vRT 01-01
- De student is in staat het basisprincipe van radiotherapie uit te leggen.
Op de afdeling worden patiënten met een tumor bestraalt. Radio betekent straling. Therapie is een
behandeling. Een tumor is simpelweg een gezwel, deze kan goedaardig, benigne, en kwaadaardig,
maligne, zijn. Alleen de maligne tumoren zijn kanker, dat komt doordat er in deze tumoren een
storing in de celdeling is, de cellen een ongeremde groei hebben, metastasen hebben (uitzaaiingen
via het bloed en/of de lymfebanen) en er zit een prognose (levensverwachting) aan vast.
Het basisprincipe van radiotherapie
Beschadigen van DNA in de cel
Kankercellen kunnen dit minder goed repareren dan gezonde cellen
Als cellen onherstelbaar zijn beschadigt
Kunnen ze niet meer delen
Gaan ze uiteindelijk dood.
Tumor wordt kleiner/verdwijnt
Wel moet de arts opletten dat het aantal beschadigde gezonden cellen beperkt blijft.
Een oncologische patiënt kan op twee manieren worde bestraald:
Inwendig
Uitwendig
Uitwendige radiotherapie is een behandeling die meestal bestaat uit meerdere kortdurende
bestralingen. Hoe vaak een patiënt moet komen hoe lang de bestralingen duren varieert en
hangt af van welke kanker-/tumor soort de patiënt heeft. De arts op de radiotherapie, de
radiotherapeut, bepaalt de benodigde hoeveelheid dosis. Daarna bepaald de radiotherapeut
het fractioneringsschema of dosisschema. In dit schema staat het aantal fracties (hoe vaakt
een patiënt bestraald moet worden) en de dosis straling (de hoeveelheid straling die er per
fractie wordt gegeven).
De eenheid van dosis wordt gegeven in Gray = Gy of centigray = cGy (1Gy = 100 cGy)
Het doel van radiotherapie is een zo hoog mogelijke dosis op de tumor en zo min mogelijk gezonde
cellen om de tumor heen bestralen.
- De student kan het verschil tussen palliatieve en curatieve radiotherapie uitleggen.
Radiotherapie is een behandeling met straling. Radiotherapie kan worden gebruikt als curatieve
behandeling of als palliatieve behandeling. Een curatieve behandeling is gericht op het genezen
van een ziekte, in dit geval de patiënt beter maken van kanker. Palliatieve behandelingen zijn er om
de pijn of levensbedreigende symptomen te bestreiden, het verzachten of verlichten van de pijn.
- De student kan de patiënten routing op een afdeling radiotherapie uitleggen.
Voorbereidende fase
1. Lokalisatie CT
o Patiënt goed positioneren
o Aantekenen van referentiepunten
2. Planning
o Behandelplan maken
o De dosis goed verdelen
De tumor veel dosis
De OAR’s weinig dosis
o Intekenen
OAR’s/gewrichten
Tumor (vaak heeft de arts dit al gedaan)
o Instellen van de bundels
Uitvoerende fase
3. Positie verificatie
o De patiënt positioneren en instellen op de tattoo puntjes
o Beelden maken, positie controleren evt. corrigeren met de tafel.
4. Bestralen
o In de lineaire versneller
, - De student kan benoemen wat de specifieke kenmerken zijn van de CT-lokalisator, wat
betreft de bouw en onderdelen.
- De student kan aangeven op welke wijze CT lokalisatiebeelden vervaardigd kunnen worden.
- De student kan de proceduren van het positioneren van een patiënt op de CT-lokalisator, met
o.a. het gebruik van lasers en specifieke hulpmiddelen, beschrijven.
- De student kan de definitie geven
van de volgende begrippen:
Fractioneringsschema
ITA
isocentrum tafel afstand, de
afstand tussen de hoogte laser
en de tafel waar de patiënt op
ligt.
Toplaser
De top laser komt van boven en
loopt in de lengte richting van de
patiënt.
Hoogte laser
De hoogte laser komt vanaf de
zijkant en met behulp van deze laser kan bepaald worden hoe hoog de tafel moet staan.
Transversale laser/vlak laser
De transversale laser/vlak laser loopt van links naar rechts (transversaal).
CT-referentie punten.
De CT-referentie punten zijn de kruisingen van de lijnen.
Topogram
2D afbeelding waarop wordt aangegeven van waar tot waar de CT coupes/ slices gemaakt
moeten worden.
Scanrange
De scanrange wordt aangegeven door het roze blok
Slice/coupe
Een slice/coupe is een plak gemaakt door de CT van het lichaam.
Referentie lijnen
FOV
vRT 01-02
- De student kan beschrijven welke behandelopties er zijn bij de behandeling van
prostaatkanker.
De meest gebruikte combinaties van behandelingen zijn:
Uitwendige bestraling
Inwendige bestraling
Operatief verwijderen
Hormonale therapie
Chemotherapie
- De student kan het doel en het begrip van de CT-lokalisatie uitleggen.
- De student kan benoemen welke bijwerkingen kunnen optreden bij een
bestralingsbehandeling in het bekkengebied.
Bijwerkingen van het bestralen bij een prostaatcarcinoom.
Vermoeidheid
Reactie van de huid. De huid kan rood kleuren en wordt soms bruin. Dit is blijvend.
Klachten door irritatie van de darmen en blaas:
o Darmkrampen
o Gevoel van poepen of plassen wanneer dat niet nodgi is.
o Bloed bij urine of bij de zaadlozing
vRT 01-03
- De student is in staat het basisprincipe van radiotherapie uit te leggen.
