Nooij, H.de. (2017). Kijk op spel. (4e druk). Groningen: Noordhoff.
Hoofdstuk 1) Drama inhoudelijk
Wat is drama?
Het doel van drama is het verwerven van inzicht in de functie en betekenis van het eigen
dramatische product en dat van anderen.
De kenmerkende eigenschappen van drama:
• Dramatische verbeelding: hangt samen met fantasie en creativiteit;
• Dramatische vormgeving: wijze van presenteren (spel, kostuums, licht etc.);
• Dramatisch inzicht: het hebben van kennis over drama;
• Discussie oproepen om tot nieuwe inzichten te komen.
Drama binnen het onderwijs
• Drama is cultuurgoed (je ontwikkelt je smaak);
• Drama is een didactisch hulpmiddel (het begrip ontwikkelen);
• Drama is een pedagogisch middel (het kan sociaal-emotioneel versterken).
Het vormgevingsmodel, het PD-model
Staat voor het procesgerichte didactiek model.
Materie: het gebruik maken van je lichaam als instrument, ordeningen in het gebruik van ruimte, tijd
en kracht en danskwaliteiten.
Vorm: vormgevingsprincipes (herhaling, contrast), spanningsopbouw (dansante dramaturgie).
Betekenis: een onderwerp inhoudelijk invullen.
➔ Deze aspecten zijn nauw verbonden met elkaar.
Ook zien we werkwijze (spelvorm), beschouwing (nabespreken en reflecteren) en onderzoeken (je
onderzoekt een spelvorm, werkwijze of betekenis). Dit onderzoeken doe je tijdens de repetitiefase.
Om de hele afbeelding zie je reflectie staan, omdat het reflecteren tijdens het hele leren plaats vindt.
De drie gebieden binnen het reflecteren zijn:
1. Reflectie tijdens het beschouwen (je legt het verband naar je eigen spel);
2. Reflectie tijdens het onderzoeken (je kijkt tijdens het repeteren en stuurt bij);
3. Reflectie over de werkwijze (kijk kritisch naar je handelen).
Onderzoeken is van het grootste belang bij drama. Drama is namelijk een voortdurend spel van vorm
en materiaal op zoek naar betekenis.
, Het MVB-Model (let op, anders dan bij dans!)
Hierbij is creativiteit het uitgangspunt, vandaag dat creativiteit
in het midden staat.
Materie: het gebruik maken van je lichaam als instrument,
ordeningen in het gebruik van ruimte, tijd en kracht en
danskwaliteiten.
Vorm: vormgevingsprincipes (herhaling, contrast),
spanningsopbouw (dansante dramaturgie).
Betekenis: een onderwerp inhoudelijk invullen.
In deze basisstructuur komen wij in aanraking met:
• Presenteren (wijze van overbrengen);
• Spelen (spelvaardigheid);
• Beschouwen (het kunnen nadenken over);
• Ontwerpen en vormgeven (het omzetten van ideeën);
• Regisseren (het vormgeven voor anderen en elkaar).
In dit proces zijn de leerlingen:
• Productief (er is straks een opbrengst);
• Receptief (ze kijken naar en staan open voor speluitingen);
• Reflectief (ze denken en praten over wat ze doen en zien waardoor ze ontwikkelen).
Het procesgerichte karakter van drama
Het doel is om de leerlingen actief en receptief kennis te laten maken met de kunstvorm theater.
Er zijn verschillende fasen om grip op procesgericht dramaonderwijs te krijgen:
1. De aftastfase (het wennen aan het spel, de speldrempel);
2. Het kennismaken met spelcriteria;
3. Inzetten op perfect spel (het niveau ligt hoger).
Hoe train je de sociale vaardigheden tijdens het geven van drama?
• Het daagt ons uit om samen te werken;
• Om samen opdrachten uit te voeren en problemen op te lossen;
• Om kritisch opbouwend met elkaar om te gaan;
• Om elkaar en elkaars werk te respecteren.
We leren bij drama door met en van elkaar te leren (Vygotsky ’s overtuiging). We noemen drama ook
wel dialogisch onderwijs. Hierbij komt de sociaal constructivistische leerstijl kijken. Iedere
speltechniek heeft een aantal aandachtspunten/criteria waaraan het moet voldoen. Dit wordt door
de leerling onderzocht door:
1. Praktisch: door te oefenen;
2. Cognitief: door te beschouwing ontstaat inzicht.
Als je als voorbeeld een tableau neemt, dan is de werkvorm specifieke criteria om een fysieke
houding en uitdrukking te kunnen vasthouden. Er zijn ook werkvorm overstijgende inzichten en
vaardigheden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gebruik van mimiek en de verstaanbaarheid.
1.2 Waarom Drama op de Pabo?
Je krijgt inzicht in de kenmerken en begeleidingsaspecten en je vergroot je professionaliteit. De
leerkracht moet de leerlingen kunnen motiveren, begeleiden en op een professionele de informatie