Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Onderzoek en Statistiek

Beoordeling
4.0
(1)
Verkocht
3
Pagina's
23
Geüpload op
04-11-2019
Geschreven in
2018/2019

In deze samenvatting heb ik de begrippen/formules mooi samengevat. Naast mijn eigen uitleg staan onderaan de samenvatting nog een aantal sites die goede uitleg bieden voor sommige begrippen/formules.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting onderzoek en statistiek
Hoofdstuk 1 Onderzoek: Goed begin

1.2 Wetenschappelijk, praktijkgericht en toegepast onderzoek

Zuiver wetenschappelijk onderzoek:
Wanneer een onderzoek in de eerste plaats ten dienste staat van de ontwikkeling van de
wetenschap.
Onderzoek wordt uitgevoerd door gespecialiseerde academici die zich richten op de theorievorming
van hun vakgebied.

Toegepast onderzoek:
Een onderzoek waar je in de praktijk wat aan hebt. Het gaat erom het hanteren van min of meer
bekende en beproefde methoden om over nieuw problemen kennis te verweren.

Praktijkgericht onderzoek:
De accent ligt meer op de bruikbaarheid: in je werk iets ermee kunnen doen, je handelen erop
baseren.

1.3 Eigenschappen van een goed onderzoek
Empirie:
Het gaat over onderzoek naar de ‘waarneembare werkelijkheid’

De houding van de onderzoeker moet aan de volgende eisen voldoen voor wetenschappelijk
verantwoord onderzoek:
 Hij stelt zich objectief op en staat open voor elke uitkomst.
 Zijn werkwijze en de onderzoeksresultaten zijn door anderen te controleren
 Het onderzoek en de resultaten zijn herhaalbaar.
 Hij werkt systematisch

Onderzoeksmethodologie:
Leer die zich bezighoudt met het leveren van regels en technieken om wetenschappelijk
verantwoord onderzoek te doen. Bovendien hebben ze ook een begrippenkader dat eraan bijdraagt
dat degenen die zich met onderzoek bezighouden min of meer dezelfde taal spreken. Dat verhoogt
waar de controleerbaarheid van onderzoeksresultaten.

1.4 Het doel van onderzoek

Doel onderzoek:
Kennis op te leveren waarop je een verantwoorde beslissing kunt baseren.

1.5 De basis van elk onderzoek; de probleemstelling

Probleemstelling:
Onderzoek moet leiden tot een conclusie, die een antwoord inhoudt op een vraag. De vraag waarop
een onderzoek het antwoord beoogt te geven, de onderzoeksvraag is de probleemstelling van dat
onderzoek.
 Altijd in vraagvorm, ontbreekt deze lijkt het meer op een onderwerp.
 Probleemstelling met de wat van het onderzoek.
 Open of gesloten vraag, wil je een genuanceerd beeld, wat meestal het geval is, dan
formuleer je de vraag meer open.

,  Een probleemstelling moet concreet, scherp en ondubbelzinnig worden geformuleerd.
 In het ideale geval is een probleemstelling zo geformuleerd dat iedereen die ermee aan het
werk zou gaan tot een gelijke uitslag komt.

Criteria:
 Onderzoek kan geen antwoord geven op een vraag waarin een oordeel besloten ligt.
 Een oordeel is een uitspraak van “goed” of “slecht”. Oordelen zijn altijd subjectief.
 Onderzoek helpt alleen feiten vast te stellen, meer niet.
 Vermijdt het liefst waarom en waardoor vragen.

1.6 Het onderzoeksproces in fasen

Fases van het onderzoekproces:
Fase 1: Verhelderen van de achtergrond en de doelstelling
- Literatuuronderzoek, Deskresearch, contact met opdrachtgever, wie heeft er een probleem?
Fase 2: Formuleren van een probleemstelling
- Scherp in woord brengen wat hij/zij door zijn/haar onderzoek te weten wil komen.
Fase 3: ontwikkelen van de onderzoeksopzet
- Het vooraf plannen en bedenken helpt om veel fouten te voorkomen (h5)
Fase 4: Verwerven van gegevens
- Data zien te verwerven.
Fase 5: Verwerken en analyseren van gegevens.
- Als de gegevens binnen zijn komt de statistiek van pas.
Fase 6: Interpreteren van gegevens; conclusie trekken.
- Welk antwoord kan hij geven op de probleemstelling
Fase 7: evaluatie en terugkoppeling naar het probleem.
- Is zijn doelstelling bereikt, zijn er nog verbeterpunten?, nieuwe onderzoeksvragen die naar
boven voor nieuw onderzoek.
Fase 8: rapporteren
- Onderzoekers houden resultaten en bevindingen niet voor zichzelf, zij rapporteren hun
ervaringen aan hun opdrachtgever, collages en anderen belanghebbende. Ook mislukt
onderzoek.

Het verloop van Fases is nooit van 1 tot 8 soms moet je van fase 6 terug naar 2 om de
probleemstelling aan te passen.

1.7 Kwantitatieve en Kwalitatieve invalshoek van onderzoek
Wanneer kwalitatief, wanneer kwantitatief?
Het hangt af van de probleemstelling
Kwantitatief:
N= nummer, hoe verlopen processen.
Meten en veel statistiek/ turven/ hoeveel, hoe vaak.
- Hoeveel vrienden heeft men, Hoelang bestaan vriendschappen al, Hoeveel tijd brengt me
door met vrienden.
Kwalitatief:
L= letter
Diepgaand interview, observaties. Niet nodig om veel mensen bij het onderzoek te betrekken.
Wat, welke en hoe vragen.
- Wat voor soort vrienden en vriendschappen zijn er te onderscheiden? Welke waarde hebben
vrienden in het leven?

,Hoofdstuk 2: Gegevens verwerven: meten

2.1 Onderzoeksobjecten, variabelen en meetwaarden

Hoe staan studenten tegenover de hoogte van het collegegeld?
Objecten: Studenten
Variabelen: hoogte van het collegegeld
Meetwaarde: “hoog”, “goed”

De kenmerken waarin de objecten van elkaar verschillen, heten variabelen. Uit die variabelen vloeien
weer meetgegevens voort, dit zijn concrete eigenschappen van de individuele objecten, die de
onderzoeksgegevens vormen.

Er is slechts 1 object, wel kunnen er meerdere variabelen zijn. Synoniem voor objecten is
onderzoekseenheid.

Onafhankelijke variabele: beïnvloed de afhankelijke variabele
Afhankelijke variabele: wordt beïnvloed

Gewicht en geslacht, geslacht beïnvloed het gewicht, maar niet andersom je wordt niet opeens een
man als je zwaarder dan 80kg weegt.

2.2 Metingen en meetinstrumenten
Onderzoek is er altijd op uit om overeenkomsten en verschillen van objecten in kaart te brengen. Een
onderzoeker wil van ieder object afzonderlijk weten welke waarde dat object heeft op een bepaalde
variabele. Lengte b.v heeft de onderzoeker een rolmaat nodig of duimstok.

Meetinstrumenten: weegschaal, liniaal, thermometer, vragenlijst, proefwerken, intelligentietest.

2.3 Variabelen operationaliseren
Definiëren: begrippen vaststellen, als je metingen wil verrichten, moet je variabelen en objecten
definiëren.

Operationele definitie:
Omschrijft een begrip door handelingen die je moet verrichten om te kijken of het begrip aan de
orde is. Op rationalisatie gaat over wat er moet gebeuren om te meten ( meetbaar maken)
Doel:
 Interpreteer baar
 Onderling vergelijkbaar
 Herhaalbaar

Inperking:
Op rationalisaties dragen een zekere willekeur in zich. Deze willekeur brengt meteen ook inperking
met zich mee. Zoals probleemgedrag op school, zou spijbelen alleen probleemgedrag zijn en zou een
jongeren een juf met een mes bedreigen geen probleemgedrag zijn volgens het onderzoek.

