Elien de Caluwé
Inleiding in de forensische
psychologie
Studiejaar 2019/2020 – Kim Habets
,Hoorcollege 1: introductiecollege
Klinische forensische psychologie is wetenschap die zich bezighoudt met
afwijkend (antisociaal) gedrag, persoonlijkheidsstoornissen, cognities
(denkpatronen, waardoor mensen een delict plegen / morele ontkoppeling),
preventie en interventie, diagnostiek (weten wat er aan de hand is) en snijvlak
met de andere takken van psychologie (medische, biologische, ontwikkeling en
sociale).
Het forensisch werkveld
Politiebureau en huis van bewaring: dit is geen gevangenis, maar een
cellencomplex waar mensen worden opgenomen.
Gevangenis en penitentiarie psychiatrisch centrum (PPC): een afdeling in
een gevangenis, waar mensen verblijven met een forensisch probleem en
daar zorg voor krijgen.
Pro-Justitia rapportage: Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie
en Psychologie (NIFP): rapporten schrijven over persoonlijkheid van een
cliënt omdat dat gevraagd wordt door de rechter.
Zorginstellingen:
- Forensische psychiatrische poliklinieken deeltijdbehandeling: klinieken
waar mensen naartoe gaan voor ambulante zorg en dus nog thuis wonen.
- Forensische woonbegeleiding (F-RIWB) – niveau 1: soort huizen waar
cliënten wonen.
- Forensische psychiatrische afdelingen (FPA) – niveau 2: een afdeling in een
psychiatrisch centrum.
- Forensische psychiatrische klinieken (FPK) – niveau 3: klinieken puur voor
forensische psychologie.
- Forensische verslavingszorgklinieken (FVK)
- Forensische Psychiatrische centra (FPC) – tbs-kliniek = niveau 4: dit is het
hoogste niveau van beveiliging.
Een criminele carrière start vaak op jonge leeftijd. Hoe eerder je de fout ingaat,
hoe hardnekkiger de problemen worden. Een blijvende problematiek hierbij is het
moeite hebben met het krijgen van een baan. Wat kunnen we hieraan doen?
Overzicht van de cursus
, Geschiedenis forensische psychologie
De forensische psychologie is relatief recent in de wetenschap. Wel is het
allemaal al heel lang geleden ontstaan.
Voor Christus: Hippocrates
Hippocrates was een medicus. Wanneer er een rechtszaak plaatsvond en een
krankzinnige moest beoordeeld worden werd hij gevraagd om een oordeel te
geven. Een rechter ging op basis van zijn oordelen de krankzinnige veroordelen.
Wanneer de persoon krankzinnig was, werd hij meestal niet zo zwaar
veroordeeld. De krankzinnige kreeg meestal minder of juist geen straf door
ontoerekeningsvatbaarheid. Dus het construct ontoerekeningsvatbaarheid
was al gesitueerd in de tijd voor Christus.
Middeleeuwen:
In de Middeleeuwen werd aan medici gevraagd om een oordeel te geven. In deze
tijd werden de onnozele onder curatele gesteld bij de familie. De familie kreeg de
plicht om die onnozele op te sluiten zodat hij een ander of zichzelf geen pijn kon
doen. Deed deze persoon toch iets, werd de familie bestraft. Was de persoon
genezen, dan werd de curatele opgeheven.
Voor de Verlichting
Voor de Verlichting waren er drie zaken die naar boven kwamen:
1. Dolhuizen: dit waren de voorlopers van de forensische klinieken. Het was
de bedoeling dat mensen daar behandeld en verzorgd werden. Ze zagen
vanaf nu (15e eeuw) in dat de mensen geholpen moesten worden.
2. Bezetenen: met name in de 16e en 17e eeuw werden er
bedevaartstochten georganiseerd en gingen ze de criminele mensen
vastketenen aan de kerk voor een paar dagen, ze dachten dat deze
mensen hierna wel genezen zouden zijn. Zou de bedevaartstocht (en dus
het vastmaken aan de kerk) niet helpen, dan was er heksenvervolging.
Dus werden de mensen op de brandstapel gegooid.
Johannes Wier: ging twijfelen aan de oorzaak van een duivel of Satan.
Was de eerste die zich afvroeg of de stoornissen een natuurlijke oorzaak
konden hebben, waardoor de mensen een delict plegen. Hierdoor is de
forensische wetenschap ontstaan. Hij dacht dat er misschien toch een
natuurlijk oorzaak was en zocht de oorzaak niet meer bij Satan of de
duivel.
De Verlichting
Tijdens de verlichting kwam er een grote ommekeer. Men ging ervan uit dat
mensen volledig konden kiezen of ze goed of slecht gedrag lieten zien. Iemand
met een beperking kiest dus zelf voor slecht zijn. Hierdoor werd iedereen gelijk in
de wet. De krankzinnige, kinderen, volwassenen, normale mensen, iedereen was
gelijk voor de wet bij de Verlichting.
Er was sprake van willekeur: de rechters konden zelf beslissingen maken over
een zaak, dit komt omdat er in die tijd nog geen wetboek was.
In Frankrijk zijn ze begonnen met wetboeken: ‘Code Pénal’. Dit is later ook naar
Nederland gegaan. Deze wetboeken is de oorsprong van de wetboeken die we
ook nu nog kennen. De wetboeken zijn dus in de Verlichting ontstaan. Door deze
wetboeken, en dus regels, was er niet meer sprake van willekeur. Het was een
verbetering dat hierdoor de rechters niet meer alle zeggenschap hadden.