Week 1: De sociale constructie van maatschappelijke
problemen en agendavorming in beleid
BURAWOY – For public sociology
4 functies van de sociologie
1) Vaksociologie: voor vakgenoten
- Verrijking: professionalisering van
de sociologie
- Verarming: wordt te algemeen en ‘ingegroeid’
2) Beleidssociologie: voor beleidsmakers
- Valorisatie: is het verzilveren van wetenschappelijke kennis en techniek door deze
toegankelijk te maken voor derden. Dit dreigt keuzevraagstellingen en de
conceptualisering van de vaksociologie te beïnvloeden.
3) Publieke sociologie: voor burgers
- Vertaalt ‘private troubles’ in ‘public issues’
4) Kritische sociologie: zelfkritiek op vakgenoten
- Sociologie voor wie?
- Sociologie voor wat?
Hoe vermijden we een anomische arbeidsdeling binnen de sociologie? Door deze 4 functies op
elkaar betrokken te houden.
LUKES – Power: a radical view
Drie dimensies van macht
1) Eendimensionale benadering: gaat over daadwerkelijke genomen beleidsbeslissingen en wie
deze heeft genomen. Er is een conflict tussen beleidsvoorkeuren die zich vertalen in politiek
handelen; de onderzoeker kan deze waarnemen aan de hand van het gedrag van politieke
actoren. Dus: wie besluit? Waarneembare open conflicten
- Focus op: gedrag, besluitvorming, issues, waarneembare (open) conflicten en
(subjectieve) belangen die gezien worden als beleidsvoorkeuren door politieke
participatie
- Pluralisme: wie besluit? Waarneembaar gedrag en open conflicten
- Kritiek Lukes: houdt geen rekening met het feit dat de uitoefening van macht vaak wordt
beperkt tot relatief ‘veilige kwesties’
2) Tweedimensionale benadering: verhinderen dat bepaalde issues niet op de politieke agenda
komen. Identificeren van potentiële beleidsproblemen die door niet-beslissingen niet actueel
worden. Dus: waarover wordt wel/niet besloten? Niet-erkende / bedekte conflicten
- Focus op: besluitvorming en non-besluitvorming, issues en potentiële issues,
waarneembare (open en bedekte) conflicten, (subjectieve) belangen als
beleidsvoorkeuren of -conflicten
- Agenderen: waarover wordt wel en niet besloten? Ook oog voor conflicten die niet op de
publieke agenda komen (niet-erkende belangen / bedekte conflicten)
- Kritiek Lukes: er is niet per se consensus als er geen conflict is.
, 3) Driedimensionale benadering: beïnvloeding van preferenties van diegene waarover men
macht wil uitoefenen. Dit kan verhinderen dat er een conflict uitbreekt. Accepteren
bestaande gang van zaken omdat men zich geen alternatief kan voorstellen. Dus: wat
wordt wel/niet ter discussie gesteld? Open en bedekte latente conflicten door
beïnvloeding voorkeuren
- Focus op: besluitvorming en controle over de politieke agenda, issues en potentiële
issues, waarneembare (open en bedekte) en latente conflicten, subjectieve en echte
belangen
- Ideologische hegemonie: wat wordt wel en wat wordt niet ter discussie gesteld in
beleid? Latente conflicten kunnen op de politieke agenda komen als mensen zich er
bewust van worden
- Latente conflicten: conflicten tussen de belangen van beleidsmakers en de belangen van
degenen die geen macht uitoefenen. Volgens Lukes is het de meest effectieve
machtsvorm om deze conflicten überhaupt te voorkomen. Dit kan gedaan worden door
de voorkeuren van degenen waarover de beleidsmakers macht willen uitoefenen te
beïnvloeden. Als een probleem geen alternatieven heeft en het niet wordt benoemd,
weten de mensen immers niet dat het anders kan en wordt en verhinderd dat er een
conflict uitbreekt.
HILGARTNER & BOSK – The rise and fall of social problems: a public arenas model
Wat maakt een probleem tot een sociaal probleem? Twee perspectieven:
- Realistisch / objectivistisch: sociale problemen zijn een gegeven en komen voort uit de
structuur en ontwikkeling van de samenleving. Een sociaal probleem is een ill hier zitten
allerlei machtspraktijken achter
- Constructivistisch: sociale problemen zijn geen ‘objectief’ feit, maar het gevolg van
conflicterende sociale constructies. Het constructivisme kijkt naar hoe de situatie tot stand is
gekomen. Een sociaal probleem is een issue
Sociale problemen zijn het product van collectieve definiëring
Constructivistische publieke arena model: vergelijkbaar met de ‘velden’ van Bourdieu
- Aandacht voor sociale problemen is een schaars goed.
- Entrepreneurs (zoals sociale bewegingen en lobbyisten) zijn nodig om erkenning te krijgen
voor een bepaald onderwerp
, - Publieke arena’s hebben een beperkte capaciteit (carrying capacity), wat leidt tot
concurrentie tussen potentiële issues (sociale problemen)
- Verschillende actoren vechten om de probleemdefiniëring
- Selectieprincipes: drama, nieuwheid en verzadiging beïnvloeden welk sociaal probleem
aandacht krijgt
- Dus: competitie (om het frame), draagkracht (beperkte ruimte, tijd en geld) en
selectieprincipes (drama, vernieuwing)
Van ills naar issues: als gevolge van een ‘survival of the fittest’
- Nieuwsgierigheid
- Aansluiting bij ‘central myths’
- Dramatisering door entrepreneurs
ROCHEFORT & DONNELLY – Agenda setting and political discourse: major analytical frameworks and
their application
Discoursanalyse: de studie van wat door wie wordt gezegd in welke context. De manier waarop
een probleem wordt beschreven en gedefinieerd, beïnvloed hoeveel aandacht het krijgt.
Discoursanalyse heeft 3 onderdelen:
1) Probleemdefinitie
2) Framing: een bepaalde hoek van feiten van waaruit je wil dat mensen kijken
3) Narratief: de diepere lading van de feiten, het verhaal dat je binnen dit kader gaat vertellen
Wanneer komt beleid tot stand?
- Realisten: als de objectieve wantoestand ernstig genoeg is / de situatie vraagt erom
- Constructivisten: als er machtige en/of invloedrijke actoren ‘werk van maken’
- Beide: er concrete politieke besluiten worden genomen
- Beide: en ambtenaren die besluiten ook daadwerkelijk uitvoeren
Wanneer komt er geen beleid tot stand?
- Een onveranderlijk gegeven, ‘part of life’ (de natuur, het lot)
- Een individueel probleem (eigen verantwoordelijkheid)
- Een onoplosbaar probleem (onbetaalbaar of onacceptabel)
Agendavorming en politiek discours: welk probleem slaagt erin de aandacht van beleidsmakers
te verwerven? Hoe worden problemen gekoppeld aan oplossingen? Welke politieke actoren
spelen een sleutelrol in het proces van agendavorming en hoe gaan ze aan het werk?
Bezwaren tegen (overheids)ingrijpen:
- Pervers: het verergert het probleem (onbedoelde / onvoorziene effecten)
- Futiel: het haalt niets uit en gaat voorbij aan wat de beleidsmaker kan doen
- Jeopardy: schadelijk voor het bestaande systeem (kost te veel, tast verworvenheden aan)
Narratief: schept orde en samenhang in de observatie van een beleidsprobleem. Twee casussen:
- Rellen in Londen in 2011
- Occupy Wallstreet in 2011
HAJER – Coalitions, practices, and meaning in environmental politics from acid rain to BSE
Argumentative discourse analyse: de kern van argumentatieve discours analyse is om te
onderzoeken wat er tegen wie wordt gezegd en in welke context. Door uitspraken te doen,
, reageren mensen op elkaar en produceren ze op een interactieve manier betekenis. Deze
wisselwerking van interacties kan echter op verschillende manieren worden geïnterpreteerd en
benaderd en is afhankelijk van de context en gebruikte taal. Argumentatieve discours analyse
probeert zo dicht mogelijk bij de betekenis te komen van iets dat is gezegd, door rekening te
houden met de context en gebruikte taal.
Discoursanalyse:
- Beleid als een verhaal of discours
- Beleid maken is een verhaal opbouwen (framen)
- Beleid veranderen is dat verhaal aanpassen of vervangen door een ander verhaal
- Bij discoursanalyse gaat het dus minder direct over doelen of middelen, maar veelal over het
verhaal en dus het verhaal van mensen over het probleem en het te voeren beleid
- Beleidsanalyse gaat over de argumenten en de bestaande en gewenste praktijken.
Milieubeleid: realistische benadering
- Definitie van milieuprobleem is vanzelfsprekend (probleemdefiniëring)
- Analyse focust op waarom en wat voor soort beleid wordt geïmplementeerd (framing)
- Verklaring in termen van belangen en macht van betrokken actoren en hun strategisch
handelen (narratief)
Discourse coalitie: een groep van actoren die eenzelfde verhaal toepassen op een
beleidsprobleem in de context van een reeks gedeelde normen en routines
Discourse dominantie: als een bepaalde vorm van de wereld te zien is en oplossingen om
problemen voor te stelen dominant worden
Twee casussen:
- Zure regen: in de jaren ‘80 werd zure regen een belangrijk topic voor beleidsmakers, politici,
de media en het publiek. De zure regen leek kenmerkend voor het grotere probleem
milieuvervuiling/opwarming van de aarde. Om te onderzoeken wat er aan de hand was in het
ecologische discourse, onderzocht Hajer zure regen in Groot-Brittannië en Nederland.
o Traditioneel pragmatisch discours: zure regen als incident daar waar het beleid succesvol
emissies reduceerde
o Ecologisch moderniseringsdiscours: ‘succesvol’ beleid was een anachronisme. Nieuwe
problemen zoals zure regen vergen een totaal ander beleid en institutionele innovatie
- Gekke koeienziekte (BSE): zure regen had niet geleid tot institutionele verandering van de
Britse wetenschap en beleid. Het pragmatische discours bleef stand houden: “nothing was
pollution until scientifically proven”
Week 2: Burgerschap en sociale rechten
MARSHALL – Citizenship and social class
Historische ontwikkeling burgerrechten
- Inhoudelijke verbreding: op het gebied van … = WAT (wat valt er onder het burgerschap)
- Cliëntiele verbreding: wie heeft er aanspraak op? Uitbreiding tot universele rechten = WIE
(wie heeft er recht op burgerschap)
Staatsburgerschap: de rechten en plichten van de ‘leden’ van een nationale gemeenschap:
problemen en agendavorming in beleid
BURAWOY – For public sociology
4 functies van de sociologie
1) Vaksociologie: voor vakgenoten
- Verrijking: professionalisering van
de sociologie
- Verarming: wordt te algemeen en ‘ingegroeid’
2) Beleidssociologie: voor beleidsmakers
- Valorisatie: is het verzilveren van wetenschappelijke kennis en techniek door deze
toegankelijk te maken voor derden. Dit dreigt keuzevraagstellingen en de
conceptualisering van de vaksociologie te beïnvloeden.
3) Publieke sociologie: voor burgers
- Vertaalt ‘private troubles’ in ‘public issues’
4) Kritische sociologie: zelfkritiek op vakgenoten
- Sociologie voor wie?
- Sociologie voor wat?
Hoe vermijden we een anomische arbeidsdeling binnen de sociologie? Door deze 4 functies op
elkaar betrokken te houden.
LUKES – Power: a radical view
Drie dimensies van macht
1) Eendimensionale benadering: gaat over daadwerkelijke genomen beleidsbeslissingen en wie
deze heeft genomen. Er is een conflict tussen beleidsvoorkeuren die zich vertalen in politiek
handelen; de onderzoeker kan deze waarnemen aan de hand van het gedrag van politieke
actoren. Dus: wie besluit? Waarneembare open conflicten
- Focus op: gedrag, besluitvorming, issues, waarneembare (open) conflicten en
(subjectieve) belangen die gezien worden als beleidsvoorkeuren door politieke
participatie
- Pluralisme: wie besluit? Waarneembaar gedrag en open conflicten
- Kritiek Lukes: houdt geen rekening met het feit dat de uitoefening van macht vaak wordt
beperkt tot relatief ‘veilige kwesties’
2) Tweedimensionale benadering: verhinderen dat bepaalde issues niet op de politieke agenda
komen. Identificeren van potentiële beleidsproblemen die door niet-beslissingen niet actueel
worden. Dus: waarover wordt wel/niet besloten? Niet-erkende / bedekte conflicten
- Focus op: besluitvorming en non-besluitvorming, issues en potentiële issues,
waarneembare (open en bedekte) conflicten, (subjectieve) belangen als
beleidsvoorkeuren of -conflicten
- Agenderen: waarover wordt wel en niet besloten? Ook oog voor conflicten die niet op de
publieke agenda komen (niet-erkende belangen / bedekte conflicten)
- Kritiek Lukes: er is niet per se consensus als er geen conflict is.
