week 6: De Vervolgingsbeslissing
De Zeeuwse Motorrijder Verdiepingsartikel
Een motorrijder rijdt met enorme snelheid door de bebouwde kom. Hij komt
hierbij ten val en raakt daarbij een meisje die op het fietspad fietst. Het meisje
komt hierdoor om het leven. De motorrijder wordt vervolgd op grond van artikel
6 Wegenverkeerswet, maar de ouders van het meisje willen dat het Openbaar
Ministerie hem vervolgd voor een zwaardere straf. De ouders willen dat doodslag,
artikel 287 Sr, ten laste wordt gelegd en zij beroepen zich derhalve op artikel 12
Sv.
Het hof stelt dat er in casu geen gebruik kan worden gemaakt van artikel 12 Sv,
nu de situatie zich daar niet voor leent. Het hof vindt namelijk dat er alleen een
beroep op het artikel kan worden gedaan indien een strafbaar feit niet wordt
vervolgd of de vervolging niet wordt doorgezet. De ouders worden derhalve door
het hof niet-ontvankelijk verklaard in hun beklag. De Hoge Raad is het niet eens
met het hof en oordeelt dat op grond van art 167 Sv vervolgingsbeslissingen aan
het OM zijn overgelaten. Artikel 12 Sv is volgens de Hoge Raad een mogelijkheid
voor belanghebbende om vervolgingsbeslissingen, waar zij bezwaren tegen
hebben, aan een rechterlijke controle te onderwerpen. De HR stelt dat er
onvoldoende recht aan de strekking van art 12 Sv wordt gedaan, indien het hof
niet kan toetsen welk strafbaar feit ten laste gelegd zou moeten worden. Volgens
de Hoge Raad volgt uit de bewoording van artikel 12i Sv ‘en het gerechtshof van
oordeel is dat vervolging of verdere vervolging had moeten plaats hebben’ dat
het hof een volledige toetsingsbevoegdheid heeft. Het hof dient namelijk, indien
zij daar redenen toe acht, de beslissing te nemen die eigenlijk door de officier
van justitie genomen had moeten zijn. Onder deze beslissing valt dan ook de
keuze voor een bepaald strafbaar feit en dat het hof dus kan bepalen welk
strafbaar feit opgelegd moet worden.
Rechtsregel
Belanghebbenden kunnen klagen bij het Hof en zorgen dat er alsnog ter zake van doodslag vervolgd
wordt. Uit de strekking en bewoording van artikel 12 en 12i Sv volgt dat een belanghebbende zich
ook op artikel 12 Sv kan beroepen als hij het niet eens is met de inhoud van de dagvaarding.
De toetsingsruimte van het hof in beklagzaken ex
artikel 12 Sv2 Verdiepingsartikel
Bij een beklag tegen niet vervolgen velt het hof een zelfstandig oordeel over de
vervolging (volle toetsing) en toetst het de beslissing van het OM dus niet
marginaal. Het vervolgingsmonopolie van het OM en het opportuniteitsbeginsel
bieden echter argumenten voor een marginale toetsing en doen de vraag rijzen
hoe de keuze voor een volle toetsing tot stand is gekomen. De wetsgeschiedenis
laat zien dat de wetgever een volle toetsing heeft voorgestaan, maar zij berust in
dat verband niet op een duidelijke en overtuigende argumentatie. Dat is
aanleiding om een marginale toetsing te bepleiten. Bij een dergelijke toetsing zou
een duidelijke motivering van de vervolgingsbeslissing centraal moeten staan.