Samenvatting H7: werking en regulatie
van het respiratoire systeem
Ademhaling is de opname van O2 (zuurstof), de biologische oxidatie van voedingsstoffen onder
vrijmaking van energie en het verwijderen van de daarbij vrijkomende CO2
(kooldioxide/koolstofdioxide)
Longventilatie Pulmonaire ventilatie (ademhaling). Het proces waarmee we lucht in en uit de
longen verplaatsen.
Volgorde van luchtverplaatsing = neus/mond keelholte strottenhoofd luchtpijp
bronchiën vertakkingen bronchioli alveoli
Door de neus ademen heeft voordeel t.o.v. mond: lucht wordt verwarmd, bevochtigd en
gefilterd (slijmvlies en neusharen)
Er zijn een aantal eigenschappen waar een ademhalingssysteem aan dient te voldoen:
1. Groot (veel oppervlak om gassen uit te wisselen)
2. Vochtig
3. Een dun membraan
We maken onderscheid tussen cellulaire en externe respiratie. De cellulaire respiratie is de
gaswisseling in de cel zelf. Externe respiratie houdt de uitwisseling tussen bloed weefsels,
long bloed en atmosfeer long en transport in.
Dode ruimte totale ruimte waar
geen gaswisseling met het bloed
optreedt.
------> de longen zijn nooit helemaal
leeg. Bij elke inademing zal de lucht
van buiten zich vermengen met de
achtergebleven lucht in de longen.
Gaswisseling vindt plaats in de
alveoli (longblaasjes). De bronchioli
zijn de transportbuisjes die
uitmonden in de alveoli.
Figuur 1 anatomie van respiratoire systeem
, De longen worden omhuld door een viscerale pleura (tegen longen aan), pariëtale pleura
tegen borstkas aan) en hiertussen zit de pleurale vloeistof. De longen worden van de buikholte
gescheiden door het diafragma.
Longen zijn opgehangen in pleurale zakken. In de ruimte tussen de dubbele wand van deze
zakken zit vloeistof om de wrijving tijdens ademhalingsbewegingen te verlagen.
pleurale zakken zitten vast aan de longen en binnenkant van de borst, waardoor longen de
grootte en vorm van de ribben en borstkas aan kunnen nemen
Figuur 2 longen pleurale zakken
Het zuurstofarme bloed gaat via de longarterie de longen binnen en loopt via de longvene terug
naar het hart. De longvene is kleiner dan de longarterie. De longen zelf worden door de
bronchiale arterie van voedingsstoffen en een beetje zuurstof voorzien. Het voedingsarme
bloed loopt via de bronchiale venen terug. Deze mondt uit in de longvene en maakt zo het net
zuurstofrijk gemaakte bloed iets zuurstofarmer. In de longen vind je verschillende cellen:
capillairen, alveolaire cel type I, alveolaire cel type II (maakt surfactant) en macrofagen (ook wel
mestcellen genoemd).
van het respiratoire systeem
Ademhaling is de opname van O2 (zuurstof), de biologische oxidatie van voedingsstoffen onder
vrijmaking van energie en het verwijderen van de daarbij vrijkomende CO2
(kooldioxide/koolstofdioxide)
Longventilatie Pulmonaire ventilatie (ademhaling). Het proces waarmee we lucht in en uit de
longen verplaatsen.
Volgorde van luchtverplaatsing = neus/mond keelholte strottenhoofd luchtpijp
bronchiën vertakkingen bronchioli alveoli
Door de neus ademen heeft voordeel t.o.v. mond: lucht wordt verwarmd, bevochtigd en
gefilterd (slijmvlies en neusharen)
Er zijn een aantal eigenschappen waar een ademhalingssysteem aan dient te voldoen:
1. Groot (veel oppervlak om gassen uit te wisselen)
2. Vochtig
3. Een dun membraan
We maken onderscheid tussen cellulaire en externe respiratie. De cellulaire respiratie is de
gaswisseling in de cel zelf. Externe respiratie houdt de uitwisseling tussen bloed weefsels,
long bloed en atmosfeer long en transport in.
Dode ruimte totale ruimte waar
geen gaswisseling met het bloed
optreedt.
------> de longen zijn nooit helemaal
leeg. Bij elke inademing zal de lucht
van buiten zich vermengen met de
achtergebleven lucht in de longen.
Gaswisseling vindt plaats in de
alveoli (longblaasjes). De bronchioli
zijn de transportbuisjes die
uitmonden in de alveoli.
Figuur 1 anatomie van respiratoire systeem
, De longen worden omhuld door een viscerale pleura (tegen longen aan), pariëtale pleura
tegen borstkas aan) en hiertussen zit de pleurale vloeistof. De longen worden van de buikholte
gescheiden door het diafragma.
Longen zijn opgehangen in pleurale zakken. In de ruimte tussen de dubbele wand van deze
zakken zit vloeistof om de wrijving tijdens ademhalingsbewegingen te verlagen.
pleurale zakken zitten vast aan de longen en binnenkant van de borst, waardoor longen de
grootte en vorm van de ribben en borstkas aan kunnen nemen
Figuur 2 longen pleurale zakken
Het zuurstofarme bloed gaat via de longarterie de longen binnen en loopt via de longvene terug
naar het hart. De longvene is kleiner dan de longarterie. De longen zelf worden door de
bronchiale arterie van voedingsstoffen en een beetje zuurstof voorzien. Het voedingsarme
bloed loopt via de bronchiale venen terug. Deze mondt uit in de longvene en maakt zo het net
zuurstofrijk gemaakte bloed iets zuurstofarmer. In de longen vind je verschillende cellen:
capillairen, alveolaire cel type I, alveolaire cel type II (maakt surfactant) en macrofagen (ook wel
mestcellen genoemd).