, 3) Driedimensionale benadering: beïnvloeding van preferenties van diegene waarover men
macht wil uitoefenen. Dit kan verhinderen dat er een conflict uitbreekt. Accepteren
bestaande gang van zaken omdat men zich geen alternatief kan voorstellen. Dus: wat
wordt wel/niet ter discussie gesteld? Open en bedekte latente conflicten door
beïnvloeding voorkeuren
- Focus op: besluitvorming en controle over de politieke agenda, issues en potentiële
issues, waarneembare (open en bedekte) en latente conflicten, subjectieve en echte
belangen
- Ideologische hegemonie: wat wordt wel en wat wordt niet ter discussie gesteld in
beleid? Latente conflicten kunnen op de politieke agenda komen als mensen zich er
bewust van worden
- Latente conflicten: conflicten tussen de belangen van beleidsmakers en de belangen van
degenen die geen macht uitoefenen. Volgens Lukes is het de meest effectieve
machtsvorm om deze conflicten überhaupt te voorkomen. Dit kan gedaan worden door
de voorkeuren van degenen waarover de beleidsmakers macht willen uitoefenen te
beïnvloeden. Als een probleem geen alternatieven heeft en het niet wordt benoemd,
weten de mensen immers niet dat het anders kan en wordt en verhinderd dat er een
conflict uitbreekt.
HILGARTNER & BOSK – The rise and fall of social problems: a public arenas model
Wat maakt een probleem tot een sociaal probleem? Twee perspectieven:
- Realistisch / objectivistisch: sociale problemen zijn een gegeven en komen voort uit de
structuur en ontwikkeling van de samenleving. Een sociaal probleem is een ill hier zitten
allerlei machtspraktijken achter
- Constructivistisch: sociale problemen zijn geen ‘objectief’ feit, maar het gevolg van
conflicterende sociale constructies. Het constructivisme kijkt naar hoe de situatie tot stand is
gekomen. Een sociaal probleem is een issue
Sociale problemen zijn het product van collectieve definiëring
Constructivistische publieke arena model: vergelijkbaar met de ‘velden’ van Bourdieu
- Aandacht voor sociale problemen is een schaars goed.
- Entrepreneurs (zoals sociale bewegingen en lobbyisten) zijn nodig om erkenning te krijgen
voor een bepaald onderwerp
, - Publieke arena’s hebben een beperkte capaciteit (carrying capacity), wat leidt tot
concurrentie tussen potentiële issues (sociale problemen)
- Verschillende actoren vechten om de probleemdefiniëring
- Selectieprincipes: drama, nieuwheid en verzadiging beïnvloeden welk sociaal probleem
aandacht krijgt
- Dus: competitie (om het frame), draagkracht (beperkte ruimte, tijd en geld) en
selectieprincipes (drama, vernieuwing)
Van ills naar issues: als gevolge van een ‘survival of the fittest’
- Nieuwsgierigheid
- Aansluiting bij ‘central myths’
- Dramatisering door entrepreneurs
ROCHEFORT & DONNELLY – Agenda setting and political discourse: major analytical frameworks and
their application
Discoursanalyse: de studie van wat door wie wordt gezegd in welke context. De manier waarop
een probleem wordt beschreven en gedefinieerd, beïnvloed hoeveel aandacht het krijgt.
Discoursanalyse heeft 3 onderdelen:
1) Probleemdefinitie
2) Framing: een bepaalde hoek van feiten van waaruit je wil dat mensen kijken
3) Narratief: de diepere lading van de feiten, het verhaal dat je binnen dit kader gaat vertellen
Wanneer komt beleid tot stand?
- Realisten: als de objectieve wantoestand ernstig genoeg is / de situatie vraagt erom
- Constructivisten: als er machtige en/of invloedrijke actoren ‘werk van maken’
- Beide: er concrete politieke besluiten worden genomen
- Beide: en ambtenaren die besluiten ook daadwerkelijk uitvoeren
Wanneer komt er geen beleid tot stand?
- Een onveranderlijk gegeven, ‘part of life’ (de natuur, het lot)
- Een individueel probleem (eigen verantwoordelijkheid)
- Een onoplosbaar probleem (onbetaalbaar of onacceptabel)
Agendavorming en politiek discours: welk probleem slaagt erin de aandacht van beleidsmakers
te verwerven? Hoe worden problemen gekoppeld aan oplossingen? Welke politieke actoren
spelen een sleutelrol in het proces van agendavorming en hoe gaan ze aan het werk?
Bezwaren tegen (overheids)ingrijpen:
- Pervers: het verergert het probleem (onbedoelde / onvoorziene effecten)
- Futiel: het haalt niets uit en gaat voorbij aan wat de beleidsmaker kan doen
- Jeopardy: schadelijk voor het bestaande systeem (kost te veel, tast verworvenheden aan)
Narratief: schept orde en samenhang in de observatie van een beleidsprobleem. Twee casussen:
- Rellen in Londen in 2011
- Occupy Wallstreet in 2011
HAJER – Coalitions, practices, and meaning in environmental politics from acid rain to BSE
Argumentative discourse analyse: de kern van argumentatieve discours analyse is om te
onderzoeken wat er tegen wie wordt gezegd en in welke context. Door uitspraken te doen,
, reageren mensen op elkaar en produceren ze op een interactieve manier betekenis. Deze
wisselwerking van interacties kan echter op verschillende manieren worden geïnterpreteerd en
benaderd en is afhankelijk van de context en gebruikte taal. Argumentatieve discours analyse
probeert zo dicht mogelijk bij de betekenis te komen van iets dat is gezegd, door rekening te
houden met de context en gebruikte taal.
Discoursanalyse:
- Beleid als een verhaal of discours
- Beleid maken is een verhaal opbouwen (framen)
- Beleid veranderen is dat verhaal aanpassen of vervangen door een ander verhaal
- Bij discoursanalyse gaat het dus minder direct over doelen of middelen, maar veelal over het
verhaal en dus het verhaal van mensen over het probleem en het te voeren beleid
- Beleidsanalyse gaat over de argumenten en de bestaande en gewenste praktijken.
Milieubeleid: realistische benadering
- Definitie van milieuprobleem is vanzelfsprekend (probleemdefiniëring)
- Analyse focust op waarom en wat voor soort beleid wordt geïmplementeerd (framing)
- Verklaring in termen van belangen en macht van betrokken actoren en hun strategisch
handelen (narratief)
Discourse coalitie: een groep van actoren die eenzelfde verhaal toepassen op een
beleidsprobleem in de context van een reeks gedeelde normen en routines
Discourse dominantie: als een bepaalde vorm van de wereld te zien is en oplossingen om
problemen voor te stelen dominant worden
Twee casussen:
- Zure regen: in de jaren ‘80 werd zure regen een belangrijk topic voor beleidsmakers, politici,
de media en het publiek. De zure regen leek kenmerkend voor het grotere probleem
milieuvervuiling/opwarming van de aarde. Om te onderzoeken wat er aan de hand was in het
ecologische discourse, onderzocht Hajer zure regen in Groot-Brittannië en Nederland.
o Traditioneel pragmatisch discours: zure regen als incident daar waar het beleid succesvol
emissies reduceerde
o Ecologisch moderniseringsdiscours: ‘succesvol’ beleid was een anachronisme. Nieuwe
problemen zoals zure regen vergen een totaal ander beleid en institutionele innovatie
- Gekke koeienziekte (BSE): zure regen had niet geleid tot institutionele verandering van de
Britse wetenschap en beleid. Het pragmatische discours bleef stand houden: “nothing was
pollution until scientifically proven”
Week 2: Burgerschap en sociale rechten
MARSHALL – Citizenship and social class
Historische ontwikkeling burgerrechten
- Inhoudelijke verbreding: op het gebied van … = WAT (wat valt er onder het burgerschap)
- Cliëntiele verbreding: wie heeft er aanspraak op? Uitbreiding tot universele rechten = WIE
(wie heeft er recht op burgerschap)
Staatsburgerschap: de rechten en plichten van de ‘leden’ van een nationale gemeenschap: