Hoorcollege 1
Kenmerken van wetenschappelijk onderzoek:
1. Empirisch
= Gebaseerd op systematische waarnemingen
2. Controleerbaar
3. Probabilistisch
= Er is een kans op onzekerheid, ondanks ondersteunende data
Onderzoek
Consument: lezen van wetenschappelijk onderzoek
Producent: het doen van wetenschappelijk onderzoek
Kenmerken van een goede wetenschappelijke theorie:
● Ondersteund door data uit wetenschappelijk onderzoek
● Falsifieerbaar
= Theorie moet weerlegd kunnen worden aan de hand van verzamelde gegevens
● Spaarzaam (parsimonious)
= Als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig om deze complexer te maken
The theory-data cycle
Onderzoeksvragen
soorten onderzoeksvragen in wetenschappelijk onderzoek:
, 1. Fundamenteel (basic), bedoeld om algemene kennis te vergaren
2. Toegepast (applied), vaak gebaseerd op fundamenteel onderzoek
Fundamentele vraag: ‘worden jongeren narcistisch door het gebruik van sociale media?’.
Toegepaste vraag: ‘hoe kunnen we voorkomen dat jongeren narcistisch worden door het
gebruik van sociale media?’.
Onderzoeksontwerp
- Het soort empirische gegevens dat wordt verzameld
- Kwalitatief/kwantitatief
- Bij wie de gegevens worden verzameld
Hoorcollege 2
Kwalitatief onderzoek wordt gebruikt om:
- sociale fenomenen te begrijpen vanuit natuurlijke context
- empirische patronen te vinden die een standpunt kunnen zijn voor theorievorming:
- ontwikkeling van nieuwe theorie
- aanpassing of uitbreiding van bestaande theorie
Kenmerken van kwalitatief onderzoek:
1. natuurlijke omgeving van de respondent
2. contextuele benadering
3. perspectief van de respondenten staat centraal
4. via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
- de sociale werkelijkheid te omschrijven in haar diversiteit
- naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande
theorieën aanpassen → Inductie
De onderzoeksvraag van een kwalitatief onderzoek kun je herkennen aan de elementen:
SPI(C)E
- Setting waar/in welke context
- Perspective voor wie
- Interest wat wordt er onderzocht
- (Comparison) vergeleken met wie/wat
- Evaluation met welk resultaat
Voorbeeld:
‘Wat zijn de motieven om te daten bij eerstejaars studenten in Nederland?’
Setting: Nederland
Perspective: eerstejaars studenten
Interest: daten
Evaluation: motieven
Kwalitatief interview
De beste manier om onderzoek te doen is doormiddel van een kwalitatief interview
,Interview: A form of conversation in which one person, the interviewer, restricts oneself to
posing questions concerning behaviors, ideas, attitudes and experiences which regard to
social phenomena to one or more others, the participants or the interviewees.
Een kwalitatief interview is een gesprek over:
- ideeën
- motieven
- ervaringen
- gedragingen
met betrekking tot een sociaal fenomeen
De geïnterviewde is informant of respondent.
Soorten interviews:
● ongestructureerd (kwalitatief interview)
- Inhoud, volgorde en formulering hangen af van verloop en context van het
interview
● semi-gestructureerd (kwalitatief interview)
- wel topiclijst, Inhoud, volgorde en formulering hangen af van de context van
het interview
● gestructureerd (survey)
- Inhoud, volgorde en formulering worden vooraf vastgelegd door de
interviewer
Data wordt verzameld doormiddel van een steekproef
populatie → steekproef
↓↓↓↓
↑ data
↓
← resultaat
Soorten steekproeven:
1. Doelgerichte steekproef (purposive sample)
- Case study logic
Onderzoeker gaat op zoek naar specifieke individuen die belangrijke
informatie kunnen geven
- Sample for range
Onderzoeker gaat op zoek naar een zo breed mogelijk scala aan ervaringen
2. Gemakssteekproef
- makkelijk te bereiken
3. Quota steekproef
- gemakssteekproef met een voorwaarde voor aantallen binnen groepen
4. sneeuwbal steekproef
, - een vorm van doelgerichte steekproef waar de onderzoeker de deelnemers
vraagt een of meer anderen aan te bevelen
Interviews worden vaak opgenomen en later volledig uitgetypt in een transcript.
Tijdens het interview maakt de onderzoeker gebruik van field notes: aantekeningen die
waardevol kunnen zijn tijdens het analyseren van de data in een later stadium, zoals gedrag
en algemene informatie.
Kwaliteit van kwalitatief interview:
- Betrouwbaarheid
- verloop van het interview hangt af van de interviewer
- interviewer moet zich bewust zijn van eigen rol
- Validiteit
- doorvragen
- non-verbale signalen
- verstandhouding (rapport)
Betrouwbaarheid: hetzelfde meten
validiteit: het goede meten
Externe validiteit: het feit dat de data geldt voor een grotere groep dan alleen voor de
onderzochte groep.
Focusgroep
Interviewer → Moderator
Taken van de moderator:
- vragen stellen die de onderzoeker heeft geformuleerd
- er voor zorgen dat het gesprek niet te veel afdwaalt van het bepaalde onderzoek
- iedereen moet de kans krijgen om te participeren
Verschillen met kwalitatief interview
- er is interactie tussen de deelnemers (hier is de onderzoeker in geïnteresseerd)
- het onderwerp is vaak meer specifiek en gedetailleerd