H6: Zuid-Amerika
6.1: landschappen en klimaten
Tektonische situatie:
Westkust: subductie + actief vulkanisme -> vorming van andesiet
Zware oceanische plaat -> diep -> vulkanisme
Jonge/lichte oceanische plaat -> dicht aan de oppervlakte -> materiaal smelt niet
-> geen vulkanisme -> vorming van metamorf gesteente
Oostkust: tektonische rust (door oude oceanische plaat
Bodemschatten:
Andesgebergte + hooglanden = rijk aan ertsen
Ontstaan door vulkanisme + gebergte vorming -> sedimentgesteente
Vloeiingsgesteente
Voorlandbekkens + kustgebieden = fossiele brandstoffen
Oostelijke Andes-Cordillera
Vroeger: hoge zeespiegel –> plankton -> sediment -> onderdruk -> olie
Kust Brazilië = sediment
Vroeger: scheiding van Amerika + Afrika -> moerassen -> daling bodem ->
overstroming (zout water) -> luchtdicht afgesloten -> organische materiaal nooit
verloren
Klimaat:
Oostkust: aanlandige wind (Noordoostpassaat + Zuidoostpassaat)
Grote invloed van de oceaan: warme zeestroom + vlak gebied
Westkust: aflandige wind + hindering Andesgebergte
Koude zeestroom + loef-/ lijzijde
Woestijnen aan de kust
El Niño: westkust -> aanlandige wind -> hevige regenval (passaten gaan liggen -> zeestroming
dddddd keert om)
Oostkust -> droog
6.2: bevolking: spreiding, groei, verstedelijking
Spreiding
Fysisch geografische omstandigheden belangrijke rol bij vestiging
Bevolkingsdruk: de mate waarin de bewoners van een gebied beslag leggen op de aanwezige
ruimte en kringlopen
Indianen in tropisch laagland (Amazone): langs oevers van rivier
Indianen Andesgebergte: hooggebergte (juiste tempratuur voor gewas)
Eu kolonisten: lagere delen Andes (handelsgewas) + kust
Vanaf 1950: urbanisatie, bevolkingsdichtheid kustzone neemt toe
, Samenstelling
Hoge mate van de bevolking mesties (= afstammeling van een indiaanse en blanke (voor)ouder)
Verschillende bevolkingsgroepen; inheems, Afrikaans, Europees, Aziatisch -> gaat samen met
economische, sociale en politieke tegenstellingen:
Gevolg: discriminatie (geaccepteerd)
Geen religieuze conflicten (vanwege vermenging)
Economische territoriale conflicten (inheems vs overheid/mijnen)
Integratie/ assimilatie inheemse bevolking geen succes
Bevolkingsgroei
Koloniale tijd: daling van de inheemse bevolking (door kolonisten en ziektes)
1960/1970: Andeslanden hebben de hoogste bevolkingsgroei in de wereld
Stijging geboorte door:
Stijgende welvaart
Verhoging opleidingsniveau
Verstedelijking
Zuidelijke staten lopen voor in gezinsplanning en transitiemodel
Gezinsplanning: door geboorteregeling het aantal kinderen en het moment van
geboorte plannen
Verstedelijking
Zuid-Amerika meest verstedelijkte continent ter wereld
Begon in 1950 door uitstoot arbeid in de landbouw en de opkomst industrie in steden
Gevolg:
Favela’s: Braziliaanse benaming voor sloppenwijk
Grote informele sector
Overbelasting van de infrastructuur
Voor 1970 werden favela’s weggehaald -> nu niet meer + eisen voor de bevolking voor
huisvestiging en publieke voorzieningen
Momenteel: favela’s zelf gebouwd (soms geen verbinding met de stad)
Gevolg momenteel: politieke beleid is deconcentratie -> urbaan-urbane migratie (van
megastad naar middelgrote steden)
6.3: welvaart & welzijn en sociale & regionale ongelijkheid
Hetzelfde: Zuid-Amerikaanse landen behoren grotendeels tot semiperiferie landen
Anders: economie -> bv: Venezuela bestaat de export uit 1 of enkele grondstoffen /
energiebronnen & Brazilië heeft veel bredere economie = minder kwetsbaar = goed geïntegreerd
in wereldeconomie
Alle soorten ongelijkheid zijn van toepassing
Zoals tegenstellingen in welvaart en welzijn tussen bevolkingsgroepen
Sociale polarisatie
Sociale ongelijkheid door raciale verschillen
Regionale ongelijkheid te zien in bbp/hoofd en grondbezitsverhoudingen
6.1: landschappen en klimaten
Tektonische situatie:
Westkust: subductie + actief vulkanisme -> vorming van andesiet
Zware oceanische plaat -> diep -> vulkanisme
Jonge/lichte oceanische plaat -> dicht aan de oppervlakte -> materiaal smelt niet
-> geen vulkanisme -> vorming van metamorf gesteente
Oostkust: tektonische rust (door oude oceanische plaat
Bodemschatten:
Andesgebergte + hooglanden = rijk aan ertsen
Ontstaan door vulkanisme + gebergte vorming -> sedimentgesteente
Vloeiingsgesteente
Voorlandbekkens + kustgebieden = fossiele brandstoffen
Oostelijke Andes-Cordillera
Vroeger: hoge zeespiegel –> plankton -> sediment -> onderdruk -> olie
Kust Brazilië = sediment
Vroeger: scheiding van Amerika + Afrika -> moerassen -> daling bodem ->
overstroming (zout water) -> luchtdicht afgesloten -> organische materiaal nooit
verloren
Klimaat:
Oostkust: aanlandige wind (Noordoostpassaat + Zuidoostpassaat)
Grote invloed van de oceaan: warme zeestroom + vlak gebied
Westkust: aflandige wind + hindering Andesgebergte
Koude zeestroom + loef-/ lijzijde
Woestijnen aan de kust
El Niño: westkust -> aanlandige wind -> hevige regenval (passaten gaan liggen -> zeestroming
dddddd keert om)
Oostkust -> droog
6.2: bevolking: spreiding, groei, verstedelijking
Spreiding
Fysisch geografische omstandigheden belangrijke rol bij vestiging
Bevolkingsdruk: de mate waarin de bewoners van een gebied beslag leggen op de aanwezige
ruimte en kringlopen
Indianen in tropisch laagland (Amazone): langs oevers van rivier
Indianen Andesgebergte: hooggebergte (juiste tempratuur voor gewas)
Eu kolonisten: lagere delen Andes (handelsgewas) + kust
Vanaf 1950: urbanisatie, bevolkingsdichtheid kustzone neemt toe
, Samenstelling
Hoge mate van de bevolking mesties (= afstammeling van een indiaanse en blanke (voor)ouder)
Verschillende bevolkingsgroepen; inheems, Afrikaans, Europees, Aziatisch -> gaat samen met
economische, sociale en politieke tegenstellingen:
Gevolg: discriminatie (geaccepteerd)
Geen religieuze conflicten (vanwege vermenging)
Economische territoriale conflicten (inheems vs overheid/mijnen)
Integratie/ assimilatie inheemse bevolking geen succes
Bevolkingsgroei
Koloniale tijd: daling van de inheemse bevolking (door kolonisten en ziektes)
1960/1970: Andeslanden hebben de hoogste bevolkingsgroei in de wereld
Stijging geboorte door:
Stijgende welvaart
Verhoging opleidingsniveau
Verstedelijking
Zuidelijke staten lopen voor in gezinsplanning en transitiemodel
Gezinsplanning: door geboorteregeling het aantal kinderen en het moment van
geboorte plannen
Verstedelijking
Zuid-Amerika meest verstedelijkte continent ter wereld
Begon in 1950 door uitstoot arbeid in de landbouw en de opkomst industrie in steden
Gevolg:
Favela’s: Braziliaanse benaming voor sloppenwijk
Grote informele sector
Overbelasting van de infrastructuur
Voor 1970 werden favela’s weggehaald -> nu niet meer + eisen voor de bevolking voor
huisvestiging en publieke voorzieningen
Momenteel: favela’s zelf gebouwd (soms geen verbinding met de stad)
Gevolg momenteel: politieke beleid is deconcentratie -> urbaan-urbane migratie (van
megastad naar middelgrote steden)
6.3: welvaart & welzijn en sociale & regionale ongelijkheid
Hetzelfde: Zuid-Amerikaanse landen behoren grotendeels tot semiperiferie landen
Anders: economie -> bv: Venezuela bestaat de export uit 1 of enkele grondstoffen /
energiebronnen & Brazilië heeft veel bredere economie = minder kwetsbaar = goed geïntegreerd
in wereldeconomie
Alle soorten ongelijkheid zijn van toepassing
Zoals tegenstellingen in welvaart en welzijn tussen bevolkingsgroepen
Sociale polarisatie
Sociale ongelijkheid door raciale verschillen
Regionale ongelijkheid te zien in bbp/hoofd en grondbezitsverhoudingen