben. De rechtbank heeft hiervoor gekeken naar de feitelijke uitvoering van de