Indicatorvariabele:
Wanneer variabelen niet direct waarneembaar zijn gebruik je indicatorvariabelen.
Kleuters kunnen geen vragenlijst invullen of echt goed hun eigen mening geven. Dus deden de
onderzoekers het anders. Er werden 2 prentenboeken voorgelezen en om te kijken welke de kleuters

, het leukste vonden. Mochten ze over het prentenboek welke zij het leukste vonden een tekening
maken.

2.4 Meetniveaus en schaaltypen

Nominale schalen: ( woorden, namen, geen volgorde) kwalitatief meetniveau

Variabele: geslacht
Meetwaarde: 1. Man 2. Vrouw
Variabele: beroep
Meetwaarde: 1. Buiten 2. Binnen

Meten met een nominale schaal komt neer op het indelen van objecten. Je kunt ze dus niet bij elkaar
optellen.

Dichotome schaal: Als er slechts 2 categorieën zijn, man/vrouw, juist/onjuist, ja/nee

Ordinale schalen: ( woorden, wel volgorde) kwalitatief meetniveau
Niet rekenen met getallen, wel welke komt er het vaakst voor.
Basisschool, middelbare, mbo, hbo, wo

Intervalschalen ( geen natuurlijk nulpunt) kwantitatief meetniveau
Alleen verschillen, b.v tempratuur, tijd, jaartal

Ratioschaal ( wel natuurlijk nulpunt) kwantitatief meetniveau
Variabelen die je kunt meten op deze schaal: afstand, gewicht, tijdsduur en snelheid
Op deze schaal kun je delen.

Hoog meetniveau kun je altijd terugbrengen naar een laag meetniveau maar andersom niet.


2.5 discrete en continue variabelen

Continue variabelen: Tussen 2 variabelen liggen oneindig veel meetwaarden. Tussen 20 en 21 ligt
20,2 en 20,3 en tussen 20,2 en 20,3 ligt 20,25 enz.
Discrete variabelen: Als er tussen bepaalde meetwaarde geen andere meetwaarde ligt, zoals
geslacht, aantal kinderen, opleiding.

2.6 De kwaliteit van metingen en meetinstrumenten

Gevoeligheid: Hoe gevoelig worden gegevens gemeten=
Hoe gevoeliger gegevens worden gemeten, hoe kleiner verschillen vastgesteld kunnen worden.

Betrouwbaarheid: heeft te maken met de wisselvalligheid van meetwaarden, hoe minder wisselvallig
hoe betrouwbaarder. Het is een gradueel begrip: betrouwbaarheid van 100% bestaat niet. Je kunt
met bepaalde maatregelen een onderzoek zo betrouwbaar mogelijk maken.

Validiteit: ook wel geldigheid genoemd gaat over de mate waarin een meting ook echt meet wat je
bedoelt. Als iets niet betrouwbaar is, is het ook niet valide. Iets kan daarentegen wel betrouwbaar
zijn maar niet valide. Validiteit is net als betrouwbaarheid een gradueel begrip.

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
H1,h2,h3,h4,h5,h6,h7
Geüpload op
4 november 2019
Aantal pagina's
23
Geschreven in
2018/2019
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

Beschikbare oefenvragen

$6.11
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

4.0

1 beoordelingen

5
0
4
1
3
0
2
0
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
ynekevanderveen Hanzehogeschool Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
34
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
32
Documenten
6
Laatst verkocht
1 jaar geleden
Voor alle psychologie vakken!

Ik ben zelf student toegepaste psychologie. Wanneer ik samenvattingen maak probeer ik in de samenvattingen begrippen zo duidelijk en zo makkelijk mogelijk uit te leggen. Vaak maak ik gebruik van voorbeelden!

3.8

4 beoordelingen

5
1
4
1
3
2
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen