Algemene vragen
Welke verschillende einduitspraken zijn er?
Vrijspraak en ontslag van alle rechtsgevolgen (OVAR)
Wanneer is een rechter bevoegd?
De vraag naar de bevoegdheid van de rechter is de vraag of de OvJ de zaak wel bij de
juiste rechter heeft aangebracht. De rechter moet nagaan of hij wel absoluut en
relatief competent is.
De rechter is onbevoegd indien de zaak bij het verkeerde type rechter (absolute
competentie) en/of de rechter in de verkeerde plaats (relatieve competentie) is
aangebracht.
Absolute en relatieve competentie van de rechter?
De regels van absolute competentie zijn voor een belangrijk deel te vinden in de Wet
op de rechterlijke organisatie (RO). In het eerste lid van artikel 45 RO is bepaald dat
de rechtbanken kennisnemen van alle strafzaken, behoudens bij de wet bepaalde
uitzonderingen. De verdeling van zaken tussen de meervoudige kamer van de
rechtbank, de politierechter en de sector kanton,15 vinden we verder in het Wetboek
van Strafvordering.
De regels over de relatieve competentie zijn te vinden in art. 2-6 Sr.
Aan welke eisen moet een dagvaarding voldoen?
1. De dagvaarding duidt de persoon van verdachte aan, meestal door opgave van zijn
naam:
de persoonsaanduidingsfunctie.
2. De dagvaarding roept verdachte op om op een bepaalde datum voor de rechter te
verschijnen:
de oproepingsfunctie.
3. De dagvaarding deelt verdachte mee dat hij bepaalde rechten heeft en informeert
hem over diverse processuele mogelijkheden:
de informatiefunctie.
4. De dagvaarding brengt verdachte op de hoogte van datgene waar hij van beschuldigd
wordt: de tenlastelegging
de beschuldigingsfunctie.
Wanneer is OvJ/OM ontvankelijk?
, Wanneer wordt een vervolging geschorst? En welke redenen zijn daarvoor?
Bij een vervolging moet er een mogelijke aanwezigheid van een reden die aanleiding
geeft of dwingt tot het voor onbepaalde tijd onderbreken van de vervolging. Een
voorbeeld van een wettelijke reden tot schorsing van de vervolging is te vinden in art.
16 Sv.
Aan welke voorwaarden moet een tenlastelegging voldoen?
1. De tenlastelegging heeft tirannieke werking: dit betekent dat de rechter bij zijn
beslissing over de eerste vraag van art. 350 Sv gebonden is aan de woorden van de
tenlastelegging zoals deze met inbegrip van mogelijke wijzigingen tijdens de
procesvoering op dat moment luidt.
Er zijn hierbij 2 aspecten van belang:
A. De inhoud van de tenlastelegging
De OvJ moet in termen van het feitelijk voorgevallene alle bestanddelen van het
strafbare feit in zijn tenlastelegging vermelden zou een van die bestanddelen
missen, dan zou het gestelde geen wettelijk strafbaar feit opleveren. De OvJ dient
een tijd en een plaats waarop de feiten plaatsvonden te vermelden, alsmede de
wettelijke voorschriften waarbij de feiten strafbaar zijn gesteld (art. 261 Sv).
Het bewijs van de inhoud
De door de OvJ in de tenlastelegging gestelde bestanddelen moeten worden
bewezen. Als in rechter niet komt vast te staan dat de verdachte het feite heeft
begaan, dan volgt vrijspraak.
Art. 261 lid 1 Sv stelt deze eisen.
Zijn er verschillende soorten tenlasteleggingen en zo ja, welke dan?
(Primair, subsidiair, maar ook andere vormen van tenlastelegging)
- Cumulatieve tenlastelegging eenheid van tijd en plaats. Denk aan een
automobilist die te hard rijdt en onder invloed van alcohol is.
Dit maakt niet uit of het een maand is of allemaal op dezelfde dag. Je kan dus
dagvaardingen voegen. Het maximum is wel vijf feiten.
- Subsidiaire/primaire tenlastelegging Het feitelijk gebeuren wordt op twee
verschillende manieren gekwalificeerd.
- Impliciet subsidiair