Indeling:
Hoorcollege 6………………………………………………………………….…..p. 2
Hoorcollege 7……………....…………………………………………….…...…. p. 7
Hoorcollege 8……………....………………………………………………...….. p. 10
Literatuur kernpunten………………………………………………………….….p. 21
Begrippenlijst……………………………………………………………………....p. 27
Oefentoets BB (met antwoorden)...................................................................p. 30
Responsiecollege………………………………………………………………...p. 32
Hoorcollege 6
,Inhoud van hoorcollege:
- Economisch denken in sociale wetenschappen
- Methodologisch individualisme
- Rationele-keuzetheorie / game theory
- Tragedy of the commons
- Kernboodschap
Economisch denken in sociale wetenschappen
De economie was de eerste sociaal-wetenschappelijke theorie:
- Gericht op bestuur van een natiestaat
- (rechtvaardige) verdeling schaarse middelen
De economie is natuurlijk een heel sociaal begrip, het heeft immers betrekking op vraag en
aanbod, wat ontstaat door menselijk handelen.
Hoe een ‘markt’ richting te geven zodat er een evenwichtig verdeling vraag-aanbod ontstaat?
Welke veronderstellingen nodig?
De 3 klassieke denkers over het economisch denken in de sociale wetenschappen zijn John
Locke, John Stuart Mill en Adam Smith.
Klassiek John Locke (1832-1704)
- De mens is een vrij wezen
- Heeft recht eigen belangen na te streven (overheid moest zich minder gaan mengen met
‘eigendommen’ van de mens)
- Verband via sociaal contract. Sociaal contract houdt in dat men bepaalde afspraken
heeft gemaakt met de maatschappij en dat de maatschappij hen dan ook op bepaalde
gebieden moet beschermen. Denk aan bepaalde regels, normen en waarden.
- ‘Wherever law ends, tyranny begins’
Klassiek John Stuart Mill (1806-1873)
- Utilitarisme: nastreven geluk, vermijden pijn (meer hierover onder ‘utilitarisme’). Het gaat
er hierbij om dat bepaalde handelingen goed zijn wanneer zij proportioneel bijdragen
aan het geluk, en slecht zijn wanneer zij bijdragen aan het verminderen van geluk.
- Morele waarde van een handeling hangt af van de bijdrage van de handeling aan het
algemeen nut (dus de consequentie ervan).
Klassiek Adam Smith (1723-1790)
- Mens is rationeel en streeft eigenbelang na
- Door het nastreven van eigenbelang dient de mens (ongewild) het belang van allen
- De markt als ‘invisible hand’. De ‘invisible hand’ houdt in dat de markt ook zou werken
als vrije markt waarbij iedereen dus zijn eigenbelang nastreeft.
- Geen inmenging van de staat
In de huidige (moderne) tijd hebben we ook een aantal denkers:
John Mayard Keynes:
- In huidige economie ook oog voor sociale en maatschappelijke ontwikkelingen
, - General theory of employment, interest and money (1935): inmenging van de staat wel
degelijk gewenst. Overheid moet in tijden van crisis investeren om de economie op gang
te brengen. Een voorbeeld hierbij is het aanleggen van wegen. Dit is een investering
aangezien het geld kost, maar het zorgt ook voor werkgelegenheden. Zo moeten er
mensen komen om de wegen te bouwen, mensen moeten materialen vervoeren, etc.
Utilitarisme
- De mens is vrij om te handelen: hij vermijdt pijn en zoekt geluk
- De mens streeft naar maximalisatie; ‘nut’ (eigenbelang). De samenleving zou er naar
moeten streven het totale nut van alle individuele leden samen te maximaliseren, met
als doel het realiseren van "het grootste geluk voor het grootste aantal mensen".
- In een vrije wereld telt ‘the greatest happiness for the greatest number’
- Utilitarisme is de basis van de vrijemarkteconomie: geen inmenging van de staat
Ezelsbruggetje: denk hierbij aan consequentialisme uit college 4 (ethiek) waarbij het gaat over
de consequenties van een bepaalde handeling waarop wordt gebaseerd of de handeling ethisch
juist/onjuist is.
