Hoorcollege 6 – ontwikkelingspsychologie
13 maart 2019
Wat is moraliteit?
Onderscheid tussen goed en slecht
Domeinbenadering:
- Morele kwesties:
Verplichtend, je zegt het is slecht, daarmee impliceer je dat je het zelf niet mag doen, maar
ook anderen mogen het niet doen. Het is voor iedereen een plicht om je hieraan te houden.
Moreel is universeel: dus voor iedereen hetzelfde (verschil persoonlijk/psychologische
kwesties)
oordelen gebaseerd op morele regels
Berk: situaties betreffende rechten en welzijn van mensen
- Conventionele kwesties:
Ze zijn inhoudelijke arbitrair, afhankelijk van consensus (=overeenstemming): het hoort niet
dus je kan je er maar beter aan houden.
oordelen gebaseerd op conventionele regels
- Persoonlijk/psychologische kwesties:
Persoonlijke oordelen over iets, hier heeft niemand iets mee te maken. Bijvoorbeeld je mag
niet drinken.
oordelen gebaseerd op prudentiële, persoonlijke of psychologische regels
Morele regel: bijvoorbeeld je mag niet stelen, of iemand pijn doen. Je moet wel iemand helpen
Moreel relevante situaties:
- Slachtoffer/dader-situatie: bijv. pesten, stelen, pijn doen
deze is moreel kwaad
- Slachtoffer/(potentiële) helper situaties
deze is moreel goed
Algemeen A: beïnvloedt het welzijn van B
Biologische benadering: ethologisch onderzoek:
- Evolutionair, erfenis uit onze evolutiegeschiedenis:
o De waal: empathie bij chimpansees: de ene aap troost de ander
o Wederkerigheid en rechtvaardigheid bij capucijnaapjes
Baby begint niet bij nul: er is al een stukje moraliteit waarop wordt voortgebouwd
Cognitieve benadering: nadruk op cognities: piaget, Kohlberg, Gibbs:
- Kinderen
Piaget:
- Heteronome moraliteit:
o Meer jonge kinderen (5-10 jaar)
o Oordeel gebaseerd op uitkomsten, niet op intenties
o Regels gezien als opgedragen door autoriteiten, als permannent, onveranderbaar,
om strikt aan te gehoorzamen
- Autonome moraliteit:
13 maart 2019
Wat is moraliteit?
Onderscheid tussen goed en slecht
Domeinbenadering:
- Morele kwesties:
Verplichtend, je zegt het is slecht, daarmee impliceer je dat je het zelf niet mag doen, maar
ook anderen mogen het niet doen. Het is voor iedereen een plicht om je hieraan te houden.
Moreel is universeel: dus voor iedereen hetzelfde (verschil persoonlijk/psychologische
kwesties)
oordelen gebaseerd op morele regels
Berk: situaties betreffende rechten en welzijn van mensen
- Conventionele kwesties:
Ze zijn inhoudelijke arbitrair, afhankelijk van consensus (=overeenstemming): het hoort niet
dus je kan je er maar beter aan houden.
oordelen gebaseerd op conventionele regels
- Persoonlijk/psychologische kwesties:
Persoonlijke oordelen over iets, hier heeft niemand iets mee te maken. Bijvoorbeeld je mag
niet drinken.
oordelen gebaseerd op prudentiële, persoonlijke of psychologische regels
Morele regel: bijvoorbeeld je mag niet stelen, of iemand pijn doen. Je moet wel iemand helpen
Moreel relevante situaties:
- Slachtoffer/dader-situatie: bijv. pesten, stelen, pijn doen
deze is moreel kwaad
- Slachtoffer/(potentiële) helper situaties
deze is moreel goed
Algemeen A: beïnvloedt het welzijn van B
Biologische benadering: ethologisch onderzoek:
- Evolutionair, erfenis uit onze evolutiegeschiedenis:
o De waal: empathie bij chimpansees: de ene aap troost de ander
o Wederkerigheid en rechtvaardigheid bij capucijnaapjes
Baby begint niet bij nul: er is al een stukje moraliteit waarop wordt voortgebouwd
Cognitieve benadering: nadruk op cognities: piaget, Kohlberg, Gibbs:
- Kinderen
Piaget:
- Heteronome moraliteit:
o Meer jonge kinderen (5-10 jaar)
o Oordeel gebaseerd op uitkomsten, niet op intenties
o Regels gezien als opgedragen door autoriteiten, als permannent, onveranderbaar,
om strikt aan te gehoorzamen
- Autonome moraliteit: