Wat is communicatie?
Het proces waarbij de zender een boodschap overbrengt naar één of meer ontvangers.
Welke soorten communicatie zijn er? (belangrijk!)
1. Intentioneel (bewust communiceren) versus non-intentioneel
(als je niet communiceert, communiceer je ook iets) De zender heeft niet zozeer het
doel om iets te communiceren, maar wel om de boodschap over de brengen op de
ontvanger.
2. Geslaagd (je boodschap komt over zoals bedoeld) versus niet geslaagd (boodschap
komt wel over, maar op een hele verkeerde manier)
3. Verbaal (met woorden) versus non-verbaal (met je gezicht, toon, lichaamstaal)
Voorbeeld intentioneel:
Per ongeluk in slaap vallen tijdens het college is non-intentioneel.
Je docent willen laten zien dat het college heel saai is en daarom bewust gaan slapen als
hint, is intentioneel.
Voorbeeld geslaag en ongeslaagd:
Hema die campagne heeft over pleisters na het vallen van kabinet = geslaagd.
Jumbo reclame na overleden mensen met bouwvakkers = ongeslaagd.
Micro expressies:
Micro-expressies zijn onvrijwillige, korte spiertrekkingen van de gezichtsspieren. Aan deze
spiertrekkingen zijn emoties gekoppeld.
Incongruentie in communicatie:
• Wanneer woorden, toon en lichaamstaal niet overeenkomen
,Eenvoudig communicatiemodel = zender –> boodschap –> medium –> ontvanger.
B is de kernboodschap.
Encoderen is het omzetten van de boodschap. Hoe zorg je dat de ontvanger je begrijpt:
(beeld)taal.
Decoderen is het begrijpen van de boodschap.
De 3 communicatiedoelstellingen van een boodschap zijn: om kennis over te dragen,
houdingen, of gedragingen van de doelgroep aan te passen.
Er kan ook ruis ontstaan: Interne ruis treedt op wanneer er binnen het communicatieproces
iets niet helemaal goed gaat, denk aan een haperende zender of een ontvanger die er met de
gedachten niet bij is. Externe ruis treedt op wanneer er iets buiten het communicatieproces
misgaat, bijvoorbeeld lawaai.
Er zijn drie vormen van communicatie namelijk deze:
Bij intra persoonlijke communicatie, communiceer je vooral met jezelf (in je hoofd).
Bij interpersoonlijke communicatie gaat het over de communicatie tussen een kleine groep
mensen (bijvoorbeeld tussen jou en je partner of binnen je projectgroep).
Bij massacommunicatie gaat het om het zenden van een boodschap naar een grote massa
(bijvoorbeeld een nieuwsuitzending).
Interpersoonlijk kan beïnvloed worden door deze dingen: sociale omgeving en/of fysiek.
In een boodschap kunnen feitelijk, expressieve, relationele en appellerende kenmerken
zitten.
, Vormen van communicatie tussen ontvanger en zender:
• Feitelijk: de werkelijke boodschap, waarbij gevoelens of ambities geen rol spelen
• Expressief: boodschap inclusief gevoelens/opvattingen
• Relationeel: geeft informatie over hoe de zender de relatie met de ontvanger
ziet/ambieert (gelijkwaardig/ondergeschikt, intelligent/dom, waarderend/niet-
waarderend)
• Appellerend: geeft informatie over wat de zender van de ontvanger verwacht
(informerend, bevelend, vragend, verzoekend, smekend)
Dit was het Model van Schulz von Thun
• Hoe breng je een boodschap?
• Hoe interpreteer je een boodschap?
• Je geeft altijd een stukje van jezelf
Bij het zenden van een boodschap kan een zender kiezen tussen 3 strategieën:
Eenrichtingsverkeer
- Zender staat centraal, ontvanger is niet in beeld. Weinig aandacht voor of de
boodschap aankomt.
Gecontroleerd eenrichtingsverkeer
- Actieve zender. Ontvanger is in beeld, maar niet gelijkwaardig. Zender probeert
ontvanger te sturen of kennis over te dragen.
Tweerichtingsverkeer
- Geen duidelijk onderscheid in zender/ontvanger, organisatie beschouwt publiek als
gelijkwaardig en gaat de dialoog aan.