Onderdeel cel:
Piramide: celniveau, weefselniveau, orgaanniveau en orgaanstelsels
• De cel
De cel is de kleinste levende bouwsteen van het lichaam.
Aantal cellen volwassene: 75 triljoen (1 met 18 nullen).
Zijn door deling ontstaan uit de bevruchte eicel = zygote
• De belangrijkste celorganellen (zie afbeelding)
- (cel)membraan
- cytoplasma en kernplasma (= samen het protoplasma)
- mitochondrium
- endoplasmatisch reticulum
- ribosomen
- golgi-apparaat (golgicomplex) en lysosomen
- celkern met erfelijk materiaal (chromatine of
chromosomen)
Bouw en functie celorganellen
• Cytoplasma en kernplasma (Nucleoplasma):
Stroperige vloeistof van water met o.a. zouten, vetten, eiwitten en suikers
Taak: transport en voorraadkamer van bouw- en brandstof
• Mitochondrium:
Langwerpig organel met dubbelmembraan
Taak: Bevat ademhalingsenzymen voor verbranding brandstof
chemische reactiesenergie en afvalstoffen
Hoeveelheid mitochondriën afhankelijk van taak van de cel
• Endoplasmatisch reticulum (ER)
Kanalenstelsel van membranen door de hele cel heen lopend
Glad en ruw ER (= met ribosomen erop )
Taak: Transport, productie eiwitten in ribosoom, vetten en suikers, opslag
• Ribosoom
Bolvormig organel met RNA
Aantal op ER, aantal los in het celplasma
Hoeveelheid variabel, afhankelijk van de soort cel
Taak: aanmaak lichaamseigen eiwitten en enzymen bedoeld als bouwstof voor de eigen cel of voor de celreacties
afhankelijk van celsoort: ook getransporteerd naar andere orgaanstelsels om als hormoon of enzym dienst te doen
, • Golgi-apparaat of Golgicomplex
Gestapelde membranen
Taak: transportfunctie van hormonen of enzymen m.b.v. afgesnoerde blaasjes of enzymen voor verwerking celafval
• Lysosomen
Van Golgi-apparaat afgesnoerde blaasjes
Celkern
Vervolg celkern
• DNA (desoxyribonucleic acid) = erfelijk materiaal
Bestanddelen DNA: D=desoxyribose of suiker, N=stikstofbase (4 soorten) en A= acid
of fosforzuur
• Niet delende cel: erfelijk materiaal als lange draden zichtbaar of wel chromatine (46 stuks of 23 paar)
Delende cel: erfelijk materiaal opgerold (3-voudig gewonden) tot chromosomen (46
stuks of 23 paar)
• DNA vormt de genen (enkelvoud gen) = een gen bevat een veelheid van de drie bestanddelen van DNA
Definitie gen: Een gen is een stukje DNA dat de genetische code bevat voor één
erfelijke eigenschap
Celmembraan
Bouw celmembraan of plasmamembraan:
Een dubbele laag vetmoleculen (= lipiden) met daartussen
eiwitmoleculen (=proteinen)
Zie volgende dia voor afbeelding celmembraan
Functies:
1) actief en passief transport van stoffen de cel in of uit
2) scheiding celinhoud en extracellulaire vloeistof
3) verbindingen met andere cellen weefselstevigheid
4) gevoeligheid voor prikkels (bijv. hormonen)
Transport in de celmembraan
1) Diffusie en osmose
Diffusie: transport van een stof door de celmembraan heen. De
celmembraan is permeabel (doorlatend) voor deze stof.