Vorm en Functie (V&F) Geneeskunde universiteit Utrecht
40 oefenvragen anatomie en 10 oefenvragen fysiologie
1. Welk vlak verdeelt het lichaam in een voorste en achterste compartiment?
a) sagittaal vlak
b) frontaal vlak
c) transversaal vlak
d) axiaal vlak
2. Sereuze vliezen produceren vocht
a) Juist
b) Onjuist
3. Om welke as vindt abductie en adductie plaats?
a) Transversale as
b) Longitudinale as
c) Sagittale as
4. Welk vlak verdeelt het lichaam in een linker en een rechter compartiment?
a) sagittaal vlak
b) frontaal vlak
c) coronaal vlak
d) axiaal vlak
5. Waar ligt het zwaartepunt?
a) Anterieur van wervel S2
b) Anterieur van wervel S1
c) Anterieur van wervel L5
6. Wat is een voorbeeld van een junctura fibrosa?
a) symphysis pubica
b) sutura
c) discus intervertebralis
d) art. sternoclavicularis
7. Wat zijn kenmerken van een synoviaal gewricht? Meerdere alternatieven zijn goed.
a) de articulerende botstukken zijn met kraakbeen bekleed
b) er zijn altijd bewegingen om 3 assen mogelijk
c) er bevindt zich vocht tussen de gewrichtsoppervlakken
d) er bevindt zich altijd een discus in het gewricht
e) de bewegingsuitslagen zijn geringer dan bij een junctura fibrosa
f) er is een kapsel aanwezig
, 8. In welk gewricht is abductie en adductie mogelijk?
a) art. temporomandibularis
b) art. metacarpohalangea
c) ellebooggewricht
d) enkelgewricht
9. Waardoor wordt het afglijden van het femur van de tibia bij flexie en extensie van het
kniegewricht voorkomen?
a) de kruisbanden
b) de collaterale banden
c) de slotrotatie
d) de patella
10. Waaraan hecht het ligamentum patellae?
a) Tuberositas tibiae
b) Fibula kop
c) Femur epicondyl
11. Ter hoogte van welke wervel ligt bij een normale rechtopstaande man het
lichaamszwaartepunt?
a) T8
b) L2
c) S2
12. Welk skeletonderdeel vormt de meest stabiele gewrichtskom?
a) cavitas glenoidalis
b) acetabulum
c) het mediale tibiaplateau
13. Wat is het effect van gelijktijdige contractie van de linker en rechter m. erector spinae?
a) flexie van de wervelkolom
b) extensie van de wervelkolom
c) lateroflexie van de wervelkolom
d) rotatie van de wervelkolom
14. Hoe verloopt de bewegingsas in het enkelgewricht??
a) van ventraal naar dorsaal, door het midden van de trochlea tali
b) van links naar rechts, door de beide malleoli
c) van links naar rechts, door de aanhechting van de achillespees
d) van ventraal naar dorsaal, tussen de talus en de calcaneus door
15. In welk compartiment van het hart stroomt zuurstof arm bloed?
a) Rechter atrium
40 oefenvragen anatomie en 10 oefenvragen fysiologie
1. Welk vlak verdeelt het lichaam in een voorste en achterste compartiment?
a) sagittaal vlak
b) frontaal vlak
c) transversaal vlak
d) axiaal vlak
2. Sereuze vliezen produceren vocht
a) Juist
b) Onjuist
3. Om welke as vindt abductie en adductie plaats?
a) Transversale as
b) Longitudinale as
c) Sagittale as
4. Welk vlak verdeelt het lichaam in een linker en een rechter compartiment?
a) sagittaal vlak
b) frontaal vlak
c) coronaal vlak
d) axiaal vlak
5. Waar ligt het zwaartepunt?
a) Anterieur van wervel S2
b) Anterieur van wervel S1
c) Anterieur van wervel L5
6. Wat is een voorbeeld van een junctura fibrosa?
a) symphysis pubica
b) sutura
c) discus intervertebralis
d) art. sternoclavicularis
7. Wat zijn kenmerken van een synoviaal gewricht? Meerdere alternatieven zijn goed.
a) de articulerende botstukken zijn met kraakbeen bekleed
b) er zijn altijd bewegingen om 3 assen mogelijk
c) er bevindt zich vocht tussen de gewrichtsoppervlakken
d) er bevindt zich altijd een discus in het gewricht
e) de bewegingsuitslagen zijn geringer dan bij een junctura fibrosa
f) er is een kapsel aanwezig
, 8. In welk gewricht is abductie en adductie mogelijk?
a) art. temporomandibularis
b) art. metacarpohalangea
c) ellebooggewricht
d) enkelgewricht
9. Waardoor wordt het afglijden van het femur van de tibia bij flexie en extensie van het
kniegewricht voorkomen?
a) de kruisbanden
b) de collaterale banden
c) de slotrotatie
d) de patella
10. Waaraan hecht het ligamentum patellae?
a) Tuberositas tibiae
b) Fibula kop
c) Femur epicondyl
11. Ter hoogte van welke wervel ligt bij een normale rechtopstaande man het
lichaamszwaartepunt?
a) T8
b) L2
c) S2
12. Welk skeletonderdeel vormt de meest stabiele gewrichtskom?
a) cavitas glenoidalis
b) acetabulum
c) het mediale tibiaplateau
13. Wat is het effect van gelijktijdige contractie van de linker en rechter m. erector spinae?
a) flexie van de wervelkolom
b) extensie van de wervelkolom
c) lateroflexie van de wervelkolom
d) rotatie van de wervelkolom
14. Hoe verloopt de bewegingsas in het enkelgewricht??
a) van ventraal naar dorsaal, door het midden van de trochlea tali
b) van links naar rechts, door de beide malleoli
c) van links naar rechts, door de aanhechting van de achillespees
d) van ventraal naar dorsaal, tussen de talus en de calcaneus door
15. In welk compartiment van het hart stroomt zuurstof arm bloed?
a) Rechter atrium