10.1 waarom zijn teams zo populair geworden?
Teams zijn flexibeler en speler alerter in op veranderende gebeurtenissen dan traditionele
afdelingen en groepen. Teams zijn snel te formeren, in te zetten, te gebruiken en te ontbinden. Ook
hebben teams een grote motiverende factor, ook ontwikkelen ze een groter gevoel van
betrokkenheid. De bedrijfsleiding democratiseert er de organisatie mee en de motivatie van
medewerkers verhoogt door het inzetten van teams.
10.2 het verschil tussen teams en groepen
Groep= twee of meer individuen die met elkaar in contact staan en wederzijds afhankelijk zijn, en
die samenkomen op bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Werkgroep= een groep mensen die alleen met elkaar informatie uitwisselen en besluiten
nemen, met als doel om als individu beter te presteren op hun eigen terrein.
- de prestatie van een werkgroep is de optelsom van de individuele bijdragen van alle
groepsleden.
Groep= leidinggevende die opdrachten geeft aan medewerkers
- 3 of meer leden
- Werken individueel
- Werken naar organisatie doel
- Leidt een groep
- Individueel aanspreekbaar voor het resultaat
- Werkt binnen de taakstelling van de organisatie
Team= alle handelingen zijn afgestemd op elkaar en op het gemeenschappelijke doel. Alle
inspanningen staan in dienst van het team.
- de individuele input van allen levert bij elkaar een groepsprestatie die groter is dan de
som van alle individuele bijdragen.
Team= leidinggevende en medewerkers werken meer samen
- 2 of meer leden
- Werken regelmatig samen
- Gezamenlijk doel
- Coacht een team
- Aanspreekbaar voor het resultaat als een team
- Werken buiten de taakstelling van de organisatie, is vrijer is wat ze doen
- Handelingen afgestemd op elkaar en op het gemeenschappelijke doel.
10.3 soorten teams
4 soorten teams:
1. Probleemoplossende teams
- Wisselen ideeën uit of komen met suggesties om werkprocessen en methoden soepeler te
laten verlopen
- Hebben zelden de bevoegdheid om zelf een van hun voorstellen te implementeren
2. Zelfsturende teams
- Nemen verantwoordelijkheid van hun vroegere leidinggevende over; planning, werving, budget
etc.
- Samen verantwoordelijk voor het eindresultaat
- 10-15 mensen
- Nadeel: meer verzuim/verloop
3. Crossfunctionele teams
- Opgebouwd uit werknemers van hetzelfde niveau in de hiërarchie maar van verschillende
werkgebieden die samen een taak moeten volbrengen
- Medewerkers in deze teams zijn geschikt om informatie uit te wisselen, nieuwe ideeën te
ontwikkelen, problemen op te lossen en ingewikkelde projecten te coördineren.
- Nadeel: aanloopfases zijn tijdrovend, mensen moeten aan elkaar wennen. De projectleider
moet dus beschikken over people skills.
4. Virtuele teams
- Maken gebruik van computertechnologie en verbinden mensen met elkaar die over de hele
aarde verspreid kunnen zijn.
- Nadeel: functioneren moeilijker omdat er minder sociale banden zijn en er minder interactie is
tussen leden.
- Beter in het uitwisselen van unieke informatie maar wisselen minder informatie uit dan andere
teams.
, De leiding moet virtuele teams goed managen:
- Vertrouwen tussen de teamleden
- Intensief toezicht op teamvorderingen
- Publicatie van de inspanningen en producten van het virtuele team in de hele organisatie.
10.4 hoe creëer je effectieve teams?
Wat maakt een team effectief:
- Context
o Hulpmiddelen, leiderschap, structuur, etc.
- Samenstelling
o Capaciteiten, persoonlijkheid, diversiteit, etc.
- Proces
o Gemeenschappelijk doel, concrete doelstellingen, communicatie, etc.
Teameffectiviteit= een team is effectiever dan een ander team als het meer produceert met een
even goede of betere kwaliteit en tegelijkertijd tevredener teamleden heeft.
Samenstelling
- capaciteiten van
leden
- persoonlijkheid
Context
- toewijzing van
- adequate rollen Proces
hulpmiddelen -
-diversiteit
- leiderschap en gemeenschappelij
structuur - omvang van teams k overkoepelend
- sfeer van vertrouwen - flexibiliteit van doel
leden - concrete
- systemen voor
prestatiebeloningen - voorkeuren van doelstellingen
leden - doeltreffendheid
team
- niveau conflicten
- lijntrekken
Teameffectivit
eit