HOOFDSTUK 4: TIJD VAN STEDEN EN STATEN
COLLEGE WEEK 1, 13 NOVEMBER 2018 INLEIDING EN PARAGRAAF 1
Inleiding
Het streven van koningen naar centraal gezag in hun rijk was een kenmerkende ontwikkeling van de
tijd van steden en staten. Op soortgelijke wijze trokken de pausen het absolute leiderschap over de
kerk naar zich toe. Deze centralisatie was onmogelijk geweest zonder de wedergeboorte van een
geldeconomie.
- De groei van handel in deze periode paragraaf 1
- De groei van handel was verbonden met de opkomst van steden paragraaf 2
- Steden die hun vorst van kapitaal voorzagen om centraal gezag te versterken paragraaf 3
- Er komt hierdoor een botsing tussen beiden partijen paragraaf 4
- De invloed van de Katholieken was groot, te zien door de kruistochten paragraaf 5
§1 Opkomst van handel en ambacht
De twee belangrijkste factoren die deze opleving in handel mogelijk maakten waren de groei van de
bevolking en het toenemen van de veiligheid.
Bevolkingsgroei en hogere landbouwopbrengsten
Vaststaat dat de totale bevolking van Europa groeide tot in de veertiende eeuw de grote pest
epidemieën uitbraken. Het voeden van steeds meer monden was alleen mogelijk door het opvoeren
van de landbouwproductie. Dit werd gedaan door ontginning van de grond.
Ontginning kon plaatsvinden aan de rand van bestaande domeinen, maar meestal werden nieuwe
nederzettingen gesticht. Door de groei van de bevolking nam de vraag naar landbouwproducten op
lokale en regionale markten toe.
Steeds meer boeren wisten een overschot te produceren boven wat zij met hun gezin zelf gebruikten
en wat zij als pacht moesten afdragen. Hoe slaagde zij daarin? Het klimaat speelde een belangrijke
rol, het was droger en dit was gunstig voor het verbouwen van gewassen. Daarnaast werden er een
aantal technische verbeteringen doorgevoerd. De voornaamste verbeteringen waren het
drieslagstelsel en de keerploeg.
Opleving van de handel over lange afstand
Vanaf de elfde eeuw werden de omstandigheden voor handel in Europa gunstiger. Er was een eind
gekomen aan de invasies van de Vikingen, Moren en Aziatische steppevolken, die in de vroeger
middeleeuwen voor veel onrust hadden gezorgd.
De organisatie van handel
Het verkeerd van geld en goederen werd vanaf de twaakde eeuw steeds efficienter georganiseerd –
en daarme voor niet-ingewijden ook steeds minder inizichtelijk. In het betalingsverkeerd gingen de
zogeheten wisselbrieven een grote rol spelen. Een andere belangrijke ontwikkeling in de handel was
het ontstaan van kredietverlening. Hiervoor moest eerst een morele drempel worden overwonnen,
aangezien de kerk het uitlenen van geld tegen rentebetalingen traditioneel veroordeelde als woeker.
, COLLEGE WEEK 2, 20 NOVEMBER 2018 PARAGRAAF 2
§2 Steden met stadsrecht
Een dergelijke rituele intrede van een nieuwe landsheer in de belangrijkste steden van zijn nieuwe
terratorium werd een blijde inkomst genoemd en was van de veertiende tot zestiende eeuw
gebruikelijk in de Zuidelijke Nederlanden. Het verhaal over de Blijde Inkomst laat zien hoe groot de
rol van steden was geworden in de politiek en het hertogdom Brabant. In de Vroege Middeleeuwn
had een nieuwe vorst of territoriale heer genoeg aan de erkenning van zijn edelen om zichzelf als
heerser te beschouwen. Toen vanaf de elfde eeuw de steden weer in opkomst waren en het
zelfbewustzijn van de stedelingen toenam, eisten zij steeds meer onafhankelijkheid ten opzichte van
de edelen.
De wedergeboorte van het verschijnsel stad
Met het wegvallen van de Pax Romana en het uiteenvallen van het West-Romeinse Rijk waren in
vrijwel heel Europa de steden een marginaal verschijnsel geworden. Enig stedelijk leven bleef dus
bestaan, maar van veel steden of stadsdelen bleven alleen ruines over. Van de elfde eeuw herleefde
de handel, zowel op regionaal niveau als over langere afstanden. Handelaren en ambachtslieden
vonden elkaar op knooppunten van groeiende handelsnetwerken. De meeste
handelsgemeenschappen ontstonden aan het water. Het verstedeijkingsproces ging niet overal even
snel. De wedergeboorte van de steden zorgde ervoor dat er ingrijpende veranderingen kwamen in de
maatschappij, in de steden ontstond een hele nieuwe groep genaamd de burgers.
