Exploratie:
1. Kwaliteit (aard vd klachten)
2. Kwantiteit (ernst vd klachten en invloed op functioneren)
3. Chronologie (ontstaan en beloop klachten)
4. Setting (waar en wanneer klachten)
5. Beïnvloedbare factoren (factoren waardoor klachten toenemen/afnemen)
6. Begeleidende symptomen (symptomen die passen bij de klachten)
7. Eigen visie vd pt (welke oorzaken ziet de pt zelf voor zijn klachten en
ervaringen)
Observatie:
- Leeftijd, uiterlijke kenmerken, zelfverzorging
- Gelaatsuitdrukking, contact maken, oogcontact
- Houding, psychomotoriek, mimiek, gestiek, spraak
- Gedrag
- Motorische uitvalsverschijnselen
- Gevoelsexpressie pt, gevoelsreactie arts
- Bewustzijn
- Aandacht, oriëntatie, geheugen
- Decorumbesef
- Abstractievermogen, executieve (uitvoerende) functies
- Intelligentie, taalgebruik
- Samenhang en logica vh denken
- Aard en expressie vh affect
- Autonome angstequivalenten
Eerste indrukken: (uiterlijke kenmerken, contact, houding,
gevoelens/reacties bij uzelf, klachtenpresentatie)
o Uiterlijke kenmerken:
o Zelfzorg: verminderde zelfzorg kan duiden op middelenmisbruik, neg.
Symptomatologie van schizofrenie, overdreven nette zelfzorg OCD,
overdadige kleding/makeup manie of schizofrenie (symbolische
betekenis of bescherming = makeup)
o Leeftijd: verschil biologische en kalenderleeftijd is dementie, depressie,
middelenmisbruik, chronische stress, lichamelijke aandoening
(verstandelijk gehandicapt dan ziet soms jonger uit)
o Gewicht: ondergewicht anorexia nervosa, middelenmisbruik, kanker,
DM, hyperthyreoïdie. Overgewicht slechte voeding, weinig beweging of
bijwerking medicatie
o Huid en ledematen: prikgaatjes sieraden/versieringen bij
tatoeages/littekens door automutilatie of geamputeerde ledematen. Kan
wijzen op dissociatie of zelfverminkend gedrag bij borderline of
psychotische stoornis.
o Contact: doordringend oogcontact kan wijzen op manie of overwaardige
gedachten/overtuigingen. Geen oogcontact kan wijzen op
verlegenheid/schaamte, angst, somberheid, paranoïde wanen of