Samenvatting taalonderwijs ontwerpen 1.1 en 1.2
1.1 De inhoud van het taalonderwijs
Domeinen taalonderwijs:
Aanvankelijk lezen
We willen kinderen de beginselen van het leren lezen bijbrengen (eerste helft groep
3). Ze moeten leren welke letters er zijn en ze moeten in staat zijn om eenvoudige
woorden hardop te lezen.
Technisch lezen
Dit is een onderdeel van het voortgezet lezen. Het doel hiervan is het vlot kunnen
voorlezen van een tekst, niet per sé begrijpen wat je leest. Net als bij aanvankelijk
lezen gaat het er om dat kinderen letters kunnen ontcijferen en woorden hardop
kunnen lezen, maar er wordt ook aandacht besteed aan leesstrategieën. Vroeger
werd dit vaak gedaan bij niveaulezen (eenzelfde leesvaardigheid bij elkaar in één
groep).
Begrijpend lezen
Een andere vorm van voortgezet lezen is begrijpend lezen. Hierbij gaat het er om dat
de lezer de tekst begrijpt. Je kan hierachter komen door vragen te stellen aan de
lezer. Vaak wordt in methodes ook aandacht besteed aan studerend lezen.
Belevend lezen
Hier gaat het vooral om de emotionele betrokkenheid van de lezer bij een tekst.
Belevend lezen heeft tot doel om de kinderen te leren zich in te leven in de
personages van een verhaal en te laten genieten van het lezen van (jeugd)boeken.
Spelling
Bij spelling gaat het erom dat de kinderen de meest voorkomende woorden correct
kunnen schrijven en de belangrijkste spellingregels kunnen toepassen. De leerstof is
voor kinderen verdeeld in spellingcategorieën: een groep woorden die allemaal
dezelfde spellingmoeilijkheid bevatten. De kinderen moeten bij elke categorie leren
welke strategie ze kunnen toepassen om de woorden correct te kunnen spellen.
Stellen
Bij stellen gaat het om het schrijven van teksten. Kinderen moeten hun gedachten,
ervaringen en waarnemingen kunnen weergeven in de vorm van een tekst. Ze
moeten weten hoe je te werk kunt gaan bij het schrijven en wat de regels en
kenmerken zijn.
Spreken en luisteren
Hier gaat het erom dat kinderen ervaring opdoen met bepaalde mondelinge
taalvormen, zoals een discussie of een spreekbeurt en dat ze leren om bepaalde
spreek- en luisterstrategieën te hanteren. Je leert kinderen bijvoorbeeld hoe je een
goede vraagt stelt.
Taalbeschouwing
Hier wil je kinderen leren reflecteren op de taalvorm (manier waarop iets verwoord is).
Kinderen kunnen bijzonderheden en regelmaat ontdekken. Een belangrijk onderdeel
van taalbeschouwing is de traditionele grammatica. Hierbij moeten kinderen zinnen
ontleden in zinsdelen en de verschillende soorten woorden kunnen benoemen.
Woordenschat
1.1 De inhoud van het taalonderwijs
Domeinen taalonderwijs:
Aanvankelijk lezen
We willen kinderen de beginselen van het leren lezen bijbrengen (eerste helft groep
3). Ze moeten leren welke letters er zijn en ze moeten in staat zijn om eenvoudige
woorden hardop te lezen.
Technisch lezen
Dit is een onderdeel van het voortgezet lezen. Het doel hiervan is het vlot kunnen
voorlezen van een tekst, niet per sé begrijpen wat je leest. Net als bij aanvankelijk
lezen gaat het er om dat kinderen letters kunnen ontcijferen en woorden hardop
kunnen lezen, maar er wordt ook aandacht besteed aan leesstrategieën. Vroeger
werd dit vaak gedaan bij niveaulezen (eenzelfde leesvaardigheid bij elkaar in één
groep).
Begrijpend lezen
Een andere vorm van voortgezet lezen is begrijpend lezen. Hierbij gaat het er om dat
de lezer de tekst begrijpt. Je kan hierachter komen door vragen te stellen aan de
lezer. Vaak wordt in methodes ook aandacht besteed aan studerend lezen.
Belevend lezen
Hier gaat het vooral om de emotionele betrokkenheid van de lezer bij een tekst.
Belevend lezen heeft tot doel om de kinderen te leren zich in te leven in de
personages van een verhaal en te laten genieten van het lezen van (jeugd)boeken.
Spelling
Bij spelling gaat het erom dat de kinderen de meest voorkomende woorden correct
kunnen schrijven en de belangrijkste spellingregels kunnen toepassen. De leerstof is
voor kinderen verdeeld in spellingcategorieën: een groep woorden die allemaal
dezelfde spellingmoeilijkheid bevatten. De kinderen moeten bij elke categorie leren
welke strategie ze kunnen toepassen om de woorden correct te kunnen spellen.
Stellen
Bij stellen gaat het om het schrijven van teksten. Kinderen moeten hun gedachten,
ervaringen en waarnemingen kunnen weergeven in de vorm van een tekst. Ze
moeten weten hoe je te werk kunt gaan bij het schrijven en wat de regels en
kenmerken zijn.
Spreken en luisteren
Hier gaat het erom dat kinderen ervaring opdoen met bepaalde mondelinge
taalvormen, zoals een discussie of een spreekbeurt en dat ze leren om bepaalde
spreek- en luisterstrategieën te hanteren. Je leert kinderen bijvoorbeeld hoe je een
goede vraagt stelt.
Taalbeschouwing
Hier wil je kinderen leren reflecteren op de taalvorm (manier waarop iets verwoord is).
Kinderen kunnen bijzonderheden en regelmaat ontdekken. Een belangrijk onderdeel
van taalbeschouwing is de traditionele grammatica. Hierbij moeten kinderen zinnen
ontleden in zinsdelen en de verschillende soorten woorden kunnen benoemen.
Woordenschat