Een onderzoekende houding
Week 1:
De kenmerken van een onderzoekende houding : ONBK
Opmerkzaam zijn:
Voordat je iets kunt veranderen, begrijpen of uitleggen, moet je eerst opmerken dat er bv een
conflict is. Je doet dit door te:
- Kijken, lezen
- Alert zijn
- Motivatie om te observeren, kennis op te doen (bv. Door vakliteratuur)
Als je bereid bent opmerkzaam te zijn, zie en hoor je meer. Je ziet kansen en mogelijkheden om
zaken aan te pakken en je neemt eerder zorgwekkende ontwikkelingen waar die je preventief kunt
oplossen.
Nieuwsgierig zijn:
Je wilt graag dingen weten over iets of iemand. Je geeft uiting door:
- Vragen stellen
- Gericht zijn op bronnen
- Handelingen uit proberen in de praktijk
Door te willen weten hoe het zit, weet je vaak ook beter hoe iets zit. Door goede vragen te stellen
krijg je meer relevantie informatie. Met deze info kun je betere beslissingen nemen voor jezelf en
anderen.
Bedachtzaam zijn:
Niet in elke situatie hoef je meteen te handelen; soms is erbij stilstaan effectiever.
- Stilstaan bij wat er gebeurt, nadenken
- Niet meteen oordelen
- Van perspectief kunnen wisselen
Kritisch zijn:
Als je kritisch bent, ga je niet uit van vaste routines, maar trek je dingen in twijfel.
- Positieve betekenis
- Argumenten verzamelen
- Goed redeneren
- Denkfouten identificeren
De effecten van aannames:
- Elke aannamen is het begin van een onderzoek.
- Beslissingen die op aannames gebaseerd zijn, kunnen onverwachte bijwerkingen hebben.
- Tunnelvisie: je filtert info weg, die niet in lijn is met je aanname.
, - Verlies van zelfstandigheid: je word vatbaarder voor groepsdenken, omdat je niet zelfstandig
een bewering evalueert.
De wetenschappelijke revolutie vanaf de 15 de eeuw: erkenning van het niet weten is de basis voor
ontwikkeling.
Technologische en sociale ontwikkelingen:
Kan het? Mag het?
Grote vragen die de wetenschap niet helemaal beantwoord:
Wie ben ik? Waar kom ik vandaag? Waar ga ik heen?
Kritisch denken over geloven: theologie, psychologie, sociologie, geschiedenis, filosofie.
8 vragen bij kritisch omgaan met informatie:
1. is de informatie toereikend als onderbouwing voor de stelling?
2. is er aandacht voor tegenargumenten of andere mogelijke verklaringen?
3. kan je op grond van eigen kennis al vaststellen of iets wel of niet klopt?
4. is de bron waarop de uitspraken gebaseerd zijn bekend?
5. is deze bron recent genoeg?
6. Is de bron betrouwbaar?
7. is de informatie ook terug te vinden in andere bronnen?
8. Is de informatie relevant voor deze situatie?
Informatie delen, want:
- De info is wellicht interessant voor andere collega’s
- Als je info deelt kun je de info zelf beter begrijpen, reflecteren
- Eigen info kan verbeterd worden door collega’s
Informatie delen, nadelen:
- Privacy
- Mogelijke misbruik van data
- Oneerlijke concurrentie
Onderzoekend vermogen:
- Onderzoekende houding
- Kennis uit onderzoek van anderen toepassen
- Zelf onderzoek doen
Methodisch werken:
- Je werkt volgens bepaalde te verantwoorden strategieen.
- Verantwoord = wetenschappelijk getoetst of uit eerder bewezen ervaringen uit de praktijk
- De Professional moet beschikken over een onderzoekend vermogen om methodisch te
kunnen handelen.