Eigen naam
Studentnummer
Vrije Universiteit Amsterdam - Faculteit der Gedrags- en Bewegingswetenschappen
Naam tutor
Groep: XX
Vak: Meten en Diagnostiek
Datum: XX/XX/XXXX
, Methode Betrouwbaarheid
Deelnemers
Aan het onderzoek doen 604 kinderen mee. De deelnemers bestaan voor 50.3% uit
mannen en 49.7% uit vrouwen. De leeftijd varieert van een minimumleeftijd van 8 jaar oud
tot een maximumleeftijd van 10 jaar oud (M = 9.07, SD = 0.75). Alle data zijn meegenomen.
Materialen
De Strengths and Difficulties Questionnaire (Goodman, 1997) is een vragenlijst die de
sociaal-emotionele gezondheid van kinderen en jongeren tussen de twee en zeventien jaar oud
meet. In het onderzoek wordt de versie gebruikt waarbij de ouders de informanten zijn, zij
vullen de items in over hun kind. De totale vragenlijst bestaat uit vijfentwintig items. Deze
vijfentwintig items zijn onder te verdelen in vijf subschalen met elk vijf items. De subschalen
zijn emotionele problemen, gedragsproblemen, hyperactiviteit, relatieproblemen met vrienden
en prosociaal gedrag. In dit onderzoek wordt er uitsluitend gekeken naar de subschalen
hyperactiviteit en prosociaal gedrag en de totale probleemschaal. Bij het analyseren van de
totale probleemschaal houden we subschaal prosociaal gedrag buiten beschouwing.
De participanten beoordelen alle vijfentwintig items op een drie-punts-Likert-schaal
van “niet eens” (0), “deels eens” (1) tot “helemaal eens” (2). Aangezien er sprake is van
bipolaire items, dus een lage of hoge score betekenen niet altijd hetzelfde, moesten items 7,
11, 14, 21 en 25 omgescoord worden volgens de handleiding. Een lage score op de
(sub)schaal betekent dat het kind verhoogde kans heeft op problemen op dat gebied. Op de
subschalen hyperactiviteit en prosociaal gedrag is de minimumscore 0 en de maximumscore
10. Bij de totale probleemschaal is de minimumscore 0 en de maximumscore 40.
De subschaal hyperactiviteit bestaat uit de items 2, 10, 15, 21 en 25. Voorbeeld van
een van deze items en dus ook van een item uit de totale probleemschaal is of iemand
makkelijk afgeleid is. De subschaal prosociaal gedrag bestaat uit de items 1, 4, 9, 17 en 20.
Een voorbeeld van deze items is of iemand aardig is tegen jongere kinderen.
Statistische analyse
Voordat de betrouwbaarheidsanalyse uitgevoerd kon worden zijn er eerst enkele items
omgescoord zodat de omgescoorde items meegenomen konden worden in het onderzoek. Uit
de betrouwbaarheidsanalyse kwam de Cronbach’s alfa van de totale probleemschaal en de
twee subschalen hyperactiviteit en prosociaal gedrag. Door de Cronbach’s alfa te vergelijken
met COTAN-richtlijnen (Evers, Lucassen, Meijer, & Sijtsema, 2009) uit tabel 1 van de bijlage
kon er uitspraak gedaan worden over de betrouwbaarheid van de vragenlijst en beslissingen
maken bruikbaarheid van het instrument.