Hoorcollege
2
K&O
Probleemgedrag:
ernsttaxatie,
classificatie
en
de
rol
van
gender
Nederlandse
kinderen
getoetst
als
gelukkigst
ter
wereld,
toch
blijft
de
jeugdzorg
stijgen
ieder
jaar
Ensttaxatie:
-‐ Wanneer
is
er
sprake
van
een
probleem?
-‐ Hoe
ernstig
is
het
probleem?
-‐ Welke
instrumenten
worden
gebruikt?
Wanneer
is
er
sprake
van
een
probleem?
‘Er
kan
slechts
van
een
probleem
gesproken
worden
wanneer
het
patroon
significant
afwijkt
van
wat
past
of
hoort
bij
de
leeftijd
van
het
kind’
-‐ Het
probleem
moet
persistent
zijn
-‐ Het
mag
niet
veroorzaakt
worden
door
levensomstandigheden
-‐ Er
moet
rekening
gehouden
met
de
culturele
setting
-‐ Het
probleem
moet
aanwezig
zijn
in
meerdere
situaties
-‐ Een
abrupte
verandering
in
gedrag
kan
zichtbaar
zijn
En:
-‐ Er
moet
sprake
zijn
van
lijden
of
last
-‐ Verslechtering
functioneren
op
school/werk
-‐ Risico
op
ontwikkelingsachterstanden
-‐ Kwaliteit
van
de
opvoedingsomgeving
is
niet
optimaal
(ouders
weten
niet
hoe
ze
met
het
probleem
om
kunnen
gaan)
Instrumenten:
ASEBA-‐systeem
Dimensioneel
(later
de
cut-‐off
met
probleem
vs
geen
probleem)
=
batterij
vragenlijsten
bijvoorbeeld:
CBCL
Percentiel
=
percentage
kinderen
dat
lager
scoort
dan…
Externaliserend
gedrag
vaker
bij
jongens,
internaliserend
vaker
bij
meisjes
Dimensioneel
systeem
>
normaal
verdeling
Cut-‐off
scores:
wel
vs
geen
probleem/stoornis
DSM-‐5
categorisch
Verschil
CBCL:
kan
niet
door
iederen
gebruikt
worden,
alleen
door
proffesionals
Classificatie:
systematisch
ordenen
van
verschijnselen
(symptomen)
of
typen
(diagnose)
1.
Symptoom:
manifestatie
van
een
pathologische
conditie;
kenmerk,
observeerdbaar
gedrag
2.
Syndroom:
groep
symptomen
3.
Stoornis:
Ernstig
lijden
+
belemmering
in
functioneren
,
Nadeel
categorisch
systeem:
diagnose
inflatie
à
overdiagnose
Waarom?
-‐ Wat
doe
je
met
kinderen
die
net
onder
de
cut-‐off
score
vallen?
>
1
symptoom
te
weinig,
of
niet
ernstig
lijden
-‐ De
lijn
rondom
de
cut-‐off
score
kan
vervallen
-‐ Voorbeeld:
ADHD
-‐ Zorgverzekeraars
betalen
alleen
als
er
een
stoornis
is
van
de
DSM
Gender
en
psychopathologie
-‐ Internaliserend:
2:1
vrouwen
mannen
-‐ Externaliserend:
1:2
vrouwen
mannen
-‐ Suicidaliteit
geen
duidelijk
verschil
Genderverschillen
Testosteron:
tijdens
de
zwangerschap
>
blootstelling
aan
testosteron
in
de
baarmoeder
is
gerelateerd
aan
meer
agressie
Hersenontwikkeling?
Bij
mannen
iets
groter,
niet
significant
Genen?
Niet
significant
Omgeving?
Onderzoeken:
over
opvoeding
en
socialisatie
Kind
effect
=
reactie
op
het
verschillende
gedrag
van
jongens
en
meisjes
(geen
bewijs)
Ouder
effect
=
om
jongens
en
meisjes
te
leren
welk
gedrag
gepast
is
voor
jongens
en
meisjes
(ouder
effect)
Emotiesocialisatie
=
leren
wat
gepast
is
om
te
uiten
(verschillen
jongens
en
meisjes)
Onderzoek
(chaplin):
Aandacht
van
ouders
bij
verschillende
emoties
van
hun
zoons
en
dochters
>
kan
dit
ten
grondslag
liggen
aan
externaliserend
vs
internaliserend
gedrag?