Op de afdeling worden patiënten met een tumor bestraalt. Radio betekent straling. Therapie is een
behandeling. Een tumor is simpelweg een gezwel, deze kan goedaardig, benigne, en kwaadaardig,
maligne, zijn. Alleen de maligne tumoren zijn kanker, dat komt doordat er in deze tumoren een
storing in de celdeling is, de cellen een ongeremde groei hebben, metastasen hebben (uitzaaiingen
via het bloed en/of de lymfebanen) en er zit een prognose (levensverwachting) aan vast.
Het basisprincipe van radiotherapie
Beschadigen van DNA in de cel
Kankercellen kunnen dit minder goed repareren dan gezonde cellen
Als cellen onherstelbaar zijn beschadigt
Kunnen ze niet meer delen
Gaan ze uiteindelijk dood.
Tumor wordt kleiner/verdwijnt
Wel moet de arts opletten dat het aantal beschadigde gezonden cellen beperkt blijft.
Een oncologische patiënt kan op twee manieren worde bestraald:
Inwendig
Uitwendig
Uitwendige radiotherapie is een behandeling die meestal bestaat uit meerdere kortdurende
bestralingen. Hoe vaak een patiënt moet komen hoe lang de bestralingen duren varieert en
hangt af van welke kanker-/tumor soort de patiënt heeft. De arts op de radiotherapie, de
radiotherapeut, bepaalt de benodigde hoeveelheid dosis. Daarna bepaald de radiotherapeut
het fractioneringsschema of dosisschema. In dit schema staat het aantal fracties (hoe vaakt
een patiënt bestraald moet worden) en de dosis straling (de hoeveelheid straling die er per
fractie wordt gegeven).
De eenheid van dosis wordt gegeven in Gray = Gy of centigray = cGy (1Gy = 100 cGy)
Het doel van radiotherapie is een zo hoog mogelijke dosis op de tumor en zo min mogelijk gezonde
cellen om de tumor heen bestralen.
- De student kan het verschil tussen palliatieve en curatieve radiotherapie uitleggen.
Radiotherapie is een behandeling met straling. Radiotherapie kan worden gebruikt als curatieve
behandeling of als palliatieve behandeling. Een curatieve behandeling is gericht op het genezen
van een ziekte, in dit geval de patiënt beter maken van kanker. Palliatieve behandelingen zijn er om
de pijn of levensbedreigende symptomen te bestreiden, het verzachten of verlichten van de pijn.
- De student kan de patiënten routing op een afdeling radiotherapie uitleggen.
Voorbereidende fase
1. Lokalisatie CT
o Patiënt goed positioneren
o Aantekenen van referentiepunten
2. Planning
o Behandelplan maken
o De dosis goed verdelen
De tumor veel dosis
De OAR’s weinig dosis
o Intekenen
OAR’s/gewrichten
Tumor (vaak heeft de arts dit al gedaan)
o Instellen van de bundels
Uitvoerende fase
3. Positie verificatie
o De patiënt positioneren en instellen op de tattoo puntjes
o Beelden maken, positie controleren evt. corrigeren met de tafel.
4. Bestralen
o In de lineaire versneller
, - De student kan benoemen wat de specifieke kenmerken zijn van de CT-lokalisator, wat
betreft de bouw en onderdelen.
- De student kan aangeven op welke wijze CT lokalisatiebeelden vervaardigd kunnen worden.
- De student kan de proceduren van het positioneren van een patiënt op de CT-lokalisator, met
o.a. het gebruik van lasers en specifieke hulpmiddelen, beschrijven.
- De student kan de definitie geven
van de volgende begrippen:
Fractioneringsschema
ITA
isocentrum tafel afstand, de
afstand tussen de hoogte laser
en de tafel waar de patiënt op
ligt.
Toplaser
De top laser komt van boven en
loopt in de lengte richting van de
patiënt.
Hoogte laser
De hoogte laser komt vanaf de
zijkant en met behulp van deze laser kan bepaald worden hoe hoog de tafel moet staan.
Transversale laser/vlak laser
De transversale laser/vlak laser loopt van links naar rechts (transversaal).
CT-referentie punten.
De CT-referentie punten zijn de kruisingen van de lijnen.
Topogram
2D afbeelding waarop wordt aangegeven van waar tot waar de CT coupes/ slices gemaakt
moeten worden.
Scanrange
De scanrange wordt aangegeven door het roze blok
Slice/coupe
Een slice/coupe is een plak gemaakt door de CT van het lichaam.
Referentie lijnen
FOV
vRT 01-02
- De student kan beschrijven welke behandelopties er zijn bij de behandeling van
prostaatkanker.
De meest gebruikte combinaties van behandelingen zijn:
Uitwendige bestraling
Inwendige bestraling
Operatief verwijderen
Hormonale therapie
Chemotherapie
- De student kan het doel en het begrip van de CT-lokalisatie uitleggen.
- De student kan benoemen welke bijwerkingen kunnen optreden bij een
bestralingsbehandeling in het bekkengebied.
Bijwerkingen van het bestralen bij een prostaatcarcinoom.
Vermoeidheid
Reactie van de huid. De huid kan rood kleuren en wordt soms bruin. Dit is blijvend.
Klachten door irritatie van de darmen en blaas:
o Darmkrampen
o Gevoel van poepen of plassen wanneer dat niet nodgi is.
o Bloed bij urine of bij de zaadlozing
vRT 01-03