HRM Les 1
Gedrag
Waarneembare handelingen van mensen
Ontstaan van motivatie
1. Behoeften – interne krachten
2. Situatie – externe krachten
3. Wisselwerking – tussen behoeften en situatie
Interne krachten
Maslows behoeftepiramide – onder naar boven
1. Fysiologische behoeften (lucht, water voedsel, slaap)
2. Veiligheidsbehoeften (gezondheid, vast salaris, huis)
3. Sociale behoeften (vriendschap, familie, liefde)
4. Erkenningsbehoeften (kennis, status, vrijheid)
5. Zelf-actualiserings-behoeften (potentie maximaliseren)
Uitgangspunten
Deprivatie: De mens komt in actie bij een tekort
Hiërarchie: behoeften die kunnen worden geordend
Theorie van Alderfer
Existentiële behoeften (materiele zekerheid)
Relationele behoeften (goede relaties, liefde, vriendschap)
Groeibehoeften (persoonlijke groei en zelfontplooiing)
, Theorie McClelland 3 dominante behoefte profielen
1. Goede resultaten – goede resultaten leveren
2. Machtsbehoefte – invloed over anderen
3. Affiliatiebehoefte – relaties
Verschillen
Geleerd vs aangeboren behoeften
Tijdens jonge jaren
Externe krachten
De gevolgen van een handeling bepalen of iemand de neiging
heeft om die te herhalen of juist achterwege te laten
Intern en extern
Verwachtingstheorie van Vroom
1. Verband tussen inspanning en prestatie
(veel/weinig doen om iets te bereiken)
2. Verband tussen prestaties en opbrengsten
(hard werken, meer geld?)
3. Verband tussen waarde van de opbrengsten
(meer geld, maar ook meer stress, verslechterde relatie met
peer-collega?)
Attributietheorie Vroom ; Kelley
Waarom span je überhaupt in?
1. Als je het idee hebt dat je met je inspanning succes kunt bereiken
2. Stel voor: je vertelt een mop en niemand lacht, waar ligt dat aan?
3. Stel voor: je spendeert 3 maanden om een marketingplan te
schrijven, maar niemand is er enthousiast over. Waar ligt dan aan?
Aan jou?
Aan anderen?
Andere factoren?