Virologie Evelien Floor
HC34-36 HIV
Ontdekking, transmissie en pathogenese
Op dit moment zijn er 37 miljoen mensen geïnfecteerd met HIV en 35 miljoen mensen overleden aan
AIDS. Er zijn tot op heden pas 2 mensen genezen aan HIV. In Zuid-Afrika komt HIV het meest voor
vooral bij vrouwen op jongere leeftijd. Deze vrouwen zijn voornamelijk zwangere vrouwen die leven
op het platteland.
Ontdekking van HIV
De eerste bekende gevallen van HIV besmetting waren in 1981 in de Verenigde Staten. Een aantal
jonge mannen presenteerden zich met aandoeningen die zich normaal voordoen bij oudere patiënten.
Er waren meerdere gevallen van Kaposi sarcoma in jonge homoseksuele patiënten. In dezelfde periode
kwam er een toenamen in pneumocystis carinii in dezelfde mannengroep. Dit ware twee zeldzame
ziekten in de homogemeenschap gekoppeld aan immuun suppressie en opportunistische infecties
(candida). Dit werd eerst gay related immune deficiency genoemd en later werd dit acquired immune
deficiency syndrome (AIDS) wat overdraagbaar was via seksueel contact en contact met bloed.
Twee jaar nadat de eerste gevallen van AIDS bekend werden in de Verenigde Staten is het men gelukt
het virus te kweken. Alle patiënten hadden een daling in CD4+ T cellen. Onderzoekers hebben deze T
cellen daarom gekweekt in het lab wat leidde tot detectie van het virus in de cellen. Er werden twee
soorten gevonden langzaam virus (CCR5) en snel virus (CXCR4). Het snel replicerende virus werd later
humaan immuundeficiëntie virus (HIV) genoemd.
Oorsprong van HIV
HIV komt oorspronkelijk niet uit de Verenigde Staten. HIV is een
lentivirus dat voorkomt in verschillende organismen. Bij
primaten komt een ander immuundeficiëntie virus voor
namelijk SIV. Beiden zorgen voor infectie van T lymfocyten en
leiden tot immuun deficiëntie en encefalopathie. Waarschijnlijk
is SIV overgedragen aan de mens (zoönose) door het eten van
de hersenen van apen.
Er zijn twee vormen van HIV: HIV-1 en HIV-2. HIV-2 komt meer
voor in Afrika en is minder pathogeen. HIV-1 bestaat uit
meerdere subtypen: A-G. HIV-1 subtype C komt het meest voor
op de wereld. De eerste isolaten van HIV-1 komen uit 1959 in
Kinshasa, deze liggen dichtbij de root van subtype B en D. In
1960 was er ook een variant in Kinshasa wat waarschijnlijk de
voorouder was van HIV-1 subtype C. Er wordt dus geschat dat
de introductie van HIV was tussen 1850 en 1910.
Transmissie van HIV
HIV kan op verschillende manieren worden overgedragen:
• (Homo)seks (VS)
• Intraveneus drugsgebruik (EU en Azië)
• Commerciële sekswerkers met cliënten (Azië)
• Bloedtransfusies
Er zijn drie fasen te onderscheiden na HIV infectie: acute fase,
chronische fase en AIDS. Een primaire acute infectie met HIV
voelt als een griep en is dus moeilijk te onderscheiden van
andere infecties. In de chronische fase is men asymptomatisch
1
, Virologie Evelien Floor
waardoor dit vaak onopgemerkt blijft. De chronische fase kan soms wel 7 jaar duren. Op een gegeven
moment ontstaat AIDS waarin vaak opportunistische infecties optreden. Dit ontstaat door de enorme
dip in CD4+ cellen.
Men raakt in eerste instantie besmet met CCR5-troop HIV. Later ontstaat CXCR4-troop HIV. CCR5-troop
HIV infecteert met name memory T cellen en macrofagen. CXCR4-troop HIV infecteert met name
naïeve T cellen.
Het is niet geheel bekend wat er gebeurt als infectie met HIV optreedt.
Men denkt dat HIV wordt opgenomen door DCs waarna het terecht
komt in intracellulaire compartimenten. Vanuit de DC wordt het
uiteindelijk geïntroduceerd aan geactiveerde T cellen. HIV bindt dan
aan CD4 en CCR5 en infecteert zo de T cellen. Er wordt nog geen gebruik
gemaakt van CXCR4 omdat deze wordt gedownreguleerd door de
natuurlijke ligand SDF-1. Op deze manier wordt HIV op een efficiënte
manier aangeboden aan T cellen.
Herpesvirussen zijn in staat HIV infectie te verergeren. De LL37 peptide
geproduceerd door HSV2 zorgt voor een verhoging van CD4 en CCR5 op
het oppervlak van Langerhans cellen. Immuun activatie van Langerhans
cellen verandert het beschermende effect van deze cellen naar HIV-1
overdragende cellen.
Pathogenese
HIV kan een reservoir vormen in de immuun cellen, waardoor een
enorme immuundeficiëntie ontstaat tijdens infectie. T cellen zijn
aangedaan maar ook innate cellen zijn aangedaan. Het blijkt dat
in gezonde individuen een standaard hoeveelheid activatie is van
CD8+ T cellen. Bij HIV positieve mensen is er een significante
toename in activatie van CD8+ T cellen. Dit komt omdat deze
constant bezig zijn met opruimen van virus geïnfecteerde cellen.
