Definitie: De wetenschap die processen als groei, verandering en stabiliteit onderzoekt die
leeftijdsgebonden zijn.
Darwin hield kinderdagboeken bij opkomst ontwikkelingspsychologie
3 basisprincipes: ideeën die gepaard gaan met ontwikkeling
1. Ontwikkeling verloopt in een vaste volgorde (kruipen, staan, lopen)
2. Ontwikkeling is cumulatief (bouwt voort op het voorgaan)
3. Ontwikkeling vertoont verdergaand een grotere complexiteit
Hoofdthema’s ontwikkeling:
1. Nature-nurture debat
2. Is het verloop een continue (geleidelijk) proces of een discontinue (schoksgewijs) proces?
3. Mijlpalen/ gevoelige/ kritische perioden is het mogelijk om iets nog te ontwikkelen
wanneer dit al ontwikkeld had moeten zijn?
Prenatale ontwikkeling:
Germinale stadium (week 1 & 2) zygote en innesteling
Embryonale staduim (week 3 tot 8) ontwikkeling belangrijke organen & vorming neurale buis
Foetale staduim (week 9 tot geboorte) vorming hersenen (door verbindingen) (eerste externe
prikkels reageren op geluid )
Vaardigheid 25 % 50 % 90 %
Hoofd oprichten 2 week 6 week 4 maand
(liggen op buik)
Zitten met steun 3 week 6 week 3 maand
Borst omhoog 3 week 2 maand 4 maand
(buikligging)
Omrollen (buik rug) 3 week 2 maand 5 maand
Omrollen (rug buik) 2 maand 4.5 maand 7 maand
Zitten zonder steun 3 maand 7 maand 9 maand
Overeind trekken 5 maand 9 maand 13 maand
Kruipen 5 maand 7 maand 11 maand
Stevig losstaan 9 maand 11 maand 16 maand
Goed zelf lopen 9 maand 12 maand 17 maand
Springen 17 maand 23.5 maand 30 maand
, Hoorcollege 2
Cognitieve ontwikkeling
Piaget: motorische ontwikkeling staat centraal
Speciale activiteit= vind niet feitelijk plaats (zoals denken)
Geïnternaliseerde handelingen/ denkoperaties= een mentale voorstelling maken van iets
Adaptie= aanpassen aan omgeving
Motor van ontwikkeling:
1. Streven naar equilibrium (evenwicht) van wat jij kan en wat de omgeving van jou vraagt
2. Plezier beleven aan het herhalen van nieuw geleerde handelingen
2 aspecten te onderscheiden:
1. Assimilatie: Nieuwe informatie in een bestaand schema
2. Accommodatie: nieuwe informatie in een nieuw schema/ schema wordt aangepast
Cognitieve structuur= alle schema’s die je hebt, maken met elkaar een samenhangend geheel
4 stadia cognitieve ontwikkeling:
1. Sensomotorische fase (0-2 jaar)
omgeving leren kennen door zintuigen en motoriek
- Ontdekken van verbanden tussen acties en gevolgen
Deelfasen:
- Reflexen (0-1 maand)
- Primaire circulaire reacties (1-4 maand): bewuste handelingen op eigen lichaam
- Secundaire circulaire reacties (vanaf 4 maand): bewuste handelingen omgeving (dit ook
herhalen bv licht aan en uit doen)
o Besef van objectpermanentie als je iets/ iemand niet meer ziet, is het er nog
wel
- Tertiaire circulaire reacties (vanaf 1 jr): gevarieerd handelen kijken, gooien, sabbelen
2. Pre-operationele fase (2 -7 jaar) symbolisch spel
- Eenvoudige oorzaak-gevolg relaties
- Trial and error: leren door vallen en opstaan
- Egocentrisch denken: denken vanuit eigen perspectief
- Animisme: er wordt leven toegekend aan een levenloos object (knuffel)
Deelfasen:
Denken en taal
Intuïtief: besef van rangorde, categorieën, conservatie