Heijdanus, E. (2014). DANS! Praktisch handboek voor het basisonderwijs. Bussum: Coutinho.
Hoofdstuk 1) Wat is dans?
Je gebruikt je lichaam als instrument om met beweging plezier, vreugde, emotie en intentie vorm te
geven. Het is dus een expressiemiddel.
1.1) De contexten van dans
Dans kan binnen drie contexten plaats vinden:
(Daarnaast zou je dans nog kunnen tegen komen in de therapeutische context.)
1 Artistieke context (dans als kunstvorm)
Dit gaat over professionele dansers die hier een opleiding voor hebben gevolgd. Zij hebben geleerd
over de fysieke aspecten, kunstgeschiedenis en hebben hun eigen visie. Het draait om het
belevingsaspect en dans wil vaak een boodschap overbrengen. Leerlingen in de klas hebben
natuurlijk niet dit niveau, maar kunnen ook al enorme kwaliteiten laten zien.
2 Sociale context (dans als een vorm van sociaal contact)
Dit gebeurt meestal thuis, tijdens het uitgaan of op een danscursus. In veel culturen is het
gebruikelijk om te dansen (generatie op generatie) en wordt hier dus ook veel culturele waarde aan
gehecht. In deze context draait het meestal om het gevoel van saamhorigheid en plezier.
3 Educatieve context (dans is om van, over en door te leren)
In het basisonderwijs gaat het over dans als beweging en als cultuur. Dans is een leerproces en een
creatief proces. Het sluit aan op de behoefte om dingen uit te beelden, behoefte om te ontdekken.
Kinderen leren bij dans over hunzelf, elkaar en de omgeving. Het volgende staat centraal:
Dans: ontdekken, creëren en evalueren;
Gestructureerde dans: vastgelegde passen en patronen;
Dansreceptie en -reflectie: kijken en praten over dansonderwerpen.
1.2) Dans in het basisonderwijs
Om aan te sluiten op de kerndoelen heeft een school twee keuzes. De school kan ervoor kiezen om
verschillende dansactiviteiten en danswerkvormen aan te bieden of speciaal dansonderwijs te beiden
aan de hand van vakdocenten of de groepsleerkrachten.
Incidentele dansactiviteiten
• Dansspelen zoals stoelendans (doel = ontspanning en plezier);
• Thema- of weekafsluitingen (doel = verwerking en leren presteren);
• Dans in de musical of voorstelling (doel = podiumervaring opdoen, saamhorigheid);
• Dansvoorstellingen bezoeken (doel = leren reflecteren en praten over dans).
Vakleerkrachten dans, deze leerkrachten zijn op sommige basisscholen werkzaam. Deze
leerkrachten hebben een docentenopleiding aan bijvoorbeeld een dansacademie gedaan. Er is dan
grote afstemming met het pedagogisch klimaat, leerstof en de cultuur van de school.
Dansdocenten worden soms ook ingehuurd door scholen en geven enkele lessen of dag projecten.
, Groepsleerkrachten kunnen natuurlijk ook dans geven en gebruiken hiervoor vaak een methode.
Dansen in het speciaal basisonderwijs
Het vraagt om specifieke didactische vaardigheden van de leerkracht, het zorgt ervoor dat de
leerlingen zich bewuster worden van zichzelf en van anderen (toename zelfvertrouwen).
1.3) Verschillende definities van dans
In dit hoofdstuk staan verschillende definities beschreven. Deze twee zijn van belang om goed te
lezen.
1.4 Reflectie en terugblik
Dansen is een leerproces en een creatief proces. Het sluit aan bij:
• De natuurlijke bewegingsdrang van kinderen;
• Verbeeldingskracht van kinderen;
• De behoefte om te ontdekken, fantaseren, creëren, ordenen en te beheersen;
• De kinderen leren over zichzelf en de omgeving.
Er zijn drie contexten van dans, artistiek, sociaal en educatief.