Meerkeuze, open en gesloten vragen.
1. Bij welke groep duurt een DMU langer, B-klant of een D-klant?
2. Welke hoort niet bij de kwalitatieve klantenpiramide?
A. Imagoreferentie
B. Groeipotentieel
C. Paseenheid bij de strategie
D. Invloed van de klant
3. Jaarlijks worden in een land 500.000 nieuwe auto’s verkocht. Een auto wordt gemiddeld
na 5 jaar vervangen. Afgelopen jaar was 1 op de 10 verkochte auto’s elektrisch. Een
fabrikant die gespecialiseerd is in elektrische auto’s heeft een marktaandeel van 10%.
Met welk marktpotentieel kan deze fabrikant rekening houden?
A. 500 auto’s
B. 5.000 auto’s
C. 50.000 auto’s
D. 500.000 auto’s
4. In de klantrelatiecyclus wordt een onderscheid gemaakt tussen verschillende fasen in de
relatie met de klant. Hoe wordt de receive-fase ook wel genoemd?
5. Wat hoort er niet bij de waardeklaverbladmodel?
A. wat willen we?
B. Wat doen andere niet?
C. Wat doen wij?
D. Wat willen de klanten?
E. Wat kunnen we?
6. Wat is een longlist?
7. Welke van onderstaande beweringen is niet juist?
A. Middelgrote klanten zijn C-klanten
B. D-klanten kunnen nooit doorgroeien tot B-klanten
C. Organisaties hebben doorgaans 5% grote klanten
D. A-klanten worden doorgaans bediend door key accountmanagers
8. Wat betekend Opt-in?