2
HC34-36 HIV
Ontdekking, transmissie en pathogenese
Op dit moment zijn er 37 miljoen mensen geïnfecteerd met HIV en 35 miljoen mensen overleden aan
AIDS. Er zijn tot op heden pas 2 mensen genezen aan HIV. In Zuid-Afrika komt HIV het meest voor
vooral bij vrouwen op jongere leeftijd. Deze vrouwen zijn voornamelijk zwangere vrouwen die leven
op het platteland.
Ontdekking van HIV
De eerste bekende gevallen van HIV besmetting waren in 1981 in de Verenigde Staten. Een aantal
jonge mannen presenteerden zich met aandoeningen die zich normaal voordoen bij oudere patiënten.
Er waren meerdere gevallen van Kaposi sarcoma in jonge homoseksuele patiënten. In dezelfde periode
kwam er een toenamen in pneumocystis carinii in dezelfde mannengroep. Dit ware twee zeldzame
ziekten in de homogemeenschap gekoppeld aan immuun suppressie en opportunistische infecties
(candida). Dit werd eerst gay related immune deficiency genoemd en later werd dit acquired immune
deficiency syndrome (AIDS) wat overdraagbaar was via seksueel contact en contact met bloed.
Twee jaar nadat de eerste gevallen van AIDS bekend werden in de Verenigde Staten is het men gelukt
het virus te kweken. Alle patiënten hadden een daling in CD4+ T cellen. Onderzoekers hebben deze T
cellen daarom gekweekt in het lab wat leidde tot detectie van het virus in de cellen. Er werden twee
soorten gevonden langzaam virus (CCR5) en snel virus (CXCR4). Het snel replicerende virus werd later
humaan immuundeficiëntie virus (HIV) genoemd.
Oorsprong van HIV
HIV komt oorspronkelijk niet uit de Verenigde Staten. HIV is een
lentivirus dat voorkomt in verschillende organismen. Bij
primaten komt een ander immuundeficiëntie virus voor
namelijk SIV. Beiden zorgen voor infectie van T lymfocyten en
leiden tot immuun deficiëntie en encefalopathie. Waarschijnlijk
is SIV overgedragen aan de mens (zoönose) door het eten van
de hersenen van apen.
Er zijn twee vormen van HIV: HIV-1 en HIV-2. HIV-2 komt meer
voor in Afrika en is minder pathogeen. HIV-1 bestaat uit
meerdere subtypen: A-G. HIV-1 subtype C komt het meest voor
op de wereld. De eerste isolaten van HIV-1 komen uit 1959 in
Kinshasa, deze liggen dichtbij de root van subtype B en D. In
1960 was er ook een variant in Kinshasa wat waarschijnlijk de
voorouder was van HIV-1 subtype C. Er wordt dus geschat dat
de introductie van HIV was tussen 1850 en 1910.
Transmissie van HIV
HIV kan op verschillende manieren worden overgedragen:
• (Homo)seks (VS)
• Intraveneus drugsgebruik (EU en Azië)
• Commerciële sekswerkers met cliënten (Azië)
• Bloedtransfusies
Er zijn drie fasen te onderscheiden na HIV infectie: acute fase,
chronische fase en AIDS. Een primaire acute infectie met HIV
voelt als een griep en is dus moeilijk te onderscheiden van
andere infecties. In de chronische fase is men asymptomatisch
1
, Virologie Evelien Floor
waardoor dit vaak onopgemerkt blijft. De chronische fase kan soms wel 7 jaar duren. Op een gegeven
moment ontstaat AIDS waarin vaak opportunistische infecties optreden. Dit ontstaat door de enorme
dip in CD4+ cellen.
Men raakt in eerste instantie besmet met CCR5-troop HIV. Later ontstaat CXCR4-troop HIV. CCR5-troop
HIV infecteert met name memory T cellen en macrofagen. CXCR4-troop HIV infecteert met name
naïeve T cellen.
Het is niet geheel bekend wat er gebeurt als infectie met HIV optreedt.
Men denkt dat HIV wordt opgenomen door DCs waarna het terecht
komt in intracellulaire compartimenten. Vanuit de DC wordt het
uiteindelijk geïntroduceerd aan geactiveerde T cellen. HIV bindt dan
aan CD4 en CCR5 en infecteert zo de T cellen. Er wordt nog geen gebruik
gemaakt van CXCR4 omdat deze wordt gedownreguleerd door de
natuurlijke ligand SDF-1. Op deze manier wordt HIV op een efficiënte
manier aangeboden aan T cellen.
Herpesvirussen zijn in staat HIV infectie te verergeren. De LL37 peptide
geproduceerd door HSV2 zorgt voor een verhoging van CD4 en CCR5 op
het oppervlak van Langerhans cellen. Immuun activatie van Langerhans
cellen verandert het beschermende effect van deze cellen naar HIV-1
overdragende cellen.
Pathogenese
HIV kan een reservoir vormen in de immuun cellen, waardoor een
enorme immuundeficiëntie ontstaat tijdens infectie. T cellen zijn
aangedaan maar ook innate cellen zijn aangedaan. Het blijkt dat
in gezonde individuen een standaard hoeveelheid activatie is van
CD8+ T cellen. Bij HIV positieve mensen is er een significante
toename in activatie van CD8+ T cellen. Dit komt omdat deze
constant bezig zijn met opruimen van virus geïnfecteerde cellen.
2