Samenvatting H6:
6.1 Ruilrelatie tussen individu en organisatie
Een organisatie is een sociaal verband, een samenwerkingsverband van mensen die gezamenlijke doelen
willen bereiken. Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid en die moet in evenwicht zijn. Er zijn maar
weinig mensen die zich volledig inspannen en het hele leven draait om werken. Dit zorg voor een burn-
out. Er zijn ook mensen
die de kantjes eraf lopen,
ze leveren te weinig op
voor de organisatie. Er
moet een gezonde
balans tussen deze 2
situaties zijn.
6.2 Vraag en
aanbod van de
organisatie
De vraag van de organisatie wordt duidelijk in een functie- of competentieprofiel. Het bestaat uit 2
onderdelen:
- Functieomschrijving: taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en plaats in organisatie
- Functie-eisen: opleiding, ervaring en aanvullende eisen.
Er wordt van een competentie gesproken als essentiële
kennis en vaardigheden gekoppeld worden aan
beroepstaken. Een competentie moet je als medewerker
kunnen bewijzen, aantonen. Een competentie moet
concreet en meetbaar zijn. Alle essentiële competenties
voor het uitvoeren van het werk worden gebundeld in een
competentieprofiel. Alleen competenties die kritisch zijn
voor het werk worden opgenomen, anders wordt de lijst
wel erg lang.
Beroepscompettenties zijn over 4 gebieden te verdelen: 1.
Kennis en opleiding, 2. Motivatie en houding, 3.
Persoonskenmerken, 4. Vaardigheden en ervaring.
Essentiële kennis en vaardigheid die gekoppeld wordt aan een bepaalde beroepstaak. Essentieel wil
zeggen: doorslaggevend voor het wel of niet slagen in dit beroep.
Arbeidsvoorwaarden: