Literatuur:
- Verhulst & Verheij
- Prins
- De Pauw
- Shiner
LEERDOEL 1. WAT IS HET VERSCHIL TUSSEN PERSOONLIJKHEID EN
TEMPERAMENT?
PRINS
Temperament werd klassiek onderscheiden van persoonlijkheid omdat temperament
verwijst naar eigenschappen die reeds vroeg in de ontwikkeling observeerbaar zijn en een
sterke genetische of neurobiologische basis hebben, terwijl men ervan uitging dat
persoonlijkheid een minder sterke genetische basis heeft en pas later in de ontwikkeling tot
uiting komt.
TEMPERAMENTMODELLEN
- Thomas & Chess: zagen persoonlijkheidsontwikkeling als resultaat van de interactie
tussen temperamentfactore en de omgeving. Volgens hen waren er 3 configuraties van
persoonlijkheidseigenschappen:
Het gemakkelijke kind
Het moeilijke kind
Het traag-op-gang-komende kind
- Buss & Plomin
EASI-model: het louter observeerbare gedragsniveau van temperament overbruggen en
verbinden met het psychobiologische niveau. Emotionaliteit, Activiteit, Sociabiliteit en
Impusliviteit.
- Rothbart & Derryberry: reactiviteit en zelfregulatie zijn centrale concepten
- Godsmith & Campos: temperamentverschillen hebben te maken met variabiliteit in het
ervaren en uitdrukken van primaire emoties en de hiermee gepaard gaande arousal.
, - Mervielde & Asendorpf: Temperamenttheorieën verschillen onderling in de klemtoon
die ze leggen op de rol van emotionele processen, stilistische componenten en
aandachtsprocessen als de kern van temperament.
PERSOONLIJKHEID
5 dimensies representeren de onderliggende structuur van de variëteit aan
persoonlijkheidstrekken: Big Five of Vijf-Factorenmodel (VFM).
- Extraversie (E)
- Altruïsme (A)
- Consciëntieusheid (C)
- Neuroticisme (N) of Emotionele Stabiliteit
- Openheid voor ervaringen (O)
Deze dimensies zijn tweepolig, bijv. extraversie: intravert en extravert, en conceptueel
onafhankelijk van elkaar. Informatie voor score op de een geeft geen informatie voor score
op de ander. Persoonlijkheidstrekken zijn te beschouwen als mengvormen van deze vijf
basisdimensies.
PERSOONLIJKHEIDSBESCHRIJVING BIJ KINDEREN
Drie onderzoeksstrategieën:
1. Top-down benadering: gebruik van al bestaande vragenlijsten voor volwassenen bij
kinderen.
2. Bottom-up benadering: nieuwe hiërarchische ordening
3. Benadering die vijffactorenscores berekent op basis van schalen die oorspronkelijk
een ander model dan het VFM operationaliseren, maar wel
persoonlijkheidsverschillen bij kinderen en adolescenten meten.
,Voorbeeld van een bottom-up benadering: de Hiërarchische Persoonlijkheidsvragenlijst voor
Kinderen (HiPIC). 144 HiPIC-items worden hiërarchisch gevat in 5 brede domeinen:
- \Extraversie
- Welwillendheid verschillen in hanteerbaarheid
- Consciëntieusheid hangen sterk samen met VFM
- Emotionele Stabiliteit/ neurotiscisme
- Vindingrijkheid breder dan altruïsme
NAAR EEN CONSTRUCT?
Sterke empirische en conceptuele verbanden tussen temperament en
persoonlijkheidsconstructen. Temperament- en persoonlijkheidsmodellen vertonen meer
overeenkomsten dan verschillen.
SHINER
VAN TEMPERAMENT NAAR PERSOONLIJKHEID
6 processen:
1. Leerproces: temperamentverschillen kunnen bepaalde leermechanismen
beïnvloeden die betrokken zijn bij het uitwerkingsproces.
2. Omgevingsopwekking: temperamentverschillen wekken verschillende reacties van de
omgeving op.
3. Omgevingsconstructie: temperamentverschillen beïnvloeden de manier waarop
kinderen de omgeving en hun ervaringen interpreteren
4. Sociale en temporele vergelijkingen: temperament vormt de manier waarop kinderen
zichzelf evalueren met anderen en met zichzelf over de tijd
5. Omgevingsselectie: temperament vormt de keuzes van het kind over hun
omgevingen
6. Omgevinsmanipulatie: temperament vormt de manieren waarop kinderen hun
omgeving manipuleren.
Leerdoel 2. Wat is een persoonlijkheidsstoornis en wat is Borderline? Wat is
normaal en abnormaal qua persoonlijkheid?
VERHULST
DEFINITIE EN GLOBALE BESCHRIJVING
Persoonlijkheidsstoornissen zijn psychische aandoeningen waarbij het dagelijks
functioneren ernstig wordt verstoord door beperkingen in het functioneren van de
persoonlijkheid en de aanwezigheid van pathologische persoonlijkheidstrekken.
, De beperkingen in het functioneren van de persoonlijkheid zijn gerelateerd aan het zelf en
intermenselijk functioneren. De gebieden die relevant zijn voor een beoordeling van
zelffunctioneren zijn:
- Identiteit: bijv. gevoel van persoonlijke uniciteit met duidelijke afbakening tussen
zichzelf en anderen
- Zelfsturing: bijv. nastreven van coherente en betekenisvolle levensdoelen
De gebieden die relevant zijn voor een beoordeling van het intermenselijk functioneren zijn:
- Empathie: bijv. tolerante houding ten opzichte van andere gezichtspunten
- Intimiteit: intensiteit in positieve relaties met anderen
In de DSM-5:
- 5 pathologische persoonlijkheidstrekken
Negatieve affectiviteit
Afstandelijkheid/introversie
Antagonisme
Disinhibitie
Psychoticisme
- 25 specifieke persoonlijkheidsfacetten die elk tot een van de 5 behoren
- 11 persoonlijkheidsstoornissen:
Borderline-persoonlijkheidsstoornis (BPS)
Dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis
Histrionische-persoonlijkheidsstoornis
Afhankelijke-persoonlijkheidsstoornis
Vermijdende-persoonlijkheidsstoornis
Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis
Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis
Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis
Antisociale-persoonlijkheidsstoornis
Narcistische-persoonlijkheidsstoornis
persoonlijkheidsstoornissen komen even vaak of zelfs vaker voor bij jeugdigen als bij
volwassenen. 11% van de jeugdigen heeft ten minste een persoonlijkheidsstoornis.
Borderline 21%
NORMALE, ABNORMALE EN GESTOORDE PERSOONLIJKHEID
De (normale) persoonlijkheid kan worden beschreven door op iedere dimensie van het VFM
en de onderliggende facetten aan te geven in welke mate het van toepassing is.
BPS wordt in termen van het VFM gekenmerkt door hoge scores op facetten binnen
neuroticisme en openheid en lage scores op facetten binnen altruïsme. volgens critici is