Hotseat
1. Decubitus ontstaat vooral op lichaamsdelen waar het bot zich dicht
onder de huid bevindt.
WAAR: in 80% van de gevallen ontstaat decubitus op plaatsen waar het
botweefsel zich dicht onder de huid bevindt, zoals de stuit, hielen, heupen, enkels
en ellenbogen. Ook aan oren knieën, neus en schouderbladen kan decubitus
ontstaan.
2. Incontinentie is een risicofactor voor het ontstaan van decubitus.
WAAR: risicofactoren voor het ontwikkelen van decubitus kunnen onderliggende
ziekten zijn zoals terminale ziekten, infectie, diabetes mellitus, neurologische en
vasculaire aandoeningen en ouderdom, ook aandoeningen en/of symptomen als
incontinentie, immobiliteit, dementie, lage bloeddruk, hoge lichaamstemperatuur
en een slechte voedingstoestand zijn indicaties voor een grotere kans op de
ontwikkeling van decubitus.
3. De vochtigheid van de huid is een intrinsieke factor voor het ontstaan
van decubitus.
NIET WAAR: De vochtigheid van de huid is een extrinsieke factor. Vocht als zweet
en urine maakt de huid stroever waardoor er meer wrijfkracht ontstaan.
4. Het verbeteren van de voedingstoestand bij decubitus patiënten is
een multidisciplinair behandeldoel.
WAAR: Bij de behandeling van decubitus is het belangrijk om in multidisciplinair
teamverband te werken. Ook in de preventie van de decubituszorg zal men in
multidisciplinaire teamverband moeten samenwerken. Disciplines in het
decubitusteam zijn :
fysiotherapeut, ergotherapeut, diëtist, arts en een decubitusverpleegkundige.
Behandeldoelen zijn:
- het verminderen van de druk, wrijf-, en schuifkrachten
- het verminderen van de pijn van de decubitus
- het verbeteren van de voedingstoestand
5. Een complicatie van decubitus is cellulitis.
WAAR: Cellulitis is een complicatie die kan ontstaan bij decubitus.
Cellulitis: diffuus verspreidende ontsteking van vooral los bindweefsel. Het
onderhuids weefsel is vaak meer aangetast dan de huid. De huid is warm, rood
en opgezet.
6. Corticosteroïden hebben geen invloed op het ontstaan van decubitus.
NIET WAAR: Corticosteroïden (medicatie) maken de huid dunner, atrofisch
waardoor de huid gemakkelijker kan scheuren en tevens kans bestaat op
toename van huidinfecties. Vooral het langdurig en veelvuldig gebruik van
corticosteroïden geven deze bijwerkingen.
7. Bij ouderen boven de 65 jaar met een decubituswond categorie 4 kan
de vochtbehoefte oplopen tot 2200ml per dag.
WAAR: Bij de grotere decubituswonden kan er veel vochtverlies per dag zijn,
soms wel meer dan 500ml per dag. Voor ouderen boven de 65 jaar is de
aanbeveling om minimaal 1700ml per dag aan vocht te gebruiken.