Stadsrechten
De leden van handelsgemeenschappen die bij elkaar bescherming zochten, legden vaak een
gezamenlijke eed af waarmee ze elkaar onderlinge steun verzekerden, op deze wijze vormden ze een
commune. Oorspronkelijk werden de voorrechten vrijheden genoemd. Het verlenen van het
burgerschap aan een horige boer kon alleen met instemming van de lokale heer. Steden en hun
inwoners gingen net als de geestelijkheid en haar landerijen een soort enclaves vormen in de
invloedsfeer van de vorst of heer. Waarom verleenden deze er dan toch hun medewerking aan? Voor
hen was het een van de middelen om mee te kunnen profiteren van de opleving van de handel. Ook
waren zij over het algemeen in staat de steden te dwingen belasting te betalen of soldaten te
leveren. Naarmate de steden groter en welvarender werden, groeide ook hun politieke macht.
Stadsrechten gaven een gemeenschap het recht om zichzelf te beschermen door het bouwen van
een muur en het organiseren van het eigen bestuur en de eigen rechtspraak. Hiertoe kozen de
burgers zelf een raad van schepenen. De vooraanstaande burgers in een stad werden patriciërs
genoemd: zij behoorden tot een groep welvarende handelsfamilies die alleen onderling trouwde.
Toen ook ambachtslieden welvarender werden en zich in gilden gingen organiseren, kwam er vanuit
die hoek verzet tegen het monopolie van het patriciaat op het bestuur. Onder de ambachtslieden
stond een grote groep stadsbewoners die als dagloner werkte of helemaal geen inkomen bezat.
Het maatschappelijke leven
Er ontstonden religieuze broederschappen die zich in hoofdzaak bezighielden met gezamenlijke
devotie de hulp aan armen en zieken. De gezamenlijke devotie manifesteerde zich vaak in een eigen
altaar in de kerk. Het altaar was gewijd aan de heilige aan wie de broederschap in veel gevallen ook
haar naam ontleende. Bestond een broederschap uit personen met hetzelfde beroep, dan spreken
we van een gilde. Aanvankelijk viel het handelsgilde vaak samen met de commune van eedgenoten,
COLLEGE WEEK 1, 13 NOVEMBER 2018 INLEIDING EN PARAGRAAF 1
Inleiding
Het streven van koningen naar centraal gezag in hun rijk was een kenmerkende ontwikkeling van de
tijd van steden en staten. Op soortgelijke wijze trokken de pausen het absolute leiderschap over de
kerk naar zich toe. Deze centralisatie was onmogelijk geweest zonder de wedergeboorte van een
geldeconomie.
- De groei van handel in deze periode paragraaf 1
- De groei van handel was verbonden met de opkomst van steden paragraaf 2
- Steden die hun vorst van kapitaal voorzagen om centraal gezag te versterken paragraaf 3
- Er komt hierdoor een botsing tussen beiden partijen paragraaf 4
- De invloed van de Katholieken was groot, te zien door de kruistochten paragraaf 5
§1 Opkomst van handel en ambacht
De twee belangrijkste factoren die deze opleving in handel mogelijk maakten waren de groei van de
bevolking en het toenemen van de veiligheid.
Bevolkingsgroei en hogere landbouwopbrengsten
Vaststaat dat de totale bevolking van Europa groeide tot in de veertiende eeuw de grote pest
epidemieën uitbraken. Het voeden van steeds meer monden was alleen mogelijk door het opvoeren
van de landbouwproductie. Dit werd gedaan door ontginning van de grond.
Ontginning kon plaatsvinden aan de rand van bestaande domeinen, maar meestal werden nieuwe
nederzettingen gesticht. Door de groei van de bevolking nam de vraag naar landbouwproducten op
lokale en regionale markten toe.
Steeds meer boeren wisten een overschot te produceren boven wat zij met hun gezin zelf gebruikten
en wat zij als pacht moesten afdragen. Hoe slaagde zij daarin? Het klimaat speelde een belangrijke
rol, het was droger en dit was gunstig voor het verbouwen van gewassen. Daarnaast werden er een
aantal technische verbeteringen doorgevoerd. De voornaamste verbeteringen waren het
drieslagstelsel en de keerploeg.
Opleving van de handel over lange afstand
Vanaf de elfde eeuw werden de omstandigheden voor handel in Europa gunstiger. Er was een eind
gekomen aan de invasies van de Vikingen, Moren en Aziatische steppevolken, die in de vroeger
middeleeuwen voor veel onrust hadden gezorgd.
De organisatie van handel
Het verkeerd van geld en goederen werd vanaf de twaakde eeuw steeds efficienter georganiseerd –
en daarme voor niet-ingewijden ook steeds minder inizichtelijk. In het betalingsverkeerd gingen de
zogeheten wisselbrieven een grote rol spelen. Een andere belangrijke ontwikkeling in de handel was
het ontstaan van kredietverlening. Hiervoor moest eerst een morele drempel worden overwonnen,
aangezien de kerk het uitlenen van geld tegen rentebetalingen traditioneel veroordeelde als woeker.
, COLLEGE WEEK 2, 20 NOVEMBER 2018 PARAGRAAF 2
§2 Steden met stadsrecht
Een dergelijke rituele intrede van een nieuwe landsheer in de belangrijkste steden van zijn nieuwe
terratorium werd een blijde inkomst genoemd en was van de veertiende tot zestiende eeuw
gebruikelijk in de Zuidelijke Nederlanden. Het verhaal over de Blijde Inkomst laat zien hoe groot de
rol van steden was geworden in de politiek en het hertogdom Brabant. In de Vroege Middeleeuwn
had een nieuwe vorst of territoriale heer genoeg aan de erkenning van zijn edelen om zichzelf als
heerser te beschouwen. Toen vanaf de elfde eeuw de steden weer in opkomst waren en het
zelfbewustzijn van de stedelingen toenam, eisten zij steeds meer onafhankelijkheid ten opzichte van
de edelen.
De wedergeboorte van het verschijnsel stad
Met het wegvallen van de Pax Romana en het uiteenvallen van het West-Romeinse Rijk waren in
vrijwel heel Europa de steden een marginaal verschijnsel geworden. Enig stedelijk leven bleef dus
bestaan, maar van veel steden of stadsdelen bleven alleen ruines over. Van de elfde eeuw herleefde
de handel, zowel op regionaal niveau als over langere afstanden. Handelaren en ambachtslieden
vonden elkaar op knooppunten van groeiende handelsnetwerken. De meeste
handelsgemeenschappen ontstonden aan het water. Het verstedeijkingsproces ging niet overal even
snel. De wedergeboorte van de steden zorgde ervoor dat er ingrijpende veranderingen kwamen in de
maatschappij, in de steden ontstond een hele nieuwe groep genaamd de burgers.
Stadsrechten
De leden van handelsgemeenschappen die bij elkaar bescherming zochten, legden vaak een
gezamenlijke eed af waarmee ze elkaar onderlinge steun verzekerden, op deze wijze vormden ze een
commune. Oorspronkelijk werden de voorrechten vrijheden genoemd. Het verlenen van het
burgerschap aan een horige boer kon alleen met instemming van de lokale heer. Steden en hun
inwoners gingen net als de geestelijkheid en haar landerijen een soort enclaves vormen in de
invloedsfeer van de vorst of heer. Waarom verleenden deze er dan toch hun medewerking aan? Voor
hen was het een van de middelen om mee te kunnen profiteren van de opleving van de handel. Ook
waren zij over het algemeen in staat de steden te dwingen belasting te betalen of soldaten te
leveren. Naarmate de steden groter en welvarender werden, groeide ook hun politieke macht.
Stadsrechten gaven een gemeenschap het recht om zichzelf te beschermen door het bouwen van
een muur en het organiseren van het eigen bestuur en de eigen rechtspraak. Hiertoe kozen de
burgers zelf een raad van schepenen. De vooraanstaande burgers in een stad werden patriciërs
genoemd: zij behoorden tot een groep welvarende handelsfamilies die alleen onderling trouwde.
Toen ook ambachtslieden welvarender werden en zich in gilden gingen organiseren, kwam er vanuit
die hoek verzet tegen het monopolie van het patriciaat op het bestuur. Onder de ambachtslieden
stond een grote groep stadsbewoners die als dagloner werkte of helemaal geen inkomen bezat.
Het maatschappelijke leven
Er ontstonden religieuze broederschappen die zich in hoofdzaak bezighielden met gezamenlijke
devotie de hulp aan armen en zieken. De gezamenlijke devotie manifesteerde zich vaak in een eigen
altaar in de kerk. Het altaar was gewijd aan de heilige aan wie de broederschap in veel gevallen ook
haar naam ontleende. Bestond een broederschap uit personen met hetzelfde beroep, dan spreken
we van een gilde. Aanvankelijk viel het handelsgilde vaak samen met de commune van eedgenoten,