Methodologisch individualisme (uit het artikel van Scott)
- Elementaire eenheid (van het sociaal leven) is het individu
‘Onderzoeksmethode waarbij de analyse van het collectief economisch handelen is
gebaseerd op een analyse van de gedragingen van de individuen waaruit de
collectiviteit ontstaat.’
Dit houdt dus in dat het sociale als product wordt gezien van individueel handelen.
- Mens is ‘nutmaximaliseerder’ = maakt rationele keuzes (RKT)
- Opbrengst (calculatie/mathematisering)
In absolute zin
In vergelijkende zin
Mathematisering = de werkwijze waarbij men situaties en problemen uit de concrete
wereld (het dagelijks leven) zo bewerkt, dat men de reken-wiskundige kennis erop los
kan laten.
- Homan: Beloning en bestraffing (behavioristische grondslag).Individuen versterken
elkaar. Elk gedrag wordt beloond of bestraft waardoor het gezamenlijke gedrag wordt
aangepast en er een ‘uitwisseling’ van belonend en straffend gedrag ontstaat. Homan
- ‘Sociaal’ is verzameling individuele handelingen.
3 problemen
Als er alleen maar individuele handelingen zijn…
- Hoe voorkom je dan free riders?
- Hoe verklaar je gemeenschapszin (normen/waarden)?
- Hoe verklaar je sociale instituties?
Rationale keuze theorie = RKT
Ieder mens…
- streeft nutsmaximalisatie na (utilitarisme)
- heeft geordende voorkeuren en voorkeuren determineren keuze
, - is geïnformeerd over de wereld
- Kiest strategie om doel voorkeur te realiseren
Bekende voorstander Gary Becker (1930-2007)
- Gedrag mensen is rationeel en te verklaren door te kijken naar het ‘nut’ ervan voor
individu.
- Gedrag omvat discriminatie, misdaad, drugsverslaving en altruism (tegenovergestelde
van egoïsme).
- Nobelprijs economie 1992
Voorbeeld 1: prisoners dilemma
Jack en Jill zijn gearresteerd op verdenking van roofmoord.
Optie: bekennen of mond houden
* De ene bekent en de ander houdt z’n mond = ene vrij, ander doodstraf
* Allebei bekennen = allebei 10 jaar straf
* Als ze allebei hun mond houden = allebei ze 2 jaar straf
Hierboven staat het bekende gevangenendilemma, waarbij 4 vrij betekent, 3 betekent een straf
van 2 jaar, 2 betekent een straf van 10 jaar en 1 betekent de doodstraf.
De uitkomst hierbij zal zijn dat zowel Jack en Jill beide ‘bekennen’ want dat is onder alle
omstandigheden voor beiden de beste optie = dominante strategie
Wanneer Jack (of Jill) bijvoorbeeld niet bekent, krijgt hij 2 gevangenisjaren of de doodstraf, wat
beide ongunstig is. Wanneer hij wel bekent krijgt hij of 10 jaar in de gevangenis of mag hij vrijuit,
wat natuurlijk zijn voorkeur heeft (ten opzichte van de eerste optie).
Golden Balls
Vergelijkbaar met het gevangenendilemma is de ‘split/steal’ TV show ‘golden balls’. Hierbij
krijgen 2 deelnemers de keuze of zij een bepaald bedrag zullen delen (split) of alles zelf willen
houden (steal). Het lastige hierbij is dat wanneer beide deelnemers voor steal kiezen niemand
wat krijgt.
In 1 van de afleveringen had ‘Nick’ een bepaalde strategie waarbij hij zei dat hij sowieso voor
steal ging kiezen en na afloop van de show de helft van het bedrag aan zijn tegenstander ging
geven. Hierbij zorgde hij ervoor dat zijn tegenstander geen andere keuze had dan ‘split’ kiezen,
anders zou hij namelijk helemaal niks krijgen. Hierdoor behoudt Nick de controle. Uiteindelijk
kozen beide spelers ‘split’, waardoor ze het bedrag eerlijk konden delen.
RKT Game theory