Leerdoelen:
-Heeft kennis van en inzicht in de vermelde kennisgebieden, t.a.v. Diagnostiek,
behandelmogelijkheden, interventies, complicaties en toekomst
-Kan bovengenoemde inzichten toepassen en integreren tijdens het vakinhoudelijk handelen
Orthopedie
Chirurgische behandeling van afwijkingen van het steun en bewegingsapparaat
Oorsprong
o Recht maken van kinderen
Ortho = recht
Pedos = kind
Hoofdstuk 1: Lichamelijk onderzoek
Bewegingen:
Actieve bewegingen
o Gevolg van eigen spieractie
Passieve bewegingen
o Gevolg van uitwendige kracht die een bepaalde beweging tot gevolg heeft
Goniometer
o Meten passieve beweging in gewricht
o Onderzoeker beweegt extremiteit in het gewricht van de ene uiterste stand
naar de andere
o Altijd meten vanuit 0 graden
1. Flexie – extensie
Rond transvertale as in het sagittale vlak
Knie / heup / elleboog
Pols
o Dorsale extensie
o Plantaire (palmaire) flexie
2. Endorotatie – exorotatie
Een beweging (draaiing) om de lengteas
van een extremiteit
Heup / schouder / wervelkolom
Endorotatie is naar mediaal
o Bij heupartrose is de endorotatie als eerste aangedaan!
Exorotatie is naar lateraal
3. Pronatie – supinatie
In de onderarm en voet
Pronatie voorvoet
o Voetzool naar buiten , lateraal
Supinatie voorvoet
1
, o Kanteling voetzool naar binnen, mediaal
4. Inversie – eversie
Enkel en voet actief / passief
Inversie
o Vlak voetzool naar binnen (mediaal)
o Varuskanteling van de hiel
o Supinatie en lichte (plantaire) flexie van voet
o Adductie voorvoet
Eversie
o Vlak voetzool naar buiten (lateraal)
o Valguskanteling van de hiel
o Supinatie en lichte (plantaire) flexie van de voet
o Adductie voorvoet
5. Abductie – adductie
Bewegingen rond een sagittale as
Heupgewricht / schouder / metatarso- en metacarpofalangeale gewrichten
Standen:
Houdingsdeformiteit (houdingsverval)
o Afwijkende stand gevolg van onvoldoende spieractiviteit
Statische deformiteit
o Standafwijking als gevolg van inwerking zwaartekracht
o S-bocht wervelkolom
Dynamische derformiteit
o Standafwijking door overmatige of verkeerd uitgeoefende spieractie
o Spastische spitsvoet hypertonie kuitspieren
Structurele deformiteit
o Afwijkende stand door misvorming gewrichten / skeletstructuren
o Niet corrigeerbaar tenzij operatief
o Coxartrose / klompvoet
1. Varus – valgus
Cubitus varus (elleboog) Verkleining hoek lengteas boven-onderarm
Cubitus valgus Vergroting hoek lengteas boven-onderarm
Coxa vara (heup) Verkleining van de coxofemorale hoek
(normaal is 128)
Coxa valga Vergroting van de coxofemorale hoek
2
, Genua vara (knie) O-benen
Genua valga X-benen
Crus varum O-stand onderbeen
Crus valgum X-stand onderbeen
Hielvarus Verkleining normale hoek tussen lengteas
onderbeen en hiel
Hielvalgus Vergroting normale hoek tussen lengteas
(Normaal gerine valgusstand) onderbeen en hiel
Hallux varus Scheeftstand grote teen, van middellijn af
Hallux varus Scheefstand grote teen, naar middellijn
voet
2. Calcaneus – equinus
Enkel
Calcaneusdeformiteit (a)
o Hakkenvoetstand
o Voet in overmatige dorsale extensie
Equinus (b)
o Spitsvoetstand
o Plantaire flexiecontractuur
3. Cavus – planus
Voet
Pes cavus (a)
o Holvoet
Pes planus (b)
o Platvoet
o Komt veel voor
o Bij kinderen <4 jaar fysiologisch
4. Exotorsie – endotorsie
Draaiing in skeletdeel zelf
Endotorsie (b)
o Distale deel pijpbeen staat naar binnen
o Van ventraal naar mediaal gedraaid
o Endotorsie tibia (voeten naar binnen gedraaid)
3