Naam
Studentennummer
Klas
InHolland Rotterdam
2316SW412A
Datum
,Inhoudsopgave
1.Algemene inleiding 3
2. Beroepsproduct 1 Individuele begeleiding patiënt 4
2.1 Inleiding 4
2.2 Onderbouwing 4
2.2.1 Kenmerken en behoeften van de doelgroep 5
2.2.2 Verschillende methodieken/ methoden/ werkwijzen 5
2.2.3 Visie en beleid van de organisatie 6
2.2.4 Relevante ontwikkelingen 7
2.2.5 Kernwaarden van het beroep/beroepsprofiel 7
2.3 Verantwoording 8
2.3.1 De belangen van de doelgroep en de organisatie 8
2.3.2 Het creëren van draagvlak bij betrokkenen 9
2.3.3 De afstemming met verschillende betrokkenen en de daarbij behorende rol 9
2.3.4 Zelfstandigheid en complexiteit 10
2.4 Reflectie & Evaluatie 11
3. Beroepsproduct 2 Eerste verantwoordelijke van dienst 16
3.1 Inleiding 16
3.2 Onderbouwing 16
3.2.1 Kenmerken en behoeften van de doelgroep 17
3.2.2 Verschillende methodieken/ methoden/ werkwijzen 17
3.2.3 Visie en beleid van de organisatie 19
3.2.4 Relevante ontwikkelingen 19
3.2.5 Kernwaarden van het beroep/beroepsprofiel 19
3.3 Verantwoording 20
3.3.1 De belangen van de doelgroep en de organisatie 20
3.3.2 Het creëren van draagvlak bij betrokkenen 21
3.3.3 De afstemming met verschillende betrokkenen en de daarbij behorende rol 21
3.3.4 Zelfstandigheid en complexiteit 22
3.4 Reflectie & Evaluatie 23
4. Beroepsproduct 3 Invullen ontwikkelingsvolgmodel 26
4.1 Inleiding 26
4.2 Onderbouwing 26
4.2.1 Kenmerken en behoeften van de doelgroep 27
4.2.2 Verschillende methodieken/ methoden/ werkwijzen 28
4.2.3 Visie en beleid van de organisatie 29
4.2.4 Relevante ontwikkelingen 30
4.2.5 Kernwaarden van het beroep/beroepsprofiel 30
1
, 4.3 Verantwoording 31
4.3.1 De belangen van de doelgroep en de organisatie 31
4.3.2 Het creëren van draagvlak bij betrokkenen 32
4.3.3 De afstemming met verschillende betrokkenen en de daarbij behorende rol 32
4.3.4 Zelfstandigheid en complexiteit 34
4.4 Reflectie & Evaluatie 35
5. Conclusie 37
Literatuurlijst 38
Bijlage 1 40
Feedbackmodel 40
Patiënt 40
Collega 41
Bijlage 2 42
Het ontwikkelingsvolgmodel van A. 42
2
, 1.Algemene inleiding
Tijdens het praktijkleren van het tweede semester van jaar 3 stond de rol van agoog en de
beroepsproducten ‘handeling’ centraal. Ook in dit semester staat deze rol centraal, alleen dan nu
met een hogere mate van zelfstandigheid en complexiteit van mijn handelen. Zo verantwoord ik zelf
aan de hand van het ZelCommodel hoe de zelfstandigheid en complexiteit in mijn handelen
toeneemt ten opzichte van het eerste semester praktijkleren. Aan de hand van drie
beroepsproducten ‘handeling’ en voorbereidende deelproducten laat ik zien de methodische cyclus
te kunnen doorlopen en samen te kunnen werken met collega’s. Hierbij laat ik een professionele
houding zien. Daarnaast bestaat elk gekozen beroepsproduct ‘handeling’ met voorbereidende
deelproducten uit meerdere stappen van de methodische cyclus. Bij elke stap voer ik handelingen uit
die ik onderbouw, verantwoord en waarop ik reflecteer. Hierbij bespreek ik de kwaliteit en
werkwijzen van mijn handelen met mijn praktijkbegeleider op mijn praktijkplek. Verder schrijf ik de
onderbouwing, verantwoording en reflectie in een verslag. Zo laat ik zien hoe de feedback en
reflectie leidt tot nieuwe inzichten en bijsturing van mijn handelen in een volgend beroepsproduct.
De eerste twee beroepsproducten worden uitgevoerd op mijn oude praktijkplek FPC De Kijvelanden.
FPC De Kijvelanden is volgens Fivoor (z.d.) een forensisch psychiatrisch centrum waar iemand wordt
opgenomen die een strafrechtelijke maatregel tbs heeft gekregen. Iemand wordt veroordeeld tot tbs
wanneer er naast dat sprake is van een ernstig misdrijf na onderzoek ook een psychiatrische stoornis
aanwezig is.
Het laatste beroepsproduct wordt uitgevoerd op mijn nieuwe praktijkplek. Wegens omstandigheden
heb ik moeten wisselen van praktijkplek. Dit heeft ervoor gezorgd dat mijn leerproces een maand
lang is gestagneerd. Zo liep ik achter met mijn opdrachten, wat ervoor heeft gezorgd dat ik ook een
maand langer door moest met mijn stage. Dit is een heel erg stressvolle en onzekere tijd voor mij
geweest, omdat ik in eerste instantie niet wist of ik überhaupt door mocht gaan met de opleiding
(het leerjaar). Na veel gesprekken te hebben gevoerd en een goede verantwoording te hebben
gegeven over mijn nieuwe praktijkplek, mocht ik mijn stage voortzetten. Ik loop op dit moment stage
op ‘KDC De Bloesem’ in Dordrecht op de groep ‘Madelief’. Op de ‘Madelief’ groep zitten acht
kinderen tussen de drie en zes jaar, met een ontwikkelingsachterstand, spraak-taalstoornis en/of
verstandelijke of meervoudige beperking. Ook zijn de meeste kinderen gediagnosticeerd met
autisme. De meeste kinderen zijn nog niet oud genoeg om naar school te gaan. Zo wordt er op de
groep gekeken naar optimale ontwikkelingsmogelijkheden. Uiteindelijk stromen de kinderen door
naar speciaal onderwijs binnen dezelfde organisatie of naar een andere school voor speciaal
onderwijs (Gemiva-svg, 2021).
3