Methoden
,60
kinderen
met
kinderen
rond
de
4
jaar
-‐ competitief
spel
met
moeder
en
vader
-‐ Emotie
expressie
kind:
harmonieus,
disharmonieus
en
verdrietig/angst
-‐ Aandacht
van
ouder
aan
betreffende
emoties
(positief
en
negatief)
-‐ Probleemgedrag:
CBCL
Sekseverschillen
in
emotieexpressie:
Meisjes
meer
angst/verdriet
Jongens
meer
disharmonieus
Ouders
seksepecifieke
aandacht
voor
emoties:
-‐ resultaten
niet
consitent
(wel
in
lijn
met
verwachtingen)
aandacht
ouder
voorspelt
emotie-‐expessie
Aandacht
verdriet/angst
door
ouder
Jaar1
-‐>
verdrietige/angstige
emoties
jaar2
Emotie
expressie
voorspelt
probleemgedrag?
Disharmonieus
à
probleem
gedrag
jaar
later
Verdrietig
à
geen
probleemgedrag
jaar
later
Conclusie:
-‐ Al
in
peutertijd
zijn
sekseverschillen
in
emotie-‐expressie
zichtbaar
-‐ Deze
verschillen
worden
versterkt
door
vaders
-‐ Disharmonieuze
emoties
zijn
gerelateer
aan
externaliserende
problemen
op
latere
leeftijd
Hoe
praten
vaders
en
moeders
met
hun
zoons
en
dochters
over
emoties?
Onderzoek
(Van
de
pol)
Platenboek
met
4
basisemoties
>
boos,
blij,
verdrietig
en
bang
Opmerkingen
vader
en
moeder
over:
Emoties,
emotie
gedrag,
oorzaken
van
emoties
Onderzoeken:
Benoemen
van
het
geslacht
van
het
kind
in
het
plaatje
(verdrietig
vaker
meisje,
boos
kindje
vaker
jongetje)
Resultaten;
Geen
verschil
in
hoeveelheid
emotietalf
met
jongens
en
meisjes
Moeders
praatten
meer
over
emoties
dan
meisjes
Ø Kindjes
boos
vaker
als
jongetje
gelabeld
Ø Blij
en
verdrietig
vaker
als
meisje
bestempeld
Conclusie:
Boosheid
toegeschreven
aan
jongens
Verdrietig
en
blijheid
toegeschreven
aan
meisjes
à
socialisatie
in
de
richting
naar
internaliserend
en
externaliserend
Maar
, Heel
veel
studies
laten
zien
dat
ouders
hun
kinderen
niet
stereotypisch
opvoeden
>
mogelijk
alleen
ouders
die
zelf
sterkte
stereotypische
overtuigingen
hebben
Seksespecifieke
opvoeding
als
oorzak
van
sekseverschillen
Onderzoeken
van:
-‐
Genderstereotypen
als
verklaring
voor
seksespecifieke
opvoeding
-‐
De
invloed
van
seksespecifieke
opvoeding
op
sekseverschillen
in
agressief
gedrag
Design
Tweejarig
longitudinaal
onderzoek
N
≈
390,
moeders,
vaders,
3-‐4
jaar
oude
kinderen
Instrumenten
-‐>
Ouders
•
Geobserveerde
fysieke
discipline
(T1)
–
Afblijftaak
•
Impliciete
gender
stereotypen
(T1)
–
Implicit
Association
Task
-‐>
Kinderen
•
Agressie
(T1
en
T2)
–
Child
behavior
checklist
resultaten:
Agressie
•
Jongens
>
Meisjes
Fysieke
Discipline
•
Moeders:
Jongens
>
Meisjes
•
Vaders:
stereotypen
beinvloeden
sekse
specifieke
opvoeding
(zie
figuur)
Conclusies:
• Traditionele
vader
moedigt
door
seksespecifieke
opvoeding
stereotiep
gedrag
aan
in
zijn
kinderen
(meer
agressie
bij
zoons)
• Contrastereotype
vader
heeft
minder
agressieve
zoon
door
meer
fysieke
discipline
te
gebruiken
bij
dochters
dan
bij
zoons
• Genderneutrale
opvoeding
is
gerelateerd
aan
kleinere
sekseverschillen
in
agressie
Verschillende
ontvankelijkheid:
“different
individuals
may
be
differentially
affected
by
the
same
rearing
experiences,
depending
on
race,
gender,
personality,
temperament,
genes,
parenting
climate,
parenting
style,….”
(Belsky
&
Jaffee,
2006)
-‐ VERSCHILLENDE
ONTVANKELIJKHEID
>
Adaptief
vanuit
een
evolutionair
perspectief
Conceptueel
Voor
meisjes
is
de
opvoedingsomgeving
‘niet’
gerelateerd
een
gedragsuitingen/problemen,
jongens
hebben
een
positieve
omgeving
nodig
Meisjes:
paardenbloem>
kunnen
overal
groeien
Jongens:
orchidee
>
hebben
specifieke
en
goede
omstandigheden
nodig
Ø het
zijn
van
een
jongen
is
al
een
risico
Vereisten
om
aan
te
voldoen
om
met
zekerheid
te
zeggen
dat
j
en
m
verschillende
ontvankelijkheid
hebben:
2
K&O
Probleemgedrag:
ernsttaxatie,
classificatie
en
de
rol
van
gender
Nederlandse
kinderen
getoetst
als
gelukkigst
ter
wereld,
toch
blijft
de
jeugdzorg
stijgen
ieder
jaar
Ensttaxatie:
-‐ Wanneer
is
er
sprake
van
een
probleem?
-‐ Hoe
ernstig
is
het
probleem?
-‐ Welke
instrumenten
worden
gebruikt?
Wanneer
is
er
sprake
van
een
probleem?
‘Er
kan
slechts
van
een
probleem
gesproken
worden
wanneer
het
patroon
significant
afwijkt
van
wat
past
of
hoort
bij
de
leeftijd
van
het
kind’
-‐ Het
probleem
moet
persistent
zijn
-‐ Het
mag
niet
veroorzaakt
worden
door
levensomstandigheden
-‐ Er
moet
rekening
gehouden
met
de
culturele
setting
-‐ Het
probleem
moet
aanwezig
zijn
in
meerdere
situaties
-‐ Een
abrupte
verandering
in
gedrag
kan
zichtbaar
zijn
En:
-‐ Er
moet
sprake
zijn
van
lijden
of
last
-‐ Verslechtering
functioneren
op
school/werk
-‐ Risico
op
ontwikkelingsachterstanden
-‐ Kwaliteit
van
de
opvoedingsomgeving
is
niet
optimaal
(ouders
weten
niet
hoe
ze
met
het
probleem
om
kunnen
gaan)
Instrumenten:
ASEBA-‐systeem
Dimensioneel
(later
de
cut-‐off
met
probleem
vs
geen
probleem)
=
batterij
vragenlijsten
bijvoorbeeld:
CBCL
Percentiel
=
percentage
kinderen
dat
lager
scoort
dan…
Externaliserend
gedrag
vaker
bij
jongens,
internaliserend
vaker
bij
meisjes
Dimensioneel
systeem
>
normaal
verdeling
Cut-‐off
scores:
wel
vs
geen
probleem/stoornis
DSM-‐5
categorisch
Verschil
CBCL:
kan
niet
door
iederen
gebruikt
worden,
alleen
door
proffesionals
Classificatie:
systematisch
ordenen
van
verschijnselen
(symptomen)
of
typen
(diagnose)
1.
Symptoom:
manifestatie
van
een
pathologische
conditie;
kenmerk,
observeerdbaar
gedrag
2.
Syndroom:
groep
symptomen
3.
Stoornis:
Ernstig
lijden
+
belemmering
in
functioneren
,
Nadeel
categorisch
systeem:
diagnose
inflatie
à
overdiagnose
Waarom?
-‐ Wat
doe
je
met
kinderen
die
net
onder
de
cut-‐off
score
vallen?
>
1
symptoom
te
weinig,
of
niet
ernstig
lijden
-‐ De
lijn
rondom
de
cut-‐off
score
kan
vervallen
-‐ Voorbeeld:
ADHD
-‐ Zorgverzekeraars
betalen
alleen
als
er
een
stoornis
is
van
de
DSM
Gender
en
psychopathologie
-‐ Internaliserend:
2:1
vrouwen
mannen
-‐ Externaliserend:
1:2
vrouwen
mannen
-‐ Suicidaliteit
geen
duidelijk
verschil
Genderverschillen
Testosteron:
tijdens
de
zwangerschap
>
blootstelling
aan
testosteron
in
de
baarmoeder
is
gerelateerd
aan
meer
agressie
Hersenontwikkeling?
Bij
mannen
iets
groter,
niet
significant
Genen?
Niet
significant
Omgeving?
Onderzoeken:
over
opvoeding
en
socialisatie
Kind
effect
=
reactie
op
het
verschillende
gedrag
van
jongens
en
meisjes
(geen
bewijs)
Ouder
effect
=
om
jongens
en
meisjes
te
leren
welk
gedrag
gepast
is
voor
jongens
en
meisjes
(ouder
effect)
Emotiesocialisatie
=
leren
wat
gepast
is
om
te
uiten
(verschillen
jongens
en
meisjes)
Onderzoek
(chaplin):
Aandacht
van
ouders
bij
verschillende
emoties
van
hun
zoons
en
dochters
>
kan
dit
ten
grondslag
liggen
aan
externaliserend
vs
internaliserend
gedrag?
Methoden
,60
kinderen
met
kinderen
rond
de
4
jaar
-‐ competitief
spel
met
moeder
en
vader
-‐ Emotie
expressie
kind:
harmonieus,
disharmonieus
en
verdrietig/angst
-‐ Aandacht
van
ouder
aan
betreffende
emoties
(positief
en
negatief)
-‐ Probleemgedrag:
CBCL
Sekseverschillen
in
emotieexpressie:
Meisjes
meer
angst/verdriet
Jongens
meer
disharmonieus
Ouders
seksepecifieke
aandacht
voor
emoties:
-‐ resultaten
niet
consitent
(wel
in
lijn
met
verwachtingen)
aandacht
ouder
voorspelt
emotie-‐expessie
Aandacht
verdriet/angst
door
ouder
Jaar1
-‐>
verdrietige/angstige
emoties
jaar2
Emotie
expressie
voorspelt
probleemgedrag?
Disharmonieus
à
probleem
gedrag
jaar
later
Verdrietig
à
geen
probleemgedrag
jaar
later
Conclusie:
-‐ Al
in
peutertijd
zijn
sekseverschillen
in
emotie-‐expressie
zichtbaar
-‐ Deze
verschillen
worden
versterkt
door
vaders
-‐ Disharmonieuze
emoties
zijn
gerelateer
aan
externaliserende
problemen
op
latere
leeftijd
Hoe
praten
vaders
en
moeders
met
hun
zoons
en
dochters
over
emoties?
Onderzoek
(Van
de
pol)
Platenboek
met
4
basisemoties
>
boos,
blij,
verdrietig
en
bang
Opmerkingen
vader
en
moeder
over:
Emoties,
emotie
gedrag,
oorzaken
van
emoties
Onderzoeken:
Benoemen
van
het
geslacht
van
het
kind
in
het
plaatje
(verdrietig
vaker
meisje,
boos
kindje
vaker
jongetje)
Resultaten;
Geen
verschil
in
hoeveelheid
emotietalf
met
jongens
en
meisjes
Moeders
praatten
meer
over
emoties
dan
meisjes
Ø Kindjes
boos
vaker
als
jongetje
gelabeld
Ø Blij
en
verdrietig
vaker
als
meisje
bestempeld
Conclusie:
Boosheid
toegeschreven
aan
jongens
Verdrietig
en
blijheid
toegeschreven
aan
meisjes
à
socialisatie
in
de
richting
naar
internaliserend
en
externaliserend
Maar
, Heel
veel
studies
laten
zien
dat
ouders
hun
kinderen
niet
stereotypisch
opvoeden
>
mogelijk
alleen
ouders
die
zelf
sterkte
stereotypische
overtuigingen
hebben
Seksespecifieke
opvoeding
als
oorzak
van
sekseverschillen
Onderzoeken
van:
-‐
Genderstereotypen
als
verklaring
voor
seksespecifieke
opvoeding
-‐
De
invloed
van
seksespecifieke
opvoeding
op
sekseverschillen
in
agressief
gedrag
Design
Tweejarig
longitudinaal
onderzoek
N
≈
390,
moeders,
vaders,
3-‐4
jaar
oude
kinderen
Instrumenten
-‐>
Ouders
•
Geobserveerde
fysieke
discipline
(T1)
–
Afblijftaak
•
Impliciete
gender
stereotypen
(T1)
–
Implicit
Association
Task
-‐>
Kinderen
•
Agressie
(T1
en
T2)
–
Child
behavior
checklist
resultaten:
Agressie
•
Jongens
>
Meisjes
Fysieke
Discipline
•
Moeders:
Jongens
>
Meisjes
•
Vaders:
stereotypen
beinvloeden
sekse
specifieke
opvoeding
(zie
figuur)
Conclusies:
• Traditionele
vader
moedigt
door
seksespecifieke
opvoeding
stereotiep
gedrag
aan
in
zijn
kinderen
(meer
agressie
bij
zoons)
• Contrastereotype
vader
heeft
minder
agressieve
zoon
door
meer
fysieke
discipline
te
gebruiken
bij
dochters
dan
bij
zoons
• Genderneutrale
opvoeding
is
gerelateerd
aan
kleinere
sekseverschillen
in
agressie
Verschillende
ontvankelijkheid:
“different
individuals
may
be
differentially
affected
by
the
same
rearing
experiences,
depending
on
race,
gender,
personality,
temperament,
genes,
parenting
climate,
parenting
style,….”
(Belsky
&
Jaffee,
2006)
-‐ VERSCHILLENDE
ONTVANKELIJKHEID
>
Adaptief
vanuit
een
evolutionair
perspectief
Conceptueel
Voor
meisjes
is
de
opvoedingsomgeving
‘niet’
gerelateerd
een
gedragsuitingen/problemen,
jongens
hebben
een
positieve
omgeving
nodig
Meisjes:
paardenbloem>
kunnen
overal
groeien
Jongens:
orchidee
>
hebben
specifieke
en
goede
omstandigheden
nodig
Ø het
zijn
van
een
jongen
is
al
een
risico
Vereisten
om
aan
te
voldoen
om
met
zekerheid
te
zeggen
dat
j
en
m
verschillende
ontvankelijkheid
hebben: