Ontstekingen / infectie ziektes
Ontsteking = een plaatselijke reactie van het lichaam op een willekeurige
schadelijke prikkel
Lokale symptomen:
1. Rubor / roodheid
2. Tumor / zwelling
3. Calor / warmte
4. Dolor / pijn
5. Funcite laesa
Infectie:
- Na infectie handhaven en vermenigvuldigen van een ziekteverwekker
- = bacterie, virus, schimmel of gist, worm of protozo
Kenmerken
- Rubor : roodheid door vaatverwijding onder invloed van histamine
- Calor: warmte door toegenomen doorbloeding en toegenomen activiteit
- Tumor: zwelling door uittreden vocht (oedeem)
- Dolor: pijn door lokale druk op zenuwen en het uittreden van prostaglandinen
- Functio laesa: gestoorde functie onder andere door tumor en dolor
Ontstekingen
- Catarrale ontstekingen: oppervlakkige ontsteking; huid slijmvliezen, darm
- Infiltratieve ontstekingen: ontsteking in orgaan; longontsteking
- Necrotiserende ontstekingen: weefselversterf; furunkel, abces, empyeem
Wat is het?
- Abces: Eerder niet bestaande holte door infectie gevuld met pus
- Empyeem: Bestaande holte hoor infectie gevuld met pus
- Flegmone: Als een ontsteking zich via weefselspleten onder de huid verspreidt
Wat is een MID?
Minimale Infectieuze Dosis
- Hoeveel micro-organismen zijn er nodig om ziek te worden
Wat zijn Toxinen?
- Producten van micro-organismen zijn er nodig om ziek te worden
, Infectieziekten Lauren Mangon
Exotoxinen
- Eiwitten uitgescheiden door pathogene micro- organismen.
- Bijvoorbeeld, Clostridium tetanie en Staphylococcus aureus
Endotoxinen:
- Bestanddelen van de celwand van gram- bacteriën die en giftige werking
hebben.
- De lymfocyten beschadigen en er ontstaat koorts
- Bijvoorbeeld, Salmonella typhi, tyfus.
Pathogene
Eencellige organismen:
• Prionen = kleine, eiwit-achtige deeltjes die infectieziekte kunnen veroorzaken.
• Virussen = DNA + eiwitmantel
• Bacteriën = geen kern / wel celwand met verschillende vormen
• Schimmels = meercellige organismen
• Parasieten = parasitaire infectie wordt infestatie genoemd
• Protozoen = amoeben
Bacteriën
Eencellig, onder gewone microscoop te zien, langwerpig (staaf), of rond (klok)
- Commensalen: nuttige bacteriën
- Pathogeen: schadelijke bacteriën
- Besmetting: Pathogenen in lichaam
- Saprofyten: deze groeien op dode stoffen, vooral in de bodem of in water
Besmettingswegen:
- Aerogeen: luchtwegen. Tuberculose wordt er onder andere door verspreid
- Cutaan: de huid. De steenpuist is daarvan een voorbeeld
- Enteraal: maag-darmkanaal door voedsel of water
- Hematogeen: door middel van bloed. Bijv. Malaria
- Genitaal: slijm & vocht
- Verticale overdracht (maternaal): Aids, syfilis
- Latrogeen: via injectienaalden of behandeling